Noordenvelders – Tanja Hommes

Deel 98

‘Een rollercoaster’. Veel treffender kan Tanja Hommes de afgelopen anderhalf jaar niet duiden. Los nog van het coronavirus, wat haar hele business platlegde, viel ze van het één in het ander. Daags na de Eelder Bloemencorso van 2019 kreeg ze te horen dat ze blaaskanker heeft. Sindsdien is geen dag meer hetzelfde. Toch telt de Peizenaar haar zegeningen. ‘We moeten blij zijn met wat we hebben. Zo slecht is het hier allemaal niet.’

De voertaal aan de Vossegatsweg is Drents en de koffie wordt gezet. Even hiervoor poseerde Tanja na enig tegenstribbelen in haar kleurrijke atelier. Het atelier waar ze afgelopen jaar maar weinig was. ‘Mijn dochter heeft wat dingen voor mij opgepakt de afgelopen tijd. Maar het was natuurlijk ook heel stil hier. Er wordt niks meer verhuurd en er viel niks meer te bodypainten.’

Want daar kennen we Tanja van. Bodypainten. Jaarlijks bij de Rodermarkt natuurlijk, maar ook bij haar eigen Noord-Nederlands Kampioenschap. Ze is er bedreven in. Meer dan een hobby of een sport, groter dan een passie. ‘Het kwam er maar weinig van de laatste tijd. Ik heb nog wel geëxperimenteerd met bodypaint op afstand. Dan gooi je het er op, als het ware. Ik had dat al eens eerder gezien. Nogal onpersoonlijk, dacht ik. Maar ik vond het uiteindelijk toch wel leuk om te doen. Kreeg er steeds meer aardigheid in.’

De getogen Eelder lacht. De creativiteit waarmee ze haar geld verdient, erfde ze van haar ouders. Moeder, een Groningse, hield van muziek. Vader – uit Schiedam – was van vele muzikale markten thuis. ‘Hij zat in de eerste dixielandband van Groningen. Een perfectionist, die gitaar, banjo, saxofoon en klarinet kon spelen. O jongen, hij had zoveel knowledge. Wat heb ik een spijt gehad dat ik maar summier bij hem in de leer ben geweest. Ik vond jongens al gauw belangrijker. Hij had me zó veel over muziek kunnen leren.’

Op latere leeftijd speelde Tanja echter nog wel muziek. Ze deed zelfs nog eens mee aan Majstro, waarin ze in Karin Bloemen-jurk uiteindelijk zelfs de winst op haar naam schreef. ‘Ik mocht daarna nog het kerstconcert doen’, blikt ze terug. ‘Prachtig. Ik heb toch altijd iets met muziek gehad. Ik was de jongste van vijf kinderen thuis. Iedere stijl kwam bij ons voorbij: van Nederlandstalig tot Elvis. Mede daardoor houd ik van een breed scala aan muziek. Ik vind best veel dingen leuk.’

Niet in de laatste plaats dus dankzij haar muzikale vader, die in oorlogstijd nog ondergedoken zat. Bang als hij was om in Duitsland terechtgesteld te worden. ‘Ik heb nog wel een kladblok van die tijd, waarin hij alles bijhield. Als je dat dan rekent naar de tijd van nu, waarin men klaagt dat ze hun vrijheid verliezen… Kijk eens om je heen! Iedereen is bereikbaar. Je kunt bellen met elkaar, je kunt elkaar zien en je komt aan niets te kort. Dingen in perspectief zien is belangrijk. Toen ik terugkwam van een trip naar Afrika, heb ik in datzelfde jaar mijn kinderen geen cadeau gegeven tijdens de feestdagen. “Je hebt alles ja al”, zei ik. Daar mag je best eens bij stilstaan.’

Terug naar de tegenwoordige tijd. Het was een vervelend jaar voor de regisseuse van de toneelvereniging in Altena. ‘Nadat er in september vorig jaar blaaskanker werd geconstateerd, ben ik in een mallemolen terecht gekomen. De kanker kan worden weggehaald, maar ik kan mijn lichaam momenteel niet immuun maken. Daarvoor heb ik een bepaald middel nodig, BCG, wat in Nederland heel schaars is. Via een bodypaint-contact in Zweden leerde ik dat men het daar in overvloed heeft. Toen ik dat hoorde, ben ik brieven gaan schrijven naar het Ministerie van Volksgezondheid. Ja, dan word ik heel brutaal.’ Tanja lacht en zwijgt even. ‘Mijn kanker zit in de zwaarste gradatie wat betreft kwaadaardigheid. Het is weg te halen, maar het komt ook weer terug. Ik heb er geen grip op. En toen kwam het coronavirus, waardoor je – naast grip op je gezondheid – ook geen grip op je zakelijke leven meer had.’

Maar Tanja blijft hoopvol en goedlachs. ‘Ik moet eerst weer vertrouwen krijgen in mijn eigen lichaam’, stelt ze. ‘Daarom heb ik nu het fitness en het boksen opgepakt.’ Tanja balt haar vuist en maakt een slaande beweging. Ze gaat er vol voor.