Noordenvelders – Koos Strijker

Deel 63

Koos Strijker

Geboren in Zuidhorn, maar geaard in Nietap. Koos Strijker woont al bijna drie decennia in het dorp aan de rand van de gemeente Noordenveld en voelt zich er zo thuis, dat hij voor geen goud meer zou vertrekken. ‘Ons leven ligt hier’, zegt hij stellig. ‘Toen ik vijftig werd, vierden we een groot feest hier in de kroeg. Vrienden, familie en ontzettend veel Nietappers waren aanwezig. Dat is mijn leven. Prachtig.’

Om een praatje zit Koos zelden verlegen. Waarschijnlijk speelde dat mee in de hoofden van Jan Smit en Gerard Dijkhuizen toen ze Koos zo’n zestien jaar terug vroegen iets voor het Buurtschap Nietap te doen. Hij deed dat negen jaar, om er mee te stoppen toen hij samen met twee anderen een eigen bedrijf begon, je doet het goed of je doet het niet. DAS Grondwerken is inmiddels een gerenommeerde naam in de regio. ‘Ik houd van het werk’, zegt Koos. ‘Buiten zijn vind ik heerlijk. Je doet mij er geen plezier mee om mij de hele dag achter een bureau te zetten.’

Als ondernemer in de grond-, weg- en waterbouw, verwacht Koos net als anderen lastige tijden. ‘Momenteel hebben we nog genoeg werk, maar de telefoon is aardig stil. De vergunningverlening is tegenwoordig een heikel punt, maar dat heeft vooral met het PFAS-verhaal te maken.’ Het stikstofverhaal komt daar bovendien nog eens overheen en daaroverheen nu vertraging in de procedures als gevolg van de corona. Eind oktober toog Koos met collega’s naar Den Haag om te protesteren. ‘De makke van onze sector is dat wij te zelfredzaam zijn. We hebben niet gauw de bek vooraan, maar gingen wel naar het Malieveld. Heb je daarna nog wat van onze sector gehoord? Te weinig denk ik. Dan laten de boeren zich meer horen.’

Ondertussen dragen Koos en zijn collega’s een klein steentje bij aan het bezweren van de coronacrisis, al wil hij er zelf niks van weten. ‘We hebben met spoed een helikopterplatform voor het Wilhelminaziekenhuis aangelegd. Leuk om te kunnen doen maar nee, ik zou niet zeggen dat wij daarmee een échte bijdrage aan het bestrijden van het coronavirus. Dat valt in het niet bij de mensen die in de zorg werken.’

We gaan terug in de tijd. Koos groeit op in Zuidhorn, een dorp waar de kerk nog steeds een grote plek in het dagelijks leven inneemt. 27 jaar terug vertrekt hij voor Andrea naar Nietap. ‘Nooit spijt van gehad’, zegt Koos. ‘De sfeer is hier gemoedelijker. Ik zeg altijd dat we in de gouden driehoek wonen. Op een kwartier tot twintig minuten van Groningen, Drachten en Assen. Als je een beetje doorrijdt tenminste.’ Koos lacht, maar kijkt dan bloedserieus. ‘Ik meen het hoor. We wonen hier prachtig, met de natuur om de hoek.’

Om Nietap een leefbaar dorp te houden, is onderlinge betrokkenheid belangrijk. Vandaar dat Koos zich toch alweer jaren voor de Buurtschap inzet en inmiddels al een aantal jaar voorzitter is. ‘Vroeger was ik ook marktmeester van de rommelmarkt van OBS de Flint. Ik vind het leuk om me met zulke dingen bezig te houden. Zeker in een tijd waarin de sociale betrokkenheid afneemt. Het is belangrijk om  je voor het dorp te blijven inzetten. Een bloeiend verenigingsleven waarborgt de omgeving.’

De Buurtschap maakt zich onder andere al jaren hard voor de nieuw te bouwen school in Nietap. ‘Die nieuwe school moet er gewoon komen. Dat is zó belangrijk voor de leefbaarheid. Een school in het dorp is de bindende factor van het dorp. Zonder school wordt die binding minder.’

En dat terwijl Nietap lijkt te verjongen. ‘Jonge mensen keren terug naar ons dorp. En we zien het ook binnen ons bestuur. Ondanks dat het ontzettend lastig is om vrijwilligers te vinden, maken we een verjonging van het bestuur door. Goed om te zien.’

Als voorzitter heeft Koos zijn woordje klaar. Dat maakt dat hij zijn kop boven het maaiveld uitsteekt. ‘Het contact met de dorpsgenoten is leuk. Je vertegenwoordigt de mensen uit Nietap.’ Problemen met het feit dat Koos vaak eerste aanspreekpunt is, heeft hij dan ook allerminst. ‘Als de mensen mij maar nemen zoals ik ben. Dat doe ik bij anderen namelijk ook en je kunt het niet altijd iedereen naar de zin maken.’

Als voorzitter van de Buurtschap is Koos nauw betrokken bij het regelen van de kermisattracties tijdens de pinksterkermis. Dit jaar is dat niet nodig. ‘Samen met Chris Spelbrink regel ik dat altijd. Wij lopen nu een grote inkomstenbron mis als Buurtschap, maar ik maak mij meer zorgen om de kermisexploitanten. Die gaan het écht lastig krijgen.’

De coronacrisis maakt dat er ruimte is voor rust, al geeft Koos toe het sociale leven te missen. ‘Maar als we ons allemaal aan de 1,5 meterregel houden, moeten we in staat zijn later ons sociale leven weer op te pakken. Ik hoop daarna eenieder in goede gezondheid weer te mogen treffen.’