Noordenvelders: Piet de Boer

Op de meest mooie lentedag van de week bezoeken we het paradijsje van Piet en Grietje de Boer in hartje Roden. Het welbekende, zeg maar gerust fameuze, horecaechtpaar doet het tegenwoordig lekker rustig aan. De late uurtjes, de vaste stamgasten, beroemde voetballers op het terras en de periode van dansende kroegtijgers op de tafel ligt al een poosje achter ze. Maar man, man, man, wát een  tijd. Je ging niet naar Onder de Linden voor een pilsje, nee, je ging naar Piet en Griet. In gesprek met een iconische horeca-uitbater in een legendarische tijd.

Eenmaal onder de veranda in de zon barsten de anekdotes los. Om maar eens te beginnen met de woning aan het Zonnehof. Je ziet het niet aan als je ervoor staat, maar achterin de tuin zit een poort met twee deuren. Als je daar doorheen loopt sta je achter Onder de Linden. Dat was handig, konden ze zo het bed inrollen na een lange nacht werken. Vierentwintig was Piet de Boer toen hij in 1972 in Onder de Linden stapte. ‘Dat was helemaal niet de bedoeling. Ik werkte in de bouw, bij Ottens, later Bandringa. Dat beviel prima. Een kroeg betekent altijd werken. Maar Grietje werkte er al, het was het café van haar ouders. Haar broers wilden niet in de zaak. Haar vader zei: gaan jullie er maar in, dus deed je dat. Omdat ik nog geen vijfentwintig was, mochten we geen alcoholische dranken verkopen. We deden een aanvraag bij de gemeente. Dat werd direct aanvaard, we kregen een half jaar ontheffing.’  Het jonge stel zat er nog maar net in, toen ze de Keuringsdienst van Waren op het dak kregen. ‘Het was een oud pand, de keuken ook. Die moest compleet vervangen worden. Net als het dak. Als je boven op bed lag, keek je zo naar buiten. Veel rietdokken tussen de dakpannen waren eruit gerot. We kregen een beetje subsidie voor ‘krotopruiming’. Wel hebben we er meteen zeven kamers bijgebouwd. De hotelkamers liepen vanaf dag één als een trein. Roden is een forensendorp. Veel mensen van bedrijven uit Groningen sliepen hier. Van directeuren tot monteurs. Alles liep door elkaar heen. Dat was ook onze kracht.’ Na zeven jaar kwamen er nog eens twaalf kamers bij en later aan de achterkant nog eens zeven. ‘We kregen veel aanvragen van sportclubs. Overal kwamen ze vandaan. Cambuur, Roda JC, Fortuna, Veendam, ze  verbleven hier allemaal. Ook het Zweedse voetbalteam overnachtte hier altijd. Twee maanden lang, in maart en april trainden ze hier ter voorbereiding op de competitie. Ik had een eigen trainingsveld achter de hockeyvelden. Dat verzorgde ik samen met Piet de Wit. Hij trok de lijnen, ik maaide het gras. Gouden tijden. En we hebben eens het Roemeense nationale elftal gehad, met Herbert Prohaska. Grandioos was dat. Soms hadden we kamers te kort. Dan offerden we de slaapkamers van onze dochters op, we woonden boven de zaak destijds. Het toneel gebruikten we als massageruimte voor de voetballers.’

Piet glundert als hij voor deze rubriek de herinneringen ophaalt. Vaak hebben ze het er samen nog over. Zoals het bij Onder de Linden ging, ging het nergens. Die keer dat Barcelona op trainingskamp was in Roden. Ze sliepen in Langewold, maar zaten iedere avond op het terras bij Onder de Linden. ‘Johan Cruijff biljartte hier met de clubarts van Barcelona. Dat kon gewoon. Iedereen liet hem met rust. Op een gegeven moment werd het zó gezellig, dat hij voorop liep in de polonaise. Johan Derksen zat met Suurbier aan de stamtafel. Dat maak je nooit weer mee.’ Ook was het hotel populair bij het Nederlands basketbalteam. ‘Dat ging vooral om onze bedden. Die hadden geen opstaande randen. Basketballers zijn lang, veel hotels hadden oude ledikanten, bij ons konden ze languit liggen.’

In Onder de Linden kon alles. Menig stamgast heeft er met een paar pilsjes op al eens aan de lamp gehangen. Dansen op de tafels? Volstrekt normaal bij Piet en Griet. ‘Dat dansen op de tafels kwam van mijn vader’, vertelt Griet die ook gezellig aanschuift bij het interview met haar echtgenoot. ‘Als hij het op zijn heupen had, ging hij op de tafel staan, met zijn klompen aan en witte pet op.’ Piet: de stamtafel hadden we verstevigd met stalen staven en de lamp was beveiligd met een dikke ketting.’

Ook was Onder de Linden de vaste stamkroeg van veel verenigingen, onder andere de Roder voetbalclub. ‘VV Roden is een geweldige club. Ik zei een keer: als jullie kampioen worden, bouw ik een bordes. Dat werden ze. En dus bouwde ik samen met Eedse Rozema een bordes op ons balkon, via onze huiskamer kwamen de voetballers binnen. We verzonnen iets en deden het.’ Ook de vele tripjes die Piet en Griet organiseerden waren mateloos populair. Hij ging met de heren op pad, Griet met de vrouwen van de stamgasten. ‘We waren één grote familie. Ook het personeel. We hadden een geweldig team, iedereen deed alles voor elkaar.’ Piet en Griet, een levende legende.