Noordenvelders – Jansje Bezu

Ze zou verpleegkundige worden. Dat stond als een paal boven water. Toen ze achttien was volgde Jansje Bezu de drieënhalfjarige Inservice-opleiding in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen, waar ze na drie maanden vooropleiding meteen de afdeling op kon. Een ontmoeting op 23 april 1978 maakte dat haar leven anders liep dan gepland. In het Hof van Rolde kwam ze Jannes tegen, dé discotheek destijds. Ze wist: dit is hem. Met een smoes maakte ze contact. ‘Ik heb je eerder gezien, lag je niet in het Wilhelmina Ziekenhuis?’ Sindsdien zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Samen wisten ze een mode-imperium op te bouwen met in de hoogtijjaren achttien winkels.

Jansje Bezu geniet van haar droomplek aan de Brink in Roden. De reuring aan de ene kant en de rust aan de andere kant is prettig, vindt ze. Jannes werkte in een jeanszaak in Assen toen Jansje aan de slag was als verpleegkundige in het Asser ziekenhuis. Ze is geboren en getogen in Tynaarlo, Jannes in Langelo. De discotheek in Rolde was de place to be in die tijd. ‘Hij was met een groepje jongens. Ik vond hem meteen leuk.  Hij had een overhemd van zijn opa aan, echt hip was dat. Toen ze op de raling achter de dansvloer gingen zitten greep ik mijn kans. Hij had een kettinkje om met het sterrenbeeld ‘maagd’. Dat ben ik ook. Bleken we ook nog eens op dezelfde dag jarig te zijn. Vanaf toen was het aan.’

Al na drie maanden deed Jannes de inkoop van de zaak in Assen. ‘Als ik een broek moest kocht ik die natuurlijk bij hem. En als ik nachtdienst had gingen we samen pizza eten bij Contini in de stad. Al snel begon Jannes over een eigen zaak. Als hij geld kon verdienen voor iemand anders, moest hij dat ook voor zichzelf kunnen,  zei hij. Samen bekeken we allerlei centra. Op 11 oktober 1979 werd Bucky geopend, twee jaar later, op 9 september 1981 JOY. Vanaf dat moment ben ik gestopt als gediplomeerd verpleegkundige in het ziekenhuis om in de zaak te werken. Dat was wel even wennen.’

In rap tempo groeide het imperium van Jannes en Jansje. Onder andere in Haren, Zuidlaren, Assen, Sneek en zelfs Burgum kwamen er kledingzaken bij. JOY-filialen en Pico Bello-winkels voor kinderen. Op het hoogtepunt runde het ondernemerspaar 18 winkels. De zaken gingen goed. Tot de bankencrisis die in 2008 begon. ‘In het begin hadden we daar nauwelijks last van. De ellende begon in 2011. Dat was een rampjaar. In 2013 waren alle Pico Bello’s weg.’ Sterk als de Bezu’s zijn, overleefden ze de crisis. Met dank aan zoon Jeroen Bezu. ‘Dat Jeroen in de zaak zou komen stond al vroeg vast. Hij was twaalf jaar, toen hij bundels sokken verkocht op de stoep voor Bucky. Een echte jeansfreak was het. Na de detailhandelsschool ging hij naar TMO, de hogeschool voor modemanagement. We hebben veel aan hem te danken. Hij heeft ons door de crisis geloodst. Jeroen is een manager, thuis in ICT. Hij weet hoe hij spullen aan moet leveren bijvoorbeeld bij banken. Jannes is een koopman. Een man van volle winkels en veel voorraad. Jeroen is van het budgetteren. Zeker botste dat weleens. Maar alles werd altijd opgelost. Jannes heeft het management steeds meer losgelaten. En Jannes geniet als hij in Bucky staat. Bucky is Jannes. Mensen komen overal vandaan om bij hem een broek te halen. Grappig, het is een lelijke winkel natuurlijk, haha. Plexiglas, glas, draadstaal, een rommeltje is het. Maar dat is misschien juist de charme. Bucky is sinds 1979 niet veranderd. Nergens anders in Nederland staat zo’n winkel heb ik wel eens gehoord. Jannes doet het nu iets rustiger aan. Een dag per seizoen gaat hij met Jeroen op inkoop voor zijn eigen handel. Maandag en dinsdag zijn z’n vrije dagen en hij heeft het golfen opgepakt. Daar ben ik blij mee. Ik moet er niet aan denken om een man thuis te hebben die op de bank voor de tv hangt. En een klusser is hij ook niet.’

De bedrijfsvoering van de vijf JOY-filialen ligt in handen van Jeroen en zijn zus Pascal, die ook in de zaak is gestapt. Jansje staat nog één dag in de week in de zaak in Zuidlaren en past twee dagen op haar kleinkinderen. ‘Dat Pascal samen met Jeroen de directie zou voeren, dat ze samen in de auto zitten om inkopen te doen, hadden we nooit durven dromen. Ze is opgeleid psycholoog, daar zag ze haar toekomst in. Toch liep dat anders. Ook de partners van Jeroen en Pascal werken in de zaak. Een familiebedrijf is prachtig en spannend tegelijk. Zeker in deze moeilijke tijd. Als we pech hebben, staan we allemaal op straat. Toch blijven we positief. Als je ziet hoe trouw onze klanten zijn, echt fantastisch. Die waardering doet je goed. In snel tempo zijn we een postorderbedrijf geworden. Een leerzaam proces. Ondanks alles hebben we het heel gezellig.’