Noordenvelders; Johan Marsijla

Onderhand een BN’er. Tig kinderen in Roden en omgeving leerde hij pianospelen. En anders kennen veel mensen hem wel van de Marke. Al bijna 20 jaar staat hij als muziekleraar voor de klas op de basisschool in Roden. Leert zijn pupillen liedjes als de Lentecanon. Muziek is goed voor de sociale ontwikkeling van kinderen, vindt hij. En bovenal zorgt het voor een hoop plezier. Lekker samen zingen, daar word je vrolijk van. Toch gaat er straks iets veranderen. De Marke gaat flink snijden in muziekonderwijs. En daar vindt Johan Marsijla iets van. In gesprek met de muziekdocent in hart in nieren over muziek, de tuin en de boot.

Een tuin om jaloers op te zijn. Het smalle klinkerpaadje dat leidt naar de muziekschool achter de woning van pianoleraar Johan Marsijla uit Roden is omlijst met prachtige groene varens. Het is zo’n tuin waarin alles bloeit en groeit. Geen dooie bloem te spotten in de riante tuin van Johan en Marianne Marsijla. Hier lijkt het gras letterlijk groener dan bij de buurman. Johan reageert bescheiden op de complimenten: ‘Ach, ’t zou best nog mooier kunnen’. Toch is de tuin niet echt zijn ding. Des te meer van zijn vrouw Marianne. Doe hem de grasmaaier maar. Of de boot. Regelmatig trekken ze er samen op uit. Over de wateren van Friesland het liefst. “Eerst hadden we een zeilboot. Nu een grote motorboot. We vinden het heerlijk op het water. Friesland is de mooiste provincie qua waterlandschap. Het leuke is dat je in een half uurtje varen weer in een ander dorpje bent.”

Toen Johan in 1979 van de Pabo kwam, ging hij aan de slag als schoolmeester in Woldendorp, in de buurt van Delfzijl. “Daar heb ik twee jaar gewerkt. Ik wist dat ik daar weg moest. Ik was de jongste en moest er als eerste uit in geval van krimp, hadden ze me verteld. Toen dacht ik: ik ga niet steeds weer solliciteren samen met 400 anderen. Ik begin voor mezelf. Ik had een muziekspecialisatie op de Pabo. Daarnaast volgde ik al tien jaar pianolessen. Jarenlang trok ik door Groninger dorpen om pianolessen te geven. Ik kwam in dorpen waar helemaal geen faciliteiten waren. Ik had het druk. Door mond tot mond reclame ging het snel.” In de tachtiger jaren kwam Johan in Roden terecht. Zijn liefje Marianne (die hij kende van de Pabo) had een appartementje in de Van Bergenstraat. Johan trok er bij in. Het stel sliep op zolder en in de slaapkamer stond een orgel. “Marianne kreeg als snel een baan. Via oud-directeur van de Marke Jan Haaijer. Ik kende hem uit de muziek. Toen was het nog een eis dat je in hetzelfde dorp moest wonen waar je ook les gaf. Nu hoeft dat niet meer. Ze komen overal vandaan. Jammer vind ik. Je hebt toch veel meer een binding met de school als je ook in het dorp woont. Mensen kennen je. Spreken je gemakkelijk even aan. Dat komt de school ten goede. Later vroeg Jan Haaijer me of ik misschien de muzieklessen  van hem wilde overnemen. Dat deed hij eerst zelf. Zo ben ik op de Marke terecht gekomen. Een mooie combinatie met mijn muziekschool. Het leuke vind ik het contact met leerlingen en collega’s. Alleen de muziekschool is best eenzaam.  6 uur per week geef ik muzieklessen aan de groepen 3 tot en met 8. Veel zang. Mijn kapstok is meestal een liedje. De Lentecanon bijvoorbeeld. Ken je dat?” Onmiddellijk speelt Johan het deuntje op de piano. Zeker een bekende. Iets met de lente is weer in het land, bloemetjes aan de waterkant.

Muziek is zó belangrijk voor de sociale ontwikkeling van kinderen, weet hij. “Zelfs het meest onopvallende kind kan ineens tijdens de muzieklessen helemaal uit de hoek komen. Mooi om te zien. Muziek zorgt voor plezier. Samen zingen is goed voor de ontspanning. Het gekke is dat muziek zich altijd moet bewijzen. Heel bijzonder. Dat mensen zeggen: rekenen is belangrijk. Muziek moet zich altijd legitimeren. Dat de Marke de uren voor muziek gaat halveren vind ik een slechte zaak. Volledig tegen de landelijke ontwikkelingen in. En het Drentse Muziekakkoord. Meer muziek in de klas wordt juist overal gepromoot.  Afnemende leerlingaantallen en minder formatie wordt opgevoerd als reden. Het had ook anders gekund, daar ben ik van overtuigd. Hoe het komende schooljaar eruit komt te zien weet ik niet. Ook niet hoe we de overgebleven drie-en-half uur gaan verdelen over de groepen. We gaan het zien. Eerst maar eens vakantie!”