Noordenvelders; Marry Brink-Veerman

De slagersdochter uit Het Gooi die boer werd in Nietap. Marry Brink-Veerman overkwam het. ‘Het kwam op mijn pad’, zegt ze, nu 22 jaar nadat ze naar het hoge noorden verhuisde. Een beslissing die haar overigens nooit zou spijten. Achter een kop koffie aan de keukentafel in Nietap.

Opgegroeid in Huizen, kwam ze via via in contact met Roelof. Haar toekomstige man werkte naast het melkveebedrijf, wat hij samen met zijn vader runde, fulltime en bracht Marry mee naar het noorden. ‘Op een boerderij had ik nog nooit gewoond, maar ik wist al wel hoe het er aan toe ging. Vroeger logeerde ik soms op een boerderij, dus dan heb je een idee hoe het daar werkt. Daarbij kom ik uit een ondernemersgezin. Het sloot goed op elkaar aan.’

Binnen de agrarische sector vervulde Marry al meerdere rollen. Zo was ze naast het werk op de boerderij, jaren bestuurlijk actief. Daarna werd ze buitendienstadviseur voor FrieslandCampina in de provincie Groningen en afgelopen jaar werkte ze als ZZP er voor Friesland Campina en Collectief Groningen-West. Ze kwam dus veel bij boeren op het erf en sprak met hen over de branche. ‘Als boer heb je een zware job’, concludeert Marry, die zelf op de boerderij ook gewoon meedraait. ‘Je bent 24/7 met je bedrijf bezig, het is een manier van leven. Soms gaat men daar nogal makkelijk aan voorbij.’

Daarmee doelt ze op de manier waarop boeren soms worden weggezet. ‘Vooral op Social Media heb je snel last van framing. Dan wordt er een heel eenzijdig beeld van de boer gegeven. Dat frustreert wel eens. Vooral als je ziet hoe de boeren met hun dieren omgaan. Dat gaat op een hele liefdevolle manier. Iedere boer leeft als het ware met én voor de dieren. Daar gaat men soms te snel aan voorbij.’

Onvermijdelijk komt ook het boerenprotest ter sprake. ‘Aandacht vragen voor de problemen die boeren ondervinden, is een goede zaak. Ik hoop dat het burgervriendelijk zal blijven’, zegt Marry. ‘Wat ik knap vind, is dat we als collectief naar buitentreden. Zo geef je een sterk signaal af.’

Wat nu nodig is, volgens Marry, is een consistent beleid. ‘Ik ken geen boer die niet wil meebewegen. Het probleem is echter dat er teveel ‘ad hoc-beleid’ wordt gevoerd. Er is geen langetermijnvisie. Welke kant gaan we op? Voor een boer is dat belangrijk. We hebben het hier over bedrijven die miljoenen investeren. Als er dan een onzeker beleid wordt gevoerd, dan knaagt dat.’

Marry blijft ondertussen druk bezig. Ze pakt graag dingen aan die op haar pad komen. ‘Ik was eerder nooit van plan om naast het bedrijf vier dagen in de week te gaan werken’, noemt ze als voorbeeld. ‘Maar dat ging nu eenmaal zo. Later kwam daar onder andere het raadswerk bij.’ In totaal was Marry acht jaar gemeenteraadslid namens Gemeentebelangen. Vorig jaar stopte ze ermee. Ondertussen is er nog het lidmaatschap bij de Melkveestudieclub en de Agrarische Vrouwen Studiegroep Noordenveld, waarmee ze jaarlijks vijf bijeenkomsten organiseren. En binnenkort gaat ze zich als vrijwilliger inzetten voor Z.O.B. ‘Als je het opzoekt op Google, kom je bij een voetbalvereniging uit’, lacht ze. ‘Maar als je naar beneden scrollt, kom je bij de organisatie Zorg om Boer en Tuinder uit.’ Z.O.B. is een vrijwilligersorganisatie die een luisterend oor wil bieden aan  boeren met een hulpvraag. Dat kan heel breed zijn. ‘Wij kunnen dan voor de boer een klankbord zijn, legt Marry uit. ‘Adviezen geven we ze verder niet, maar we kunnen ze wel, indien nodig, de weg wijzen naar verdere ondersteuning, soms kan een luisterend oor al helpen.’

Het moge geen verrassing zijn dat Marry zorg draagt voor boeren. ‘Het zijn stuk voor stuk ondernemers met passie. En er is altijd iets te doen. Dat merk ik thuis ook.’

Volgens Marry zou het voor boeren goed zijn om meer uit te dragen wat ze doen. ‘Ik merk dat er veel onwetendheid is. Dat men gewoon niet door heeft wat er speelt en hoe het er op een boerderij aan toe gaat. Wij ontvangen hier ook wel eens schoolklassen en dan zie je dat de kinderen het heel interessant vinden. Maar niet veel zijn dan al op een boerderij geweest.’

Voor het melkveebedrijf van Marry en Roelof zal vermoedelijk geen opvolging zijn. De drie dochters binnen het gezin hebben andere studierichtingen gekozen of gaan daar binnen afzienbare tijd aan beginnen. ‘Jammer? Het is altijd mooi om opvolging te hebben, maar je moet uiteindelijk gewoon iets kiezen waar je blij van wordt. Dat geldt dus ook voor onze dochters.’