Noordenvelders: Maikel Spijkerman

Een onmiskenbaar Twents accent. Maikel Spijkerman, eigenaar van restaurant Tafel 20 te Norg, valt er eenvoudig aan te herkennen. Van oorsprong een geboren tukker. Groeide op in Almelo, de stad waar – volgens Herman Finkers – altijd iets te doen is. Sinds 1 januari 2016 is Maikel echter een Norger. Iedereen in het dorp kent hem inmiddels. Hij geldt als een schoolvoorbeeld voor mensen die willen integreren in een nieuw dorp. Onder het genot van een kop koffie spreekt de drukke ondernemer over zijn leven in de horeca, zijn achtergrond en het dorp Norg.
Maikel werkte in de Koperen Hoogte, het bekende hotel-restaurant van Hennie van der Most in Zwolle, toen de kans voorbij kwam om in Norg een restaurant te gaan runnen. Het was zijn collega en goede vriend Richard die gebeld werd door de toenmalige eigenaar van de Klokbeker. ‘Hij vroeg of Richard misschien belang hadden om de zaak over te nemen. Richard had die ambitie al een tijdje en vroeg mij om mee te gaan. We gingen kijken in Norg en besloten al gauw dat we dit gingen doen. Daarna ging het snel. In april 2015 begonnen we met Tafel 20.’
Wie een restaurant nieuw leven in wil blazen, moet hard werken. Richard en Maikel knoopten zich dat goed in de oren en werkten bijna iedere dag van de week. ‘De aankleding van het restaurant lieten we over aan de moeder van Richard. Dat moet je niet aan twee mannen overlaten’, lacht Maikel. ‘Richard ontfermde zich over de keuken en ik over de bediening. Men herkent je snel in het dorp, omdat je toch een beetje het gezicht van het restaurant bent. Richard was in het begin minder bekend, want die had het altijd druk in de keuken. Inmiddels kent iedereen hem ook.’
Inmiddels is Richard elders werkzaam en werkt Maikel niet meer zeven dag per week. Aan zes dagen komt hij al gauw. ‘Om de week ben ik de zondag vrij. ’s Ochtends voetbal ik dan bij de senioren van GOMOS. Nou ja, veteranen zijn het eigenlijk. Ik ben met 32 jaar nog één van de jongsten. Ik probeer mijn vrije zondag te combineren met een thuiswedstrijd van GOMOS 1. Dan vertoef ik de hele dag op het voetbalveld. Mooi toch?’
Overigens levert het voetbalveld niet alleen vertier op. ‘Ik kreeg afgelopen weekend ook weer een beuk jongen, niet normaal’, zegt Maikel met een pijnlijk gezicht. ‘Kijk, ik heb tot mijn dertiende gevoetbald en ben daarna gaan werken in de horeca. Sinds een paar jaar voetbal ik weer, maar je merkt dat je een achterstand hebt tegenover de rest. Andere spelers gaan slimmer het duel in en die veteranen klappen er hard in. Dan lig ik weer op de grond.’ Maikel gelooft dat zijn werk hem extra blessuregevoelig maakt. ‘Ga maar na: ik ben de hele dag in de benen. Als je dan ’s weekends een beuk krijgt, dan heb je eerder last.’
Het horecaleven doet wat met een mens. ‘Ik vind het prachtig werk. En dat moet ook, want anders is het niet vol te houden. Ik wil mijn hele leven best in de horeca werken, maar ik weet ook dat het bijna onmogelijk is. Er zijn er niet veel die de pensioengerechtigde leeftijd halen in de horeca. Iedere dag staan, veel sjouwen en lopen.’
Ondanks dat hij nog geen 3,5 jaar in Norg woont, voelt Maikel zich een Norger. ‘Ik ben er makkelijk tussen gerold. Tijdens de Feest4Daagse in Norg gingen Richard en ik direct kijken. Ons restaurant was ook dicht. Het is belangrijk om dan je gezicht te laten zien. Daarnaast hou ik wel van een feestje. En dan vinden de meeste Norgers je al gauw aardig.’
Ondertussen zat Maikel al een tijdje in het bestuur van de Norger Zakenkring. Een bestuurlijke functie heeft hij niet meer, maar hij volgt de ontwikkelingen rondom Norg op de voet. Vooral over het ‘dossier Oosterveld’ heeft hij een duidelijk mening. Volgens hem is dat verzand tot een potje moddergooien. ‘Ik snap dat er voor- en tegenstanders van de plannen zijn. Uiteindelijk is er een uitspraak geweest in de zaak en als je dan verloren hebt, moet je dat verlies pakken. Als de tegenstanders dan beginnen over vleermuizen en krekels, moet je ophouden.’ Wat de amicale Tukker betreft kan men niet snel genoeg beginnen met bouwen. ‘Norg zit er op te wachten, dat hoor je van iedereen. De volgorde had van mij overigens anders gemogen. Eerst de huurwoningen en dán pas die vrijstaande kavels. Die huizen die nu gebouwd worden, zijn voor de jonge Norgers niet te betalen.’