Noordenvelders: Rits Aalders

Nei-Roner in hart en nieren. Dat is Rits Aalders. Veertig jaar lang werkte hij als rijinstructeur. Hij was de rust zelve. Zó rustig zelfs, dat een leerling hem ooit vroeg in godsnaam eens kwaad te worden. ‘Maar dat vond ik niks. Als je je best doet, heb je het recht om fouten te maken. Zo sta ik erin.’

We spreken Rits op een donderdagmiddag, wanneer het met bakken uit de hemel komt. Geen weer voor Rits, die het liefst buiten aan het werk gaat. Maar nu heeft hij tenminste tijd voor een bak koffie in zijn tijdelijke onderkomen. ‘Ons huis aan de Burgemeester Bloemersstraat wordt afgebroken en later weer opgebouwd’, legt Rits uit. ‘In de zomer van 2021 moeten we er ongeveer weer in kunnen.’

Ritske ‘Rits’ Aalders zag het levenslicht in 1939 te Sebaldeburen. Destijds als Ritske Poelman overigens. ‘Mijn moeder was van huis uit gereformeerd en mijn vader was van linkse komaf. Dat gaf in die tijd nog wel eens ellende. Zo accepteerde men niet dat mijn vader zondags ging voetballen, terwijl mijn moeder naar de kerk moest. Mijn ouders waren gewoon getrouwd, maar om één of andere reden ging ik eerst als Poelman door het leven.’

Na twee jaar in Sebaldeburen te hebben gewoond, kwam Rits met zijn familie in Nieuw-Roden te wonen. Inmiddels al bijna tachtig jaar geleden. Rits beleefde er een rustige jeugd. Opgroeien in Nieuw-Roden vond hij heerlijk. Als jongeman kreeg Rits verscheidene baantjes. ‘Ik heb redelijk wat  gedaan. Het was een andere tijd. Wanneer je elders meer kon verdienen, dan ging je daar aan de slag. Zo ben ik van baan naar baan gegaan.’ Tot het moment dat Rits in dienst moest en gestationeerd  werd in Frankrijk. ‘Ik was privéchauffeur voor de commandant. Autorijden was altijd al mijn hobby’, zegt hij. Alleen al bij de gedachte aan zijn diensttijd begint Rits te glunderen. ‘Ik was twintig jaar en opeens zat ik in Frankrijk. Een prachtig land met mooie vrouwen, ik vond het fantastisch. Daarbij kregen we 3,75 gulden per dag. We waren schatrijk!’

Bij terugkomst in Nederland pakte Rits weer alles aan wat hij tegenkwam. Zo gaf hij zelfs gitaarles. ‘Ik heb jarenlang opgetreden in een bandje’, vertelt hij. ‘We traden op bij feesten en partijen. Ik heb bijna iedere kroeg en zaal in het noorden des lands gezien. Fantastische tijden. Microfoons bestonden nog niet en na verloop van tijd ging de accordeonist altijd voorop in de polonaise.’ Het optreden zat Rits in het bloed, vandaar ook dat hij later nog jaren namens de toneelvereniging van Nieuw-Roden op de bühne stond. ‘Uiteindelijk stopte ik met de band toen ik mijn eigen rijschool begon. Vaak was ik doordeweeks pas ’s nachts thuis. Als je dan ’s ochtends in de auto moet zitten, is het niet meer verantwoord.’

Veertig jaar lang was hij rijinstructeur. ‘Daardoor heb ik veel mensen leren kennen. En het leuke is: aan de meeste mensen mankeert niet zoveel. Je kent het gezegde wel: “Als men de mensen leert kennen, gaat men van de dieren houden”. Nou, daar ben ik het zeker niet mee eens. De meeste mensen zijn gewoon goed en aardig. Er wordt vaak gesproken over de jeugd, maar dat is overtrokken. Er is niets mis met de jeugd, dat zijn gewoon voorbeelden die eruit worden gehaald. De jeugd is misschien wat mondiger dan vroeger, maar zeker niet minder!’

De anekdotes vliegen over tafel wanneer Rits eenmaal op dreef is. Over zijn tijd als voetballer bijvoorbeeld, waaraan hij nog steeds dagelijks herinnerd wordt. ‘Mijn knie is ooit uit de kom gevlogen en de laatste tijd speelt die knie weer op.’ Voor Rits is het daarom belangrijk om in beweging te blijven. En dat doet hij gelukkig genoeg. Zo is hij veel bezig op de begraafplaats in Nieuw-Roden of werkt hij bij zijn dochter in Lucaswolde aan een wandelpad. En daarnaast is er het fietsen met zijn vrouw. Tochten van veertig kilometer zijn geen probleem. En dan ook nog eens zónder elektrische ondersteuning! ‘We zijn het niet nodig, dus waarom zouden we een elektrische fiets kopen?’

Als Rits zo terugkijkt op zijn leven, komt hij vaak tot de conclusie dat zijn leven een feest is geweest. En nog steeds trouwens.

Momenteel is Rits dus woonachtig aan de Madelief te Nieuw-Roden, in plaats van zijn geliefde Burgemeester Bloemersstraat. Enkele buurtgenoten kozen ervoor om een woning in Roden te betrekken. Rits peinsde er niet over. ‘Ik wil niet van Nei-Roon aof’, zegt hij in plat Drents. ‘Nooit of te nimmer.’ Bijzonder toch. Samen met zijn vrouw reisde hij de hele wereld over, zag hij de Indianen in Amerika en kwam hij in Indonesië. En toch is hij vastbesloten: Rits gaat nóóit meer weg.