Noordenvelders: Harry Prak

Deel 3

Dat Harry Prak een politieagent zou worden, mag geen verrassing heten. Als kind zag hij hoe zijn vader – ook agent – collega’s aan huis ontving. De familie Prak verhuisde veel. Als vader weer ergens anders gestationeerd werd, verhuisde het gezin mee. Een geboren Kloosterbuurder was Harry dan ook niet, maar toch kwam hij er terecht. Harry was geen fan van het jaarlijkse carnaval in het Hoge Noorden. ‘Niks voor mij. Ik ben er te nuchter voor’, verklaart Harry. Zijn vader bemande er een klein bureau. Aan huis dus. ‘Een hele andere tijd’, concludeert Harry, maar juist dié tijd zorgde ervoor dat Harry verliefd werd op zijn latere baan.

Harry werd opgeleid in een tijd dat er dringend behoefte was aan agenten. ‘Sommige scholen waren net fabrieken. Men werd binnen een jaar opgeleid tot agent. Mijn opleiding genoot ik in Harlingen, waar ik een jaar intern zat. Mooie tijd. Ik had het ook niet heel zwaar, moet ik zeggen. Daarbij kwam dat ik daar een vriendinnetje had zitten. Dat geeft zo’n periode extra glans.’

Allereerst ging Harry aan de slag in Grootegast. Daar was hij wijkagent. Na een jaar of tien mistte hij er uitdaging. ‘Later zou ik erachter komen dat mijn termijn ongeveer tien jaar is. Daar ben ik gedurende mijn loopbaan achter gekomen’, stelt Harry. Zijn volgende stap was het observatieteam. ‘Ik wist eerlijk gezegd niet of ik daar wel voor aangenomen zou worden. Je hebt er toch een bepaald beeld van zo’n stille agent bij. Tot mijn verbazing werd ik aangenomen. We moesten vooral verdachten schaduwen. Het waren andere tijden. Tegenwoordig zitten alle zware criminelen onder de tap. Dat was toen niet zo.’ Het werk in het observatieteam bood Harry veel uitdaging, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. In zijn geval – zoals hij het zelf noemt – ‘blauw bloed’. Hij wilde weer ‘in uniform’. Zodoende begon hij in Coevorden aan een stage van twee jaar. In die twee jaar werd hij klaargestoomd als leidinggevende binnen de politie. ‘Ik twijfelde eerst wel’, zegt Harry achteraf. ‘Ik woonde al in Roden en moest toch iedere dag een uur heen en een uur terugrijden. Maar ik besloot er toch voor te gaan.’ De geboren agent beet zich vast in de opleiding en na negen maanden kreeg hij te horen dat hij direct aan de slag kon in Roden. ‘Het was op de maandagavond van Rodermarkt. Mijn chef belde, maar ik had al een flinke borrel op. Ik vroeg hem of hij terug kon bellen de volgende ochtend. Toen vertelde hij mij dat ik werd overgeplaatst.’

Voor Harry was het ideaal. Werken in het dorp waar hij woonachtig is. En het belangrijkste: hij is weer een ‘man in blauw’. Het beviel Harry goed. Totdat de politie ging reorganiseren. Het gevolg was dat de Roner meer in Assen kwam te werken. ‘Ik moest steeds meer afstand nemen. Van een afstandje leidinggeven. Dat is niets voor mij. Ik dreef steeds verder weg van waar ik voor gekomen was’, zegt Harry ‘Mijn werk is mijn hobby, maar ik geen steeds meer met tegenzin naar het Assense.’ Hij hield het desondanks toch nog een aantal jaar vol. Sterker nog: pas sinds een aantal weken heeft hij een nieuwe functie. ‘Toeval bestaat niet’, zegt Harry. ‘Opeens kwam er een functie als wijkagent in Roden en Nieuw-Roden vrij. Ik heb daarop gesolliciteerd.’ Dat Harry hierdoor in feite in functie naar beneden gaat, interesseert hem vrij weinig. ‘Ik heb geen last van status. Ik wil plezier en zingeving hebben in hetgeen ik doe, dan maakt status mij niets uit.’

Pas sinds halverwege februari is Harry wijkagent in ‘zijn’ dorp, maar het bevalt hem uitstekend. ‘Ik wil laagdrempelig zijn. Contact met mensen is belangrijk. Laatst was het zulk mooi weer. Dan rijd ik een rondje op de fiets door het dorp. Zo ben je aanspreekbaar.’ Vastzitten aan een agenda, is niets voor Harry. ‘Natuurlijk staan er een aantal dingen vast, maar je laat je ook leiden door de waan van de dag. Ik wil overal bij zijn en niets missen. Dat heeft er altijd ingezeten bij mij.’

Harry is nu 59 jaar. In 2020 viert hij zijn 40-jarig jubileum bij de politie. Is er door de jaren heen veel veranderd, behalve de intrede van de technologie? ‘Er wordt weleens beweerd dat men minder respect heeft gekregen voor de politie. Ik heb dat nooit zo beleefd. Ik denk dat het ook te maken heeft met de manier waarop je met mensen omgaat. Hoe spreek je burgers aan? En spreek je ze aan vanuit een zwart-wit houding, of vanuit een grijze houding? Daarmee bedoel ik: sta je open voor de andere partij?’. Je oogst wat je zaait, beaamt Harry.
Wat de gelouterde agent de komende jaren nog wacht, is een verrassing. ‘In ieder geval werk ik nog een aantal jaren door’, zegt Harry. En opvolging is al onderweg. Want zowel zoon als dochter willen later bij de politie. Iets met een appel en een boom.