Noordenvelders – Maurits Tepper

Deel 78

Maurits Tepper

Hij stampte een productiebedrijf uit de grond in Peize, om het ‘rustiger aan’ te gaan doen als boer. Maar Maurits Tepper ontdekte al gauw dat zijn ondernemers bloed maakte dat hij ook als boer het onderste uit de kan wil halen. En dus verdiepte hij zich, samen met zijn vrouw Jessica, in het nieuwe, duurzame en toekomstbestendige boeren. Op één van de heetste dagen van het jaar 2020, vertelt hij erover. Een gesprek met een boer wiens ambities haast geen grenzen kent.

Zijn productiebedrijf groeide uit zijn jasje in Grootegast, waarna Maurits het bedrijfspand in Peize kocht. Hier heeft hij inmiddels een team van 40 man personeel. Dat kostte moeite, geeft Maurits toe. ‘Mensen zien dat niet, maar er gaat ontzettend veel tijd en energie in zitten. Je bent er continu mee bezig, iedere dag van de week.’

Hij mag dan een workaholic zijn, Maurits nam een weloverwogen besluit om het rustiger aan te gaan doen. Samen met zijn vrouw Jessica en zijn dochters Rosa en Jasmijn, bouwde hij een boerderij Op Sandebuur. Deze kreeg de naam Eytemaheert, de oorspronkelijke naam van Sandebuur 10. Vanaf 2017 pachten Maurits en Jessica perscelen grond in Leutingewolde. ‘Het productiebedrijf is nog steeds in mijn handen, maar een directeur heeft nu de dagelijkse leiding. Hij doet dat fantastisch, ik kan niet anders zeggen.’

Rustiger aan? Dat was wel de bedoeling. ‘We kochten wat kalfjes. Daarna een aantal koeien en voor we het wisten hadden we een hele veestapel. Jessica en ik zagen wat wij hier konden opbouwen, we zagen hoe wij het wilden aanpakken. Dat gaf een goed gevoel. Zo zijn we aan de slag gegaan.’

Even later geeft Maurits een kleine rondleiding langs de groene weilanden. De Groninger Blaarkoppen staan er gelukkig bij. ‘Ze eten alleen gras, krijgen geen krachtvoer. Onze boerderij is een gesloten systeem. We geven de koeien niet meer dan nodig en houden niet meer koeien dan we aan kunnen.’ Zijn kijk op boeren is modern en nuchter. Maurits werd niet voor niets uitgeroepen tot één van de honderd voedselveranderaars door Food100. Dat hij zich hard maakt voor het behoud van oude koeienrassen, vindt hij niet meer dan logisch. ‘Zij zijn de voorloper van de melkkoeien die tegenwoordig in Nederland zo bekend zijn. Dubbeldoelkoeien. Geven melk en uiteindelijk een goed stuk vlees. Het is een extensievere manier van boeren. ‘Je kunt boeren grofweg in drie categorieën indelen’, stelt Maurits. ‘De grote spelers die intensief boeren en dat professioneel aanpakken. Een middensegment met boeren die wel de methodes van de grote boeren gebruiken, denk aan krachtvoer en dergelijke, door allerlei omstandigheden niet mee kunnen komen met de hoog productieve bedrijven En er is de groep met extensieve boeren, waar wij toe behoren. Er moet denk ik een mix ontstaan in Nederland. Van boeren die dat intensief doen en hier goed in zijn en van extensieve boeren. Het middensegment moet een keuze maken. Wat willen zij? Daar ligt denk ik de uitdaging voor onze sector.’

En wie dat moet realiseren? Idealiter de minister. ‘Maar het valt me tegen dat er vanuit Den Haag niet wordt gezegd: “die kant gaan we op, hoe dan ook”. Het ontbreekt aan daadkracht, het is teveel polderen.’

Maar willen de boeren ook meebewegen? ‘Als de boer ervan profiteert wel’, stelt Maurits. De ondernemer weet ook dat de boerenbranche een branche op zich is. ‘Kijk alleen al naar de miljarden aan subsidie die er in omgaat. Dat is echt bizar. En dan nog zijn er boeren die de straat opgaan, protesteren. Begrijp me niet verkeerd: ik weet waarom ze het doen. Maar het valt niet te rijmen met overige branches. Als ik bij mijn productiebedrijf te maken krijg met nieuwe wet- en regelgeving, dan pas mijn bedrijf daar op aan. Logisch. Meebewegen heet dat, zorgen dat je toekomstbestendig bent.

Over dat toekomstbestendige: de Wageningen Universiteit doet al een jaar onderzoek op de boerderij naar kringlooplandbouw. Ondertussen weet Maurits de paadjes tot in Den Haag warm te houden. Hij kent en wordt herkend. Politieke ambities? De boer begint veelzeggend te glimlachen. ‘Ik heb me aangemeld voor de VVD, maar ik zou niet weten of ik nog ingeschreven sta. Ik heb mijn mening over de landbouw gegeven, maar heb daar verder weinig van gehoord verder. Blijkbaar moet je bij die partij door allerlei hoepels springen, om op gezien te worden. Daar heb ik geen zin in. Ik wil op mijn kwaliteiten beoordeeld worden. Mijn mening steek ik niet onder stoelen of banken, dat zal ik ook nooit doen. Als een partij mij belt, zal ik die mening blijven verkondigen

Nog steeds heeft Maurits ‘veel pijlen op de boog’. ‘Maar ik geniet als ik op de boerderij werk. Ik vind dat prachtig.’