Noordenvelders – Jans Darwinkel

Noordenvelders

Deel 23

Jans Darwinkel

Als je 42 jaar voor de klas hebt gestaan, is de kans groot dat je inmiddels half Roden kent. ‘En half Norg en een kwart van Peize’, rekent Jans Darwinkel uit. Het is een ruwe schatting, maar dat Jans een bekende Noordenvelder is, staat vast. Leraar, gemeenteraadslid, voorzitter van VV Roden: de vele functies maakten Jans tot een bescheiden bekendheid. En bescheiden is hij nog steeds.

Het is woensdagochtend. Koffietijd. Op de keukentafel ligt het dagblad. Jans stortte zich net op een artikel over Charlison Benschop, de nieuwe spits van FC Groningen, toen de deurbel ging. ‘Ik volg alles’, zegt Jans. Een voetballiefhebber mag hij met recht worden genoemd. ‘Als de Eredivisie start, staat hier van vrijdag tot en met zondag voetbal op.’ Zelf voetbalt hij ook nog. In Roden 8, met coryfeeën als Wim Liewes en Hans van der Laan. ‘We spelen dan onderling een partijtje. Daarna even de derde helft in de kantine. Dan wordt alles besproken. Van voetbal tot aan politiek. Er wordt serieus gepraat en veel gelachen. Heerlijk.’

Jans (1950) groeide op als boerenzoon in Westervelde. In de tijd dat er naast wat boerderijen, een smederij, een café, een kruidenier en een school verder niets was in het pittoreske dorp.  Jans wordt gauw nostalgisch als hij terugdenkt aan zijn jeugd. ‘We waren altijd buiten. Vissen, voetballen. Altijd voetballen. Je had toen niet door dat de wereld zo zou veranderen.’ Even valt hij stil. Dan, al grinnikend: ‘Het doet een beetje denken aan Het Dorp van Wim Sonneveld.’

Na zijn basisschooltijd in Westervelde ging Jans naar de HBS in Assen. In de derde klas wist hij al dat hij onderwijzer wilde worden. ‘Ik had alleen geen affiniteit met muziek en tekenen. En voor die opleiding was dat vrij belangrijk.’ En dus sloeg Jans een andere richting in. Zijn bijbaan als monsterafnemer van melk wekte een fascinatie in Jans op. Hij ging zuiveltechnologie studeren in Bolsward. ‘Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan’, vertelt Jans. ‘Ik kreeg de mogelijkheid om in Den Bosch een éénjarige pedagogische-didactische opleiding te volgen. Op die manier kon ik voor de klas komen te staan als scheikunde en biologie docent.’ Hij begon in Enschede en na een driejarige omzwerving in Hoogezand, kwam hij als onderwijzer in Roden terecht. Leerlingen liepen met hem weg. Jans had (en heeft!) humor, is oprecht geïnteresseerd in anderen en is goudeerlijk. Op zijn 36ste werd hij al adjunct-directeur en later werd hij directeur op de mavo in Roden. Hij was 52 toen hij besloot weer voor de klas te gaan staan. ‘Ik ging weliswaar terug in aanzien en salaris, maar vond het heerlijk. Nooit spijt van gehad.’

Spijt kreeg hij ook nooit van de beslissing om in 1985 toe te treden tot Gemeentebelangen. ‘Gemeentebelangen bestond al decennia lang in Peize en Roden, maar in Norg werd het net opgericht. Ik had het idee dat de gemeente er niet altijd voor de burger was, maar dat het te vaak andersom was. Dat kan niet de bedoeling zijn. In ’86 kwam ik in de raad. Twaalf jaar later – vlak voor de herindeling – kwam opeens mijn moeder naar een vergadering. Die kwam er anders nooit. Bleek dat ik een lintje kreeg omdat ik twaalf jaar in de raad had gezeten. Van mij hoefde het niet zo nodig. Maar je weigert hem natuurlijk ook niet.’

Achteraf vindt Jans het verwonderlijk dat hij overal maar tijd voor vond. ‘Ik was raadslid, had een drukke baan en floot op zondag nog bij GOMOS. Hoe hou je het vol hè?’. Niet dat Jans momenteel niets om handen heeft. Hij is nog veldbioloog, bekommerd zich om allerlei vogels en speelt sinds een paar jaar bridge. ‘Dat is gamen voor ouderen, echt waar. Je bent nooit uitgeleerd en wordt in kleine stapjes beter. Een heel boeiend spel.’ Ondertussen volgt hij de gemeentelijke politiek op de voet. Hoe kan het ook anders, zoon Jos zit immers voor Gemeentebelangen in de raad. ‘Vroeger werd er aan de keukentafel altijd al over politiek gesproken. Ook oudste zoon Bertjaap en dochter Freanne discussieerden vrolijk mee. ‘Politiek heeft mijn horizon verbreed’, blikt Jans terug. ‘Ik had als raadslid altijd mijn antennes uitstaan. Wanneer je eenmaal met het politieke virus besmet bent, laat het je nooit meer los.’ Datzelfde geldt voor het voetbalvirus. ‘Ik volg het regionale amateurvoetbal op de voet. Volgend jaar speelt Roden weer tegen GOMOS, daar verheug ik me nu al op. Wie er moet winnen? Ik heb geen voorkeur. Laat de beste maar gewoon winnen.’