Noordenvelders: Roel Brink

‘Als ik terugkijk denk ik soms: waar haalde ik de tijd vandaan?’ Roel Brink was jarenlang als culturele duizendpoot bij allerlei leuke initiatieven in Roden en omstreken betrokken. De geboren Roner is thuis in de muziek, kan een aardig houtje schilderen en schreef revues. ‘Dat creatieve heb ik van mijn moeder. Behalve het schilderen dan. Dat heb ik van mijn vader.’

Roel zag het levenslicht in ’t Windgat. De straat, eigenlijk een zandpad, pal naast de Kinderboerderij. ‘De mooiste plek van Roden. Ik herinner mij de jeugd er nog goed. Het was de tijd van Ot en Sien, zo voelde dat althans. Jetses, die de tekeningen bij de verhalen van Hindericus Scheepstra en Jan Ligthart maakte, heeft zich ook deels op dat stukje van Roden gebaseerd in zijn tekeningen. Het was een hele andere tijd. We hadden een geweldige vrijheid om het huis. Ik liep zo naar de ijsbaan of ging spelen in het bos. Doordeweeks liep ik op klompen over de Brink naar de Scheepstraschool. Als de school om kwart voor twaalf uit ging, haasten we ons richting de kerk. Als we geluk hadden mochten we om twaalf uur helpen de klok te luiden.’

Het Roden van toen is vandaag de dag lastig voor te stellen, weet Roel. ‘Een hele andere tijd, inderdaad. Een tijd waarin Nieuw-Roden nog een eind fietsen was omdat je dwars door de landerijen moest. Nu ben je er zo.’

Roel leerde veel mensen kennen via de voetballerij. Hij speelde bij VV Roden en later nog bij Nieuw-Roden, alwaar hij later zou helpen bij het opzetten van meidenvoetbal. ‘Damesvoetbal was er al jaren in trek, het meidenvoetbal pakte ik op toen mijn dochter met wat vriendinnen met voetbal begon. Allemaal meiden van Het Valkhof die bij Nieuw-Roden kwamen voetballen. Ik ben zo’n zeven jaar met veel plezier leider geweest.’

Ondertussen werkte de Roner 38 jaar lang in het onderwijs. Aan de Professor Bladergroenschool te Eelde. ‘Een speciale school, met extra aandacht voor kinderen die dat nodig hadden. Professor Wilhelmina Bladergroen was degene die de school oprichtte en sporadisch een kijkje kwam nemen. Zij was een autoriteit in het onderwijs, een dame met verstand van zaken. Als zij langskwam was de hele school nerveus.’

In Eelde beleefde de school glorietijden. ‘Het was fantastisch. Veel ruimte en aandacht voor het kind, een uitgebreid team om kinderen te helpen. Het hielp dat ik creatief ben. Ik kon vaak met kinderen aan de slag. Muziek maken of tekenen, dat was prachtig.’ Toen de school later naar Groningen verhuisde, werd het echter snel minder. ‘We gingen van een schitterende locatie met veel ruimte naar een benauwde plek met een opgestapelde school. Bovendien werd de problematiek van onze leerlingen steeds complexer. Het werk werd zwaarder en de werkdruk nam toe. Als professor Bladgroen de situatie in Groningen had gezien, was ze het daar ongetwijfeld niet mee eens geweest.’

Het maakte dat Roel een paar jaar geleden stopte op de school. Inmiddels heeft hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en geniet hij van de rust. In de tijd dat hij nog leraar was, was die rust soms ver te zoeken. Optredens met cabaretduo Roel & Roel, het schrijven van een revue voor een jubilerende vereniging en ondertussen nog de opname van een cd met Rodense liedjes: Roel deed het allemaal. ‘Ook met AV’75, inmiddels helaas ter zielen, deden we jaarlijks een blijspel’, herinnert Roel zich. ‘Het optreden zat er al vroeg in. Ik weet hoe wij als jonge jongens circusje speelde bij Jan Buiter en Bé Hagenauw in de schuur. Daar kwam dan een handjevol kinderen op af en dan speelden wij een mooi toneelstuk. Ik was de clown, iets waar ik later met cabaret nog profijt van had. Veel later ging ik solo met typetjes en stemmetjes de boer op.’

Daarnaast spendeerde Roel vroeger de dagen rondom Sinterklaas met een grote mijter op. ‘Dat heb ik veertig jaar gedaan. Op scholen, bij verenigingen en natuurlijk de intocht. Sinterklaas spelen was altijd erg leuk.’

Inmiddels zijn de optredens verleden tijd. Roel mag zich nu graag storten op een schilderij, het liefst met op de achtergrond muziek van één van de meer dan 3500 cd’s, waaronder twee cd’s van hemzelf. In 2004 verscheen ‘Mien olle dörpie’ en in 2010 ‘Even stilstoan’. Beide cd’s in het Drents. Nu voert schilderen dus de hoofdmoot. ‘Ik houd van de details’, zegt hij over zijn eigen werk. ‘Het priegelwerk, zeg maar. Ik kan heel lang over een schilderij doen.’