Noordenvelders; Janneke Ulrich

Wie graag onder de mensen is, voelt zich in het welzijnswerk als een vis in het water. Dat merkte Janneke Ulrich uit Alteveer. Ze hield zich bezig met ‘De Roegte’ in Roderesch, zag de komst van ’t RAShuys en hield zich op nog veel meer vlakken bezig met vrijwilligerswerk. Ondertussen pakte ze op latere leeftijd nog een studie rechten op. Van de hak op de tak? Misschien. ‘Ik ben niet planmatig. Als ik denk: dat vind ik leuk, dan ga ik ervoor.’

De beelden in de tuin verraden de artistieke achtergrond van Janneke. Ze hield altijd al van tekenen, schildert met een vaste club en pakte jaren geleden het beeldhouwen op. Sowieso heeft ze een groot kunsthart, getuige de werkzaamheden voor K38 en het jaarlijkse Wat ’n Kunst-festival. Maar zelf kan ze dus ook wat. ‘In 2005 begon ik met beeldhouwen. Dat doe ik wekelijks in Koudum. Dan zie ik je kijken: Koudum? Ja, daar volgde ik een opleiding. Sindsdien heb ik allerlei beelden gemaakt. Enkele beelden staan hier in de tuin.’

In haar schilderclub staat Janneke niet bekend als iemand met engelengeduld. ‘Ik ben van het principe lange halen snel thuis. Ik wil schilderijen afmaken, het liefst tijdens één bijeenkomst. De docent wees mij er wel eens op dat ik geen muur aan het schilderen ben. Daar had ze gelijk in. Ik probeer van zulke opmerkingen te leren en ik kan nu best iets langer over mijn werk doen. Maar het liefst ga ik aan de slag en ben ik zo klaar.’

Het typeert Janneke. Ze kwam in 1973 met haar man Willy in Alteveer wonen. ‘Alteveer 11 heette het hier’, zegt ze. ‘Er stond een oude arbeiderswoning. Later hebben we een nieuw huis gebouwd.’ Sinds ze in Alteveer woont is Janneke actief in het welzijnswerk. ‘Er gebeurde veel in die zeventiger jaren. Zo kwam de peuterspeelzaal hier op. Ik ben gevraagd om dat, samen met anderen, op te pakken. Erg leuk. Het hield nog jaren stand.’

Later kwam ook De Roegte op gang. Een oude keet van Jarino werd omgebouwd tot ontmoetingsplek voor de jeugd. ‘Er kwam toen veel jongelui op af. Het waren mooie tijden. Officieel mocht er geen bier geschonken worden, maar vaak werden er twee kratten pils geregeld. Iedereen hield elkaar in de gaten en het leverde nooit problemen op. De gemeente wist ervan maar stond het oogluikend toe. Mooie tijden.’

Niet te vergelijken met nu, geeft Janneke aan. ‘Er werd meer voor de jeugd georganiseerd, maar er was simpelweg ook meer jeugd. Later kwam ’t RAShuys. Toen De Roegte verdween, was dat even slikken. Zoveel herinneringen…’ En het mooie, vindt Janneke, was dat alles zelf georganiseerd werd. ‘De zelfredzaamheid is heel groot. Dat is sowieso het geval in de RAS-dorpen.’

Al veertig jaar is Janneke actief voor allerlei verenigingen en allerhande organisaties. ‘Ik houd van het contact met de mensen. Zo zit ik ook in het bestuur van de PvdA Noordenveld. Het gaat niet om mij, ik vind het prima op de achtergrond, maar ik mag ook graag de knuppel in het hoenderhok gooien. Bovendien leer ik er enorm van. Als voorzitter van vergaderingen werd mij soms verweten dat ik het niet strak genoeg hield, dat ik te veel meegaand was. Zoiets neem je dan ter harte en daar ga je mee aan de slag.’

Na haar studie rechten ging ze aan de slag voor de provincie Groningen. Nadat ze haar bul had gehaald, kwam ze als 48-jarige binnen bij de provincie. Dat was wennen, maar toch vond Janneke het erg plezierig werk. ‘Ook daar leerde ik van. Je leert de andere kant zien, je horizon te verbreden. “Als iemand één keer zegt dat je een kameel bent, dan denk je: het zal wel. Als iemand het vier keer zegt, ga je een zadel halen.”’ Janneke lacht: ‘Wat ik ermee wil zeggen is dat je moet leren van de kritieken van mensen. Als je luistert naar wat er gezegd wordt, kun je daar veel van leren.’

Inmiddels is Janneke als coach actief. Professionele coaching, zoals advies op werkgebied. Het ontdekken van andermans kwaliteiten heeft iets bijzonders, vindt ze. ‘Iedereen kan wel iets, vindt wel iets leuk om te doen. Dat moet je kunnen zien.’ Ze vervolgt: ‘Die interactie vind ik prettig, maar heb ik ook gewoon nodig. Ik moet mensen om me heen hebben.’