Noordenvelders; Han Kemker

Han Kemker, directeur van OBS de Hekakker, woont als een ouderwets schoolhoofd op een steenworp afstand van de Hekakker. Vervelend vindt hij dat allerminst. ‘Soms is het juist heel fijn. Reistijd heb ik niet en als er wat is, kan ik zo even naar de school. Ik heb er geen problemen mee.’

Van oorsprong komt Han uit Borger. Dat hij in 2000 in Norg kwam wonen, kwam omdat de gemeente Noordenveld zowel hem als zijn vrouw Detty een baan aanboden. ‘We konden hier in het onderwijs aan de slag’, zegt Han. ‘We deden gelijktijdig de PABO en ik had stage gelopen op de Elsakker. Toen hebben we dit huis gekocht.’ Het huis staat zowat tegen de Hekakker aan. ‘En toch kwam ik hier vijf jaar geleden pas werken.’ Daarvoor gaf Han les aan de Meester de Vriesschool in Nieuw-Roden en was hij schoolleider op de Lindehof. De laatste twee jaar op de Lindehof stonden veel in het teken van de nieuwe Samenwerkingsschool. ‘Voor het dorp was het heel belangrijk dat die school er zou komen’, vertelt Han. et

Aanpassingsproblemen kende Han niet in Norg. ‘Dat ging vrij snel. Borger en Norg lijken wel op elkaar. Qua dorp, maar ook qua inwoners. Het scheelde dat ik ging voetballen bij GOMOS en altijd openstond voor vrijwilligerswerk. Dan rol je er makkelijk in.’

Eén van de zoons van Han zit nog op de basisschool. De school dus waar Han directeur is. Problemen levert dat echter niet op. ‘Ik bemoei me heel bewust niet met gesprekken op school’, zegt Han. ‘Natuurlijk ga ik wel naar de ouderavonden, maar voor de rest laat ik dat over aan mijn vrouw’

Het is verder nog niet vaak voorgekomen dat een zoon van Han naar zijn kantoor werd gestuurd. ‘Maar dat gebeurt sowieso zelden hoor’, zegt Han. ‘Ik wil niet bekend staan als een directeur die de straffen uitdeelt. Meestal lossen de leerkrachten en leerlingen dat zelf op. Maar soms ontkom je er niet aan.’

De digitalisering neemt – net als op vele andere scholen – toe op de Hekakker. ‘We doen nu zo’n 60 procent nog analoog en de overige 40 procent digitaal. Dat gaat de komende jaren verschuiven, dat weet ik zeker. Het is voor kinderen belangrijk om met een pc te kunnen omgaan. Je merkt ook dat sommige dingen handiger of leuker zijn op de computer. Rekensommetjes gaan bijvoorbeeld veel meer leven. Aan de andere kant willen wij dat kinderen ook zonder de pc blijven werken. Dat heeft ermee te maken dat wij willen weten hoe leerlingen aan hun antwoorden komen. Dat is moeilijk wanneer je alles op de computer doet. Dan voeren leerlingen namelijk alleen een antwoord in.’

Het zijn interessante tijden voor de leerkracht van tegenwoordig. Met de digitalisering liggen er mogelijkheden en ondertussen probeert een school als De Hekakker ook steeds op de talenten van de kinderen in te springen. ‘Vandaar dat wij iedere vrijdagmiddag ateliers hebben’, zegt Han. Leerlingen kunnen dan langs verschillende ateliers, om iets te doen wat ze leuk vinden. Dat kan iets met techniek of sport zijn, maar bijvoorbeeld ook met knutselen. Zo ontplooien de leerlingen hun talenten. En ondertussen stimuleren wij hen om ook eens iets anders te doen.’

Met alle cursussen en andere bijeenkomsten– Han schat in dat een fulltime leerkracht jaarlijks ruim 120 uur aan nascholing moeten volgen – hebben de leraren een druk bestaan. Het woord ‘werkdruk’ vindt Han een negatieve klank hebben. ‘Laten we eerlijk zijn: iedereen heeft het druk op zijn werk. Dat geldt voor de leerkrachten, maar ook voor andere beroepen. De werkdruk is destijds ontstaan omdat leerkrachten steeds meer administratieve taken erbij kregen. Gelukkig zien we dat de regering de afgelopen twee jaar geld heeft vrijgemaakt om de werkdruk te reduceren en dat lukt aardig volgens mij. Als school bepaal je hoe je het werkdrukmiddelenbudget inzet.’

‘Persoonlijk denk ik dat veel valt of staat bij geld. Wanneer het salaris van de leerkrachten omhoog gaat, wordt het beroep interessanter. Je ziet nu bijvoorbeeld weinig mannen op de PABO opleidingen. Dat is geen goede zaak. Zorg dat het salaris omhoog gaat en je zult zien dat meer mannen naar de PABO gaan. Ondertussen zal ook de kwaliteit van het onderwijs verbeteren. En ik weet wel zeker dat er nog genoeg mensen zijn die in het onderwijs willen werken. Logisch ook. Het is, vind ik, het mooiste beroep ter wereld.’