Noordenvelders; Sjors van der Heide

‘Ik heb veel geleerd, maar niet voldoende’, concludeert Sjors van der Heide na een krap uur. De Roner ondernemer staart peinzend voor zich uit. Onder de parasol in de tuin van zijn prachtige woning in Alteveer, is het goed toeven. Van der Heide is een markante man. Bijna iedereen in Roden en omgeving kent hem, en bijna iedereen heeft een mening over hem. Je houdt van hem, of je kunt hem niet uitstaan. Het is het lot van een zakenman.

Sjors heeft over alles een mening. ‘Maak van je hart geen moordkuil’, lijkt hij als lijfspreuk te hanteren. Hij zorgt er echter wel voor dat hij een onderbouwde mening heeft. ’s Weekends spit hij zes kranten door. ‘Ik wil niet zomaar wat roepen’, zegt hij. ‘Ik lees de verhalen, de achtergronden en de meningen.’ Zo komt hij tot gefundeerde meningen, die er niet om liegen. ‘Wiebes is een warhoofd’, zegt hij over de minister van Economische Zaken en Klimaat. Het klimaatbeleid van Nederland doet Sjors af als ‘klimaathysterie’ en hij verwijt het huidige kabinet een gebrek aan leiderschap.
Hij windt er op z’n zachtst gezegd geen doekjes om. De man die een technische opleiding genoot bij Phillips, startte zijn ‘eigen Phillips’. Gewoon in Roden. ‘Dat werd me niet in dank afgenomen’, zegt Sjors. ‘Het was vrij extreem om zelf zoiets te beginnen. Ik doe eigenlijk nog steeds extreme dingen. Het is me ook bijna nooit naar mijn zin. Een Pietje Precies ben ik. Dat maakt dat werknemers soms gek van me worden. Maar aan de andere kant betekent dat ook dat ik als geen ander vakmensen waardeer. Vakmensen zijn kunstenaars. Ik vind ook dat ze daar naar moeten verdienen. Net als voetballers, mogen ook échte vakmensen goed verdienen.’
Naast de parasol staat een stenen neushoorn. Sjors vereenzelvigt zich met het dier. Hij bezit zo’n dertig beelden van neushoorns. ‘Het was zo’n 25 jaar geleden dat ik, diep in de bushbush, het eerste beeldje kocht. Sindsdien krijg ik beelden van anderen. Ik vind het mooie dieren en zie er iets van mezelf in. De neushoorn bestaat al sinds de oertijd. Hij stierf nooit uit. Hij is verder ook voor niemand bang’, redeneert Sjors. Zijn voorliefde voor neushoorns leverde hem zelfs de bijnaam ‘de neushoorn van Roden’ op. ‘Of ik dat een leuke bijnaam vind? Ik stoor mij er in ieder geval niet aan.’

Nog steeds is de zakenman druk bezig. Er is altijd wel iets. Hij beseft zich terdege dat hij gewoon achterover zou kunnen leunen. Genieten van de zonnige lentedagen in het heerlijke Alteveer. ‘Genieten doe ik wel. Door bezig te blijven, geniet ik. Het leven is zo mooi en complex, je kunt simpelweg je hoofd niet in het zand steken. Niks doen geeft mijn geen voldoening. In dat opzicht kom ik één leven te kort. Minstens één! Mijn werk heeft veel tijd opgeslokt. Ik begon met niets, werkte vanuit huis. Op den duur begon het te lopen, begon ik voor mezelf in Roden en merkte ik dat ondernemerschap topsport is.’ Door de jaren heen zag hij Roden veranderen. Hij blijft alle ontwikkelingen – met name die op het gebied van de centrumontwikkeling – nauwgezet volgen. ‘Net als andere ondernemers, maak ik mij er soms zorgen om. Het is niet gemakkelijk om het dorp aantrekkelijk te houden. Parkeren is natuurlijk een heikel punt. Daar wordt soms makkelijk over gedacht. Vergeet niet dat de aanpassingen van de Albertsbaan maar liefst zeventig parkeerplaatsen heeft gekost. Feit is dat consumenten graag hun auto in het dorp kwijt willen. Als je niet genoeg parkeerplaatsen hebt, wordt het een chaos.’ Een oplossing voor het parkeerprobleem durft Sjors wel te geven. Zogeheten ‘prefab parkeerplaatsen’. Sjors: ‘Parkeerplaatsen die je als het ware over een andere parkeerplaats kunt schuiven. Die zou je bijvoorbeeld bij de Lidl en de Jumbo kunnen plaatsen.’

rHij zou er nog uren over kunnen redeneren, maar we laten de centrumontwikkeling even voor wat het is. Uitkijkend over zijn tuin concludeert Sjors dat het leven mooi is. Wat weinigen weten, is dat Sjors samen met zijn Rika zorg draagt voor het bos op zijn landgoed. ‘Die bomen moet honderden liters water hebben. Vorig jaar waren we, ten tijde van de droogte, dagelijks bezig met die bomen. Pompten we water uit de vijver en reden we met onze auto door het bos, de bomen bij langs. Radio Noord op de achtergrond. Dat is voor mij ook genieten. We mogen ook graag een ritje maken door het Fochteloërveen. Schitterende natuur. Alleen die reuk al: fantastisch!’
Het leven is nog lang niet voorbij voor Sjors. Er is nog zoveel te doen. ‘Ik zou de vergane rijken van de Inca’s willen zien, de piramides in Egypte willen bezoeken. Maar ik zou ook nog graag een nieuw product willen uitvinden in deze tijd van innovatie.’ Het zijn zulke ambities die Sjors sterken in zijn gedachte dat hij een leven te kort komt. Al is zijn leven nog zo rijk gebleken.