Noordenvelders; Jannes en Jansje Bezu

Het is de winkel voor de man die niet van winkelen houdt. Voor de man die snel klaar wil zijn. De winkel waarvan de eigenaar je bij binnenkomst al kan vertellen welke maat je hebt. Bucky viert haar veertigste verjaardag. De zaak in de Wilhelminastraat, bestiert door Jannes Bezu, is een fenomeen in de broekenbranche. Maar eigenaren Jannes en Jansje zijn inmiddels fenomenen.

Woensdagochtend, half tien. Jannes is al druk bezig in zijn pittoreske winkel. ‘Iedere dag begin ik om half tien, op zaterdag om negen uur. Standaard.’ Als even later zijn vrouw Jansje is gearriveerd, duurt het niet lang of de eerste klant van de dag dient zich aan. En die klant gaat begrijpelijkerwijs voor het interview. ‘Begin jij maar vast’, gebiedt Jannes zijn vrouw. ‘Ik kom er zo aan.’

En dus denkt Jansje op verzoek terug aan het begin in 1979. ‘Ik herinner het me als de dag van gisteren. Ik werkte in de verpleging, Jannes werkte bij Pico Bello & Crack in Assen. Hij had verstand van zijn vak en wilde voor zichzelf beginnen. Op dat moment woonde hij nog bij zijn moeder in Norg en woonde ik in Tynaarlo. In Roden kwam dit pand vrij. Eerst zat Boetiek Marianne hier, het pand besloeg nog geen veertig vierkante meter. Hier begonnen we en we zitten er nog steeds.’ De naam Bucky werd bedacht door Jansje. ‘Ik kwam die naam tegen op een lijst bij de röntgenafdeling van het ziekenhuis waar ik werkte. Een leuke naam, vond ik. En daarom is het Bucky geworden.’

Roden zag er in 1979 heel anders uit. ‘Dit was nog een tweerichtingsweg’, weet Jansje. ‘En de broeken met zijbies waren toen mateloos populair.’ Jannes, die inmiddels zijn klant naar volle tevredenheid heeft kunnen helpen, is er bij komen staan. ‘De panden hier tegenover waren er nog niet’, zegt hij. ‘Die werden pas later gebouwd. En alles was nog lokaal hè. Het waren allemaal lokale ondernemingen. Ook de ingang van onze winkel zat nog aan de andere kant, wat nu de kant van de Wibra is. Vandaar dat we bij de huidige ingang zo’n gek drempeltje hebben.’

De zaken liepen vanaf het begin goed. Zo goed zelfs, dat Jannes en Jansje in 1981 met Joy begonnen. Later kwamen er nog meer winkels bij, waaronder Pico Bello met kinderkleding. ‘Daarvoor regelde ik de inkoop’, zegt Jansje, die haar baan in het ziekenhuis achter zich had gelaten. Spijt kreeg ze er nooit van. Zoals later ook hun zoon Jeroen en dochter Pascal geen spijt zouden krijgen van het kiezen voor de modebranche. Zelfs hun partners Cabien en Stefan delen deze passie. ‘We zijn een echt familiebedrijf’, aldus Jannes. ‘Dat is ook onze kracht. We werken kei- en keihard. Ook buiten werktijd gaat het vaak over de zaak.’ Jansje vult aan: ‘Het is maar goed dat ons derde kleinkind op komst is. Dan gaat het aan de eettafel ook nog eens ergens anders over.’

Dat Bucky het vanaf dag één goed heeft gedaan en nog steeds niets te klagen heeft over haar klantenbestand, is volgens Jannes niet heel verwonderlijk. ‘We hebben altijd de juiste mode op het juiste moment gehad’, zegt hij. Jansje noemt klantenkennis als voordeel. ‘Jannes is een lieve man en een goede verkoper. Hij weet wat zijn klanten willen en waar ze naar op zoek zijn.’ Het is opmerkelijk dat Bucky de zaak is voor de man die niet graag winkelt, want zelf hield Jannes daar altijd enorm van. ‘Ik ging vroeger veel met mam op pad. Allerlei winkelcentra bij langs en overal winkels kijken. Ik vond dat prachtig.’ Vandaar ook dat hij op zijn achttiende begon te werken in een kledingzaak in Assen. ‘Mijn middelbare school heb ik niet afgemaakt. Ik wilde geld verdienen om op stap te gaan.’

Achteraf bleek dat een goede keuze, want op stap leerde hij Jansje kennen. ‘Op 23 april 1978’, weet Jansje. ‘In het Hof van Rolde. Daar gingen we ’s weekends altijd heen. Aan de bar raakten we aan de praat en bleek dat we dezelfde verjaardag deelden. 24 augustus.

Na jaren hard werken, kunnen Jansje en Jannes het tegenwoordig rustiger aan doen. Zo hoeft Jannes zich nog nauwelijks te bemoeien met het management en de inkoop, dat laat hij aan Jeroen en Pascal over. Jansje is bovendien verheugd dat haar man eindelijk een hobby gevonden heeft. ‘Hij golft nu vrij regelmatig.’ Jannes voegt toe dat dit vrij aardig gaat. ‘En ik heb er lol in. Het is ontspannend. Je bent alleen op dat balletje gericht. Dat geeft een soort rust.’ Hij vervolgt: ‘Mijn werk in de winkel bij Bucky zie ik als hobby. Ik doe het nog graag, hou van het contact met de klant. Op deze manier houd ik het met gemak nog tien jaar vol. Mijn streven is om er dan mee te stoppen. Dan ben ik 72 en ben ik vijftig jaar zelfstandig ondernemer.’