Noordenvelders – Rob Damkat

Deel 77

Rob Damkat

Wie in de financiële wereld zit, kan er donder op zeggen dat hij gevraagd wordt om ergens penningmeester te worden. Zo ging het ook met Rob Damkat. De geboren Stadjer raakte via zijn vrouw betrokken bij de Jaarbeurs van het Noorden. Sinds ’93 is hij verantwoordelijk voor de centjes. Voor het eerst sinds de geschiedenis van de Jaarbeurs blijft het evenemententerrein leeg. Of Rob zich zit te verbijten? ‘Ja, toch wel. Het is in vergelijking met andere jaren heel rustig. Een apart gevoel.’

Rob groeide op in Groningen. Hij kon aardig voetballen en kwam bij Be Quick terecht. Een ‘kakclub’ beweren boze tongen. ‘Klopt ook’, beaamt Rob. ‘In mijn tijd moest je zelfs eerst door de ballotagecommissie. Via mijn vader kwam ik er terecht. Het lag meer voor de hand om naar GRC of Velocitas te gaan, maar het werd Be Quick.’ Hij doorliep er de jeugd en speelde een jaar in het eerste, alvorens geveld te worden door zijn rug. Na twee rugoperaties kon hij zijn voetbalcarrière vergeten. Wat volgde? ‘Volleybal. Wonderwel kon dat met mijn rug. Heel apart als je er over nadenkt. Met zo’n wrakke rug. Ik ging bij omnisportvereniging Vlug en Lenig volleyballen. Later hebben we ROVOC opgericht, waardoor er een afsplitsing ontstond.’

Robs kinderen bleken talent voor volleybal te hebben. ‘Meer dan ik. Zij zijn later in Groningen gaan volleyballen. Zelf doe ik het nog een heel klein beetje. Ik speel bij de recreanten, waar de derde helft minstens zo belangrijk is als het spelletje zelf.’

Het Roner verenigingsleven bevalt uitstekend. Zijn betrokkenheid bij de Jaarbeurs maakt dat Rob veel mensen leerde kennen. Maar datzelfde verenigingsleven maakte ook dat Robs agenda vaak uitpuilde. ‘Als ik nu terugkijk op hoe ik het in 1993 deed, dan denk ik wel eens: dat dat allemaal kon! Ik ben nu met pensioen, maar toen niet hè. Ik had mijn werk, mijn gezin, de Jaarbeurs, het volleybal. En op één of andere manier lukte het mij om alles te combineren.’

Stressbestendig is Rob dan ook zeker. Misschien is het juist daarom dat hij zich momenteel verbijt. ‘Meestal staat de telefoon nu roodgloeiend. Nu is het stil. Juli is vaak nog een vakantiemaand, in de voorbereiding tot de Rodermarkt, maar augustus is ontzettend druk. Ja, dat mis ik toch.’ Naast penningmeester is Rob ook lid van de horecacommissie. Voor menig feestganger de belangrijkste commissie. ‘En dat vergt veel planning. Gelukkig doe ik dat niet alleen, maar regelen we dat met meerdere mensen. Zo ook Gea Overwijk, die altijd het personeel bij de Overwijkbar regelt. Het scheelt dat we zulke dingen samen doen.’

Het Rodermarktgevoel moet Rob dit jaar missen. ‘De gezelligheid, dat is voor mij Rodermarkt. Onze kinderen zijn het weekend van tevoren altijd al hier, dan is het één drukke boel. Prachtig vind ik dat. En er is zelden rottigheid, dat is tekenend voor de Rodermarkt.’

Uitkijken naar volgend jaar is lastig. ‘We weten niet of we dan weer op de vertrouwde manier de Jaarbeurs kunnen organiseren. Het gaat sowieso zweetdruppels kosten om een mooie beurs op poten te zetten, daar zullen we hard aan moeten trekken. Vroeger kregen we de beurs makkelijker vol dan tegenwoordig en het coronavirus zal het er niet makkelijker op maken. Maar we gaan er voor, want we willen geen half werk leveren.’ Hoe lang Rob zelf nog betrokken is bij de Jaarbeurs? ‘Ik heb gezegd dat ik het nog een paar jaar doe. Eén of twee, misschien drie. In ieder geval wil ik zo geen afscheid nemen. Ik wil afscheid nemen met een prachtige Jaarbeurs en een schitterende Rodermarkt. En dan nog zal ik niet zomaar alles laten vallen, ik ben bereid op de achtergrond adviezen te geven. Want het is best een klus om opeens alles over te nemen. Ik zal niet opeens uit beeld verdwijnen.’

Voor nu is het afwachten. Niet alleen de organisatoren verbijten zich, ook de feestvierders, de kermisexploitanten en alle andere betrokkenen. ‘Wat dacht je van Heineken?’, vult Rob aan. ‘Wist je dat de Rodermarkt voor Heineken nog steeds het grootste evenement in Noord-Nederland is?’