Noordenvelders; Matías Jones

Op zijn twintigste kwam hij naar Nederland. Matías Jones verliet huis en haard in Uruguay, om zijn opwachting te maken bij FC Groningen. Het avontuur in de noordelijke stad pakte niet uit zoals Matías gewild had. Na vijf jaar in Zuid-Amerika te hebben gevoetbald, is Jones weer terug in Nederland. In Roden welteverstaan. Sinds december 2018 is de Uruguayaan een Noordenvelder.

In de tuin van het huis van zijn schoonouders, drinkt Matías maté. Het is een Zuid-Amerikaanse thee met een sterke, ietwat rokerige smaak waar voetballers als Luis Suárez en Lionel Messi bij zweren. Matías dus ook. ‘In Uruguay drinken we de thee vaak met familie en vrienden’, vertelt hij. Hij zit aan de tuintafel met zijn vrouw Annelotte en zoon Dante. Dat het gezin nu weer in Roden woont, geeft rust. ‘We hebben de laatste jaren in Zuid-Amerika gewoond. Nu wil ik wat teruggeven. Wat meer stabiliteit. Hier in Nederland hebben wij dat’, zegt Matías.

Dankzij Cambuur Leeuwarden, wat Jones in december vastlegde, is het gezin nu weer in Nederland. Op 1 juli kreeg Jones echter te horen niet in de plannen van trainer Henk de Jong voor te komen. Sindsdien is hij transfervrij en houdt hij met een personal trainer zijn conditie op peil. ‘Ik ben soms wat onrustig’, zegt Matías. ‘De manier waarop het gaat… Het gaat best langzaam. Ik wil gewoon weer spelen met een team, partijtjes doen. Individueel trainen maakt je wel sterk, maar niet voetbalsterk. Dat is heel iets anders. Maar het is veel wachten. Ik hoop dat er in de laatste week van de transfermarkt nog wat gaat gebeuren.’

Hij houdt dan ook alle opties open. Het liefst zou hij in Nederland aan de slag gaan, maar hij sluit een club in Uruguay ook niet uit. ‘Ik ben 28. Als voetballer moet je zolang mogelijk van je carrière profiteren. Ik heb nog een paar jaar en moet eruit halen wat er in zit. Maar Annelot en Dante blijven sowieso in Nederland. Voor Dante is het goed om in Nederland naar school te gaan.’

Het leven van een transfervrije voetballer bestaat vooral uit wachten. Zijn dagen vult hij met individuele trainingen en het kijken van voetbal. ‘Ik kijk alles. Zo volg ik twee vrienden die in Mexico spelen. Ook de competitie in Uruguay volg ik.’ Annelot wordt er soms een beetje moe van, geeft ze aan. ‘Soms kijken we een film op tv en zit hij ondertussen op zijn mobiel voetbal te kijken.’

Zijn eerste periode in Nederland herinnert hij zich nog levendig. Hij had hier niks, verliet vrienden en familie en kwam terecht in het hoge noorden. ‘Het ging anders dan verwacht. Toen ik kwam, was ik heel jong. Pieter Huistra was heel lief met mij. Later kwam Maaskant. Daar had ik nooit mee gesproken, maar opeens kwam ik niet meer aan spelen toe. Toen heb ik gevraagd of ik hem kon spreken. Hij zei: “ik heb vier opties die ik voor jou zou verkiezen”. En that was it.’

Na een verhuurperiode bij Emmen, verkoos hij een terugkeer naar Zuid-Amerika boven een contract in Zuid-Drenthe. ‘In Zuid-Amerika is het voetbal meer fysiek. Het was voor mij lastig om iets te laten zien. Iedereen verdedigt er altijd. Als coach lig je er na drie verloren wedstrijden namelijk uit en dus wil niemand verliezen. Dat levert geen mooi voetbal op.’

In Uruguay werkte Jones aan zijn toekomst. Hij volgde een trainerscursus. Misschien dat hij later ook nog de cursus in Nederland gaat volgen. ‘Ik wil hier sowieso wonen na mijn carrière. Training geven vind ik leuk, zeker aan kinderen. Kinderen zijn puur, die willen alleen genieten. De voetbalwereld is geen leuke wereld. Het voetballen zelf vind ik fantastisch, maar alles eromheen is niks aan. En je krijgt nooit zoveel als je geeft. Je kunt een hele lieve man zijn, maar in het voetballen bereik je daar niets mee. Dat heb ik wel geleerd.’

De laatste dagen van augustus zal de telefoon van Matías niet vaak uit staan. ‘De laatste dagen van de transfermarkt zijn gek. Er gebeurt bijvoorbeeld veel op de laatste dag. Ik heb een vriend, Camillo Mayada, die al op het vliegveld stond in Uruguay om naar Groningen te vliegen. Op het laatste moment werd hij gebeld dat hij niet op dat vliegtuig hoefde te stappen. Dat kwam omdat Maikel Kieftenbeld tóch niet vertrok. Zo gek kan het gaan.’