Noordenvelders: Jan Donkelaar

RODEN – Hij houdt van enorm veel reuring. Als mensen zeggen dat ze op vakantie gaan voor hun rust denkt hij, mij niet gezien. Integendeel, hij zoekt iets op waar het lekker druk is. In de stad Groningen voelt deze Noordenvelder zich thuis. Met een nogal schorre stem staat Jan Donkelaar De Krant te woord, de dag na de uitschakeling van Oranje. Hij zocht deze avond de drukte op in de stad. Met een aantal kameraden waren ze absoluut de oudsten onder de velen die ook kozen voor samen aanmoedigen.

De net gepensioneerde Jan Donkelaar werkte vanaf 1993 als buurtwerker bij Welzijnswerk in Noordenveld (WiN) en hield zich vooral bezig met wijk- en dorpsorganisatie met als doel op te komen voor de belangen van inwoners van het dorp en van de wijk. In eerste instantie veelal in Roden, maar later ook in Peize. Te denken valt dan aan groenvoorzieningen, bestratingen, nieuwbouw of renovatieprojecten. Een van de laatste projecten waar hij zich mee bezighield was de inrichting van een groenstrook aan de Oude Velddijk. ‘Belangrijk om steun te bieden aan bewoners in het gebied om ze zo goed mogelijk voor te bereiden als het gaat om inspraak of op gesprekken met de gemeente.’

Hij vond zijn werk fantástisch om te doen. Zijn hele leven was hij buurtwerker en de verbinder. ‘Verbinder, het is nu een populair woord, maar het klopt eigenlijk wel’, aldus Jan, ik probeerde mensen aan elkaar en aan organisaties te koppelen.’ Hij vergaderde veel met bewoners, gemeente, de wijkagent, zorginstellingen en woningbouwverenigingen, allerlei organisaties die iets met een dorp van doen hebben. Hij was liever de secretaris, maar als hij moest voorzitten probeerde hij de vergaderingen zo kort en krachtig mogelijk te houden. Want laten we wel zijn, veel vergaderen dat is toch best saai.

Waar hij trots op is? ‘Ik ben vooral trots op alle vrijwilligers. Ik werd voor mijn werk betaald, maar de vrijwilligers steken hun nek uit.’ Maar trots is hij ook op alle wijkbelangenverenigingen in Roden. Hij deed er jaren over, maar wist er wel acht op te zetten. Maar Jan richtte ook Dorpsbelangen Peize op en was betrokken bij HOP, het hoefijzeroverleg in hetzelfde dorp. Hij zat met alle voorzitters van verschillende verenigingen, de wijkagent, gemeente en het onderwijs om de tafel. Doel was om kattenkwaad onder jeugd terug te dringen en hoe jongeren hierop aan te spreken.

Jan is altijd in een goede stemming. Als iets niet lukt, gaat Jan op zoek naar de manier om het wel te laten slagen. ‘Het is zelfs zo, hoe meer tegengas, hoe meer ik m’n best ga doen.’ Hij kijkt naar de positieve kant en biedt mensen graag perspectief.

Die positieve kant vond hij ook toen de stadjer van weleer verhuisde naar Roden. Hij wilde helemaal niet weg uit Groningen, vond Roden een gat, toen z’n vrouw op funda twee huizen had gevonden op het Drentse platteland. ‘Het eerste huis was gelukkig niets en toen we voorreden bij huis twee dacht ik hetzelfde.’ Maar toen hij binnenkwam was hij verkocht. De woning gaf de doorslag om toch te verhuizen. Hij moest echt wennen. ‘Roden heeft niet het stadse karakter zoals velen zeggen.’ Toch weet Jan dat hij hier nooit meer weggaat nu hij alles hier inmiddels heeft gevonden. Hij zit op volleybal en tennis en doet aan walking voetbal met allemaal gepensioneerde mannen, waar hij zich na het beëindigen van z’n werkzame leven bij aansloot. En zit hij nu ook in z’n eigen wijk als bestuurder in de belangenvereniging en zit hij in het bestuur van het dorpshuis in Nieuw-Roden. Ook maakte hij met 4 gepensioneerde kameraden de afspraak om elkaar eens in de 14 dagen op te zoeken om iets leuks en gezelligs te gaan doen.

Hij is dan wel gestopt met werken, hij blijft graag onder de mensen. ‘Bedenk dat je naast 8 uur slaap nog 16 uur in een dag hebt zitten. Ik zoek dus nog wel iets om overdag te gaan doen. Daar moet ik me nog even op oriënteren.’

Met z’n grootste hobby sporten kan Jan voorlopig goed uit de voeten. Naast volleybal en tennis, maak hij ook regelmatig een rondje op z’n racefiets of speelt hij een potje biljart. ‘Het liefst doe ik elke dag iets aan beweging.’

‘Of ik een boodschap heb? Dan kom ik toch terug op onze vrijwilligers. Ze hebben allemaal een passie om dit te doen, behandel ze dan ook op die manier. Dit land valt of staat namelijk met vrijwilligers!’