Noordenvelders: Jan Haaijer

Als hoofd van de school maakte Jan Haaijer de fusie tussen de oude Meester Zondagschool en de Scheepsta School mee. Op OBS de Marke zou hij nog tot 2010 directeur blijven. Maar Jan blijkt een veelzijdig mens. Zijn talent en voorliefde voor muziek, maakt dat hij nog steeds het ritme in het alledaagse vindt.

Al bijna vijftig jaar woont Jan samen met Dinie in Roden. Geboren werd hij in het aardbevingsgebied. Van Sappemeer verhuisde hij naar ’t Zandt, om vervolgens in Zeerijp het gros van zijn jeugd door te brengen. Toen Jan na de ULO nog niet wist wat hij wilde gaan doen, besloot hij naar de kweekschool in Appingedam te gaan. ‘In die tijd speelde ik in verschillende orkestjes. Het was de tijd van de dancings, wij speelden zogeheten ballroommuziek. Ik speelde nog met mijn vader samen en ben later bij een band uit Delfzijl gegaan. Zij zochten een trompettist en een zanger, ik was beide. Ze hadden een overvolle agenda, iets wat ik reuze-interessant vond. Ik deed het in mijn vrije tijd, naast mijn opleiding aan de Kweekschool. Het was erg lucratief, mag ik wel stellen. Later twijfelde ik nog of ik door wilde in de muziek. Mijn vader stimuleerde mij, had graag gezien dat ik naar het conservatorium zou gaan. Maar ik twijfelde. De Kweekschool vond ik ook leuk, dus ben ik dat gaan doen.’

Jan leerde in die periode Dinie kennen. En hij moest in dienst. Reden voor het duo om te gaan trouwen. ‘Ja, dat was nogal een lumineus idee’, lacht Jan. ‘De gewoonte was in die tijd dat de vrouw zou stoppen met werken, als er getrouwd werd. We leefden dan van het geld wat ik kreeg voor mijn diensttijd.’ Ondertussen bleven de muzikale handen van Jan jeuken. ‘Ik was gelegerd in Appingedam en had het zo geregeld dat ik ’s weekends weg kon, om in een bandje te spelen. Dat was een mooie tijd.’

Na zijn diensttijd volgde een jaar in Woltersum, onder de rook van Ten Boer. ‘De school vormde daar het hart van het dorp’, zegt Jan. ‘Alles werd er georganiseerd. Viswedstrijden, schaatsen in de winter, noem maar op. Alles ging vanuit de school, die echt een centrale rol in het dorp vervulde. Dat is iets wat ik later meenam naar Roden. Op de Marke hebben we ook veel proberen te organiseren vanuit de school. Ik ben van mening dat een school meer is dan een goede onderwijsinstelling.’

Aanvankelijk solliciteerde Jan op een functie op Het Valkhof. Hoewel hij daar niet aan de bak kwam, vond hij toch in Roden zijn werk. Op de Meester Zondagschool. Al snel volgde hij meneer Dragstra op, die na ruim twintig jaar stopte als hoofd van de school. Hoewel Jan van zins was om via het primair onderwijs door te stomen naar het voorgezet onderwijs, vond hij in het directeurschap een prachtige functie. ‘Toen ik begon als hoofd van de school, stond ik negentig procent van de tijd nog voor de klas. Pas later veranderde de taak steeds meer en toen ik afscheid nam in 2010, stond ik al jaren niet meer voor de klas.’

Jan was nauw betrokken bij de fusie tussen de Meester Zondagschool en de Scheepstra School tot OBS de Marke. Een fusie waarover best wat te doen was. ‘Je moet de sentimenten en de emoties van mensen daarbij niet vergeten’, zegt hij. ‘Maar de fusie verliep uiteindelijk prima. Na een paar maanden liep het als een trein. Een prima besluit.’

In 2010 nam Jan afscheid van het onderwijs. Hij had de laatste jaren de werkdruk zien groeien en snapt maar al te goed dat leraren het steeds meer beu worden. ‘Er zijn simpelweg te weinig middelen om de taken van de leraren, die steeds breder worden, goed uit te kunnen voeren. Nog steeds bestaan er klassen met meer dan dertig leerlingen, schandalig gewoon. Ik snap de frustraties in het onderwijs maar al te goed.’

Nu hij al tien jaar met pensioen is, heeft Jan tijd voor andere dingen. Hij mag graag tennissen en fietsen, houdt zich op allerlei manieren bezig. Zo speelde hij tot voor kort nog met een vriend in verschillende verzorgingstehuizen. ‘Dan spelen we liedjes en vertellen daar een verhaal bij. Ontzettend dankbaar werk. We repeteerden nog wekelijks, wij noemden dat “een beetje klooien”. De bezoeken aan verzorgingstehuizen zitten er nu niet meer in. Daarbij moest ik het de laatste tijd alleen doen. Ik denk niet dat ik er mee doorga, maar ik blijf altijd met de muziek bezig!’