Noordenvelders; Henk Kleiker

Henk Kleiker spendeerde het gros van zijn leven in zijn geliefde Veenhuizen. Hij groeide er grotendeels op, keerde er terug, was er bewaker, vrijwilliger en zag ondertussen het dorp veranderen. Een dorp met een geheel uniek karakter, wat de laatste jaren steeds bekender is geworden. Nog steeds draait het leven in Veenhuizen veelal om de gevangenis, maar niet meer zoals vroeger. ‘Het is wat vrijer geworden’, aldus Henk.

In 1952 toog de familie Kleiker naar Veenhuizen. Het van oorsprong Friese gezin volgde in vaders voetspoor. ‘Hij kon kiezen tussen een baan bij de douane en in Veenhuizen. Hij koos het laatste’, zegt Henk. De eerste periode was voor Henk lastig. ‘Ik kon geen Nederlands, alleen Fries’, herinnert hij zich. ‘Ik kon hier niemand verstaan en zij mij ook niet.’ Voor Henk zat er niets anders op dan in rap tempo Nederlands leren. ‘Fries spreek ik sindsdien niet meer. En ik heb altijd gezegd dat men meer moest leren dan alleen de Friese taal.’

In Veenhuizen mocht men lange tijd alleen wonen als je daar ook werkte. ‘Het was daardoor een vrij gesloten gemeenschap. Men was heel hecht.’ Omdat er vrij veel mensen uit het westen des lands naar Veenhuizen verhuisde, sprak men in het nabij liggende Norg nog wel eens over de ‘Koloniekak’. Later werd er zelfs nog een boek met die geuzennaam als titel geschreven.

In Veenhuizen leerde hij Hillie kennen. ‘We waren buren en spraken elkaar geregeld via de dakgoot.’ Hun gezamenlijke jeugd in het dorp was fijn, maar ook apart. Nóg voor Henk later bij de gevangenis zou komen te werken, was het omgaan met veroordeelde criminelen al vrij normaal. ‘We hadden in die tijd vrij vaak “tuinmannen”. Dat waren dan mensen die vast zaten en in de omgeving de tuinen bijhielden. Dat was vrij normaal, je ging er ook normaal mee om. In huis kwamen ze nooit. Koffie dronken ze in het schuurtje. Maar je groeide er als het ware mee op.’

Voordat Henk zelf bij de gevangenis zou komen te werken, was hij 9,5 jaar beroepsmilitair. In die hoedanigheid zat hij zelfs nog een tijdje in Duitsland, alwaar de Duitse bevolking de Nederlanders verweten dat ‘Holland de oorlog was begonnen.’ Uiteindelijk stopte hij bij de luchtmacht, omdat Henk nog wel eens overhoop lag met de leidinggevenden. ‘Hij had de mond te groot’, zou Hillie zeggen. Na een aantal omzwervingen, kwam hij uiteindelijk weer in Veenhuizen terecht. Eerst werkte hij als chauffeur voor de gevangenis, later kwam hij vast in Bankenbosch te werken.

Nog niet zo lang na zijn aanstelling in Veenhuizen, werd er een boevenbus (met zo’n dertig inzittenden) gekaapt. ‘Het was landelijk nieuws’, zegt Henk. ‘Een dienstdoende bewaker gooide zijn fiets nog voor de bus, in de hoop dat de bus zou stoppen. Dat lukte natuurlijk niet en de bewaker moest er later zelfs uitgebreid verantwoording voor afleggen.’ De criminelen werden allemaal even later opgepakt, maar Veenhuizen stond opeens volop in het nieuws.

Henk, die in de gevangenis zijn MBO Sociale Dienst zou afronden, werkte uiteindelijk 36 jaar met groot plezier in het gevangeniswezen. Met het dorp was Henk inmiddels al lang vergroeid. Zo was hij betrokken bij de heroprichting van de toneelverenigingen, was hij voorzitter van de voetbalclub, betrokken bij de jeugdsoos (nu nog bij de ouderensoos), de tennisvereniging, het Oranjecomité en was hij nog betrokken bij Gemeentebelangen. ‘Het verenigingsleven speelde zich vooral af in het Verenigingsgebouw. Het was toen wat levendiger dan nu. Jammer dat het dreigt dood te bloeden.’

Na zijn pensionering zou Henk, net als Hillie overigens, vrijwilliger worden bij het Gevangenismuseum. Hillie is nog steeds vrijwilliger, Henk vertrok door de coronacrisis deze maand met de stille trom. ‘Ik heb het jaren lang met heel veel plezier gedaan’, zegt hij. ‘Mijn omstandigheden maken dat ik ermee moet stoppen. Erg jammer.’

Bezoekers van het museum vonden het prachtig om rondgeleid te worden door een oud-medewerker van de bajes. Toch hoefden ze niet op sappige anekdotes te rekenen. ‘Dat vind ik niet kunnen. Je hebt een soort beroepsgeheim. Over namen deed ik ook nooit uitspraken. Dat vind ik gewoon niet bij justitie passen.’

Momenteel is er vooral veel tijd om te genieten van het leven. Wandelen en fietsen in de buurt hebben de voorkeur. Lange reizen, zoals de zes weken naar Noordkaap, lijken verleden tijd. ‘Maar het was prachtig om mee te maken. Echt een aanrader.’