Noordenvelders: Henk van Kalken

RODERWOLDE – Hij werd geboren in Amsterdam en kwam via het Bildt en Wierum uiteindelijk in Roderwolde terecht. Henk van Kalken is inmiddels al 10 jaar Noordenvelder. Het bevalt de 76-jarige schrijver prima in Roderwolde, al mist hij soms de stilte en de uitgestrektheid van de kleihoek. ‘Maar daarvoor in plaats heb ik de gezelligheid, warmte en het naoberschap van Roderwolde teruggevonden.’

Hoewel van Kalken inmiddels met zijn zevende boek bezig is, schrijft hij nog niet zo lang. ‘Ik heb aanvankelijk 1001 baantjes gehad. Zo begon ik als deckboy op een passagiersschip dat op het Caraïbisch gebied voer. Op mijn 18e ging ik de wilde vaart in. Dat betekent dat je niet van tevoren weet wanneer je afvaart en waarheen. Maar het deed zijn naam eer aan; het was een ruig bestaan. Ik was ook daar deckboy; sloofje van de matrozen. Voor die matrozen betekende aanleggen in een haven automatisch een bezoek aan de hoeren. Ik had daar niks mee, ik wilde liever de stad verkennen. Ik ben eens in elkaar geslagen omdat ik daar niet aan mee wilde doen. Dat was de mentaliteit. Ik heb wel veel van de wereld gezien in die tijd, We voeren naar Japan, Amerika, India.’
Van Kalken bleek niet in de wieg gelegd voor dat ruige leven, dus toen hij eenmaal weer vaste grond onder zijn voeten had, ging hij terug naar school. ‘Ik ben opgeleid tot maatschappelijk werker en begon mijn carrière als bijstands maatschappelijk werker. Na een tijd voelde ik de behoefte om meer te doen, dus liet ik me opleiden tot hypnotherapeut. Dat paste goed bij me. Ik begon een praktijk in Leeuwarden, tegenover het beeld van Mata Hari. Over de Kelders, een prachtige plek. Weer later heb ik dat nog een tijd ambulant gedaan, tot aan mijn pensioen.’
Makkelijk was het leven voor van Kalken niet, op zijn negende werd hij uit huis geplaatst omdat jeugdzorg bang was dat hij door zijn gewelddadige vader dood zou worden geslagen. ‘Ik herinner me nog dat mijn vader me zelf wegbracht. Hij droeg die dag zijn rode jas. Daar komt ook de titel van mijn eerste boek vandaan, De Steenrode Jas. Ik vond het vreselijk dat hij me wegbracht, want ik was naast bang voor hem, ook gek op mijn vader. Maar het was thuis inderdaad gevaarlijk voor me, hij had behoorlijk losse handjes. In het tehuis was het trouwens niet veel beter. Jeugdzorg in de jaren vijftig was niet best. Mishandeling, vernedering, misbruik, het hoorde er allemaal bij.’
Op zijn 14e werd hij opgenomen door een gezinsvoogd. Hij was ook regelmatig thuis, waar het steeds veiliger voor hem werd. ‘Ik werd groter en sterker en kon mezelf beter verdedigen. Mijn vader durfde niet meer zo goed.’
Van Kalken kijkt niet met wrok terug op zijn leven. ‘Dat heb ik eigenlijk nooit gedaan. Ik leef met het motto: alles wat er gebeurd is betekenisloos. De enige betekenis die iets heeft, is de betekenis die je er zelf aan geeft. Als je je boos blijft maken op mensen, blijven ze macht over je hebben. Ik onderzoek liever wat ik er zelf mee gedaan heb.’
Zijn motto heeft een boeddhistische inslag. ‘Dat klopt. Ik was altijd al geïnteresseerd in de boeddhistische denkbeelden, maar deed er niet veel mee. Via een vriendin kwam ik er dieper mee in aanraking. Het bleek dat de manier waarop ik leefde, al heel veel overeenkomsten had met het boeddhisme. En nu speelt het een grote rol in mijn leven.’
Zijn eerste boek schreef hij in Roderwolde. ‘Mijn vrouw en ik hebben het huis van Peter van der Velde gekocht, de schooldirecteur en schrijver. Misschien word ik door hem geïnspireerd,’ lacht hij. ‘Ik had al eens wat gekrabbeld, maar toen ik werd uitgenodigd in het programma Vinger aan de pols, om te praten over jeugdzorg in het verleden, vroeg de redacteur of ik niet een boek wilde schrijven. Ik kon alles blijkbaar goed verwoorden. Dus ik begon te schrijven en ben eigenlijk niet meer gestopt. Romans, columns, en nu een boek met horror-elementen. Oh en er ligt nog een niet uitgegeven zelfhulpboek op de plank, over hoe jezelf te bevrijden van gedachten en denkbeelden.’
Van Kalken straalt tevredenheid uit. ‘Klopt. Ik ben tevreden. Natuurlijk komt ouderdom met gebreken, maar mijn leven is goed, samen met mijn vrouw. Ik sport, speel klassiek gitaar, schrijf en doe het huishouden. Af en toe leen ik de buurhond en ga ik erop uit, het dorp in. Ik kijk de toekomst nieuwsgierig tegemoet.’