Noordenvelders: Willie Luinge

De onbetwiste kledingkoningin van Roden, Willie Luinge, vierde onlangs haar zeventigste verjaardag. Voor de Rodenaar geen reden om het rustig aan te gaan doen, want ze bruist nog van de ideeën. De touwtjes heeft ze nog graag in handen maar het is Willie gelukt meer rust te vinden. Toch is ze vooral heel blij dat de kledingverhuur weer wat aantrekt en ze derhalve weer mondjesmaat meer klanten mag ontvangen. ‘Ik moet mensen om me heen hebben’, zegt ze daar zelf over. ‘Ook om creatief te kunnen zijn.’

Willie rolde eigenlijk geleidelijk aan de kledingverhuur binnen. ‘Ik zat bij een operette waar ik ook de schmink regelde. In 1985 ben ik daar ook de kleding bij gaan doen, dat was eigenlijk een hele logische vervolgstap. Eigenlijk rol ik heel vaak van het één in het ander. Daarin ben ik vrij impulsief. Ik zie vandaag wel wat ik morgen doe.’

In 1971 kwam Willie, opgegroeid in Zeijen, naar Roden. ‘Van oorsprong was ik kinderverzorgster. Nadat ik trouwde heb ik nog bij Molenkamp gewerkt, dat zat toen nog in de zaak waar nu het Spinnewiel zit. Ik heb ook bij de voormalige bakker De Vries in Roden gewerkt. Voor mij waren die banen een prachtige leerschool van hoe je met klanten om moet gaan. Ik wist eerst niet dat het zo leuk zou zijn.’

Dat ze later voor zichzelf zou beginnen in de kledingverhuur, stond van tevoren niet vast. Zoals eigenlijk heel weinig van tevoren vast staat bij Willie. ‘Ik ben nog naaister geweest en leerde het verschil tussen een kostuumnaaister en een ‘gewone’ naaister. Voor het onderscheiden van stoffen is dat toch zeer belangrijk. Ik heb er in mijn werk zeker iets aan gehad.’

Eigenlijk alles wat ze doet heeft ze zichzelf aangeleerd. Ondanks dat het, zeker in de jaren 70, niet altijd gebruikelijk was dat ook de vrouw des huizes een inkomen had, heeft Willie altijd gewerkt. ‘Niet dat het hoefde, want ik had een geweldige man die prima voor ons tweeën kon verdienen. Ik was thuis voor de kinderen, maar ik hield niet van stilzitten. Nu nog steeds niet trouwens. Dat is ook iets wat versterkt werd door de Huishoudschool, waar ik vroeger naartoe ging. Daar wordt soms nog wel eens denigrerend over gesproken, maar je leerde daar ontzettend veel. Een goede basis voor de rest van je leven.’

Haar hele leven is Willie blijven zingen. ‘Ik wou voor mijn zeventigste verjaardag naar De Winsinghhof, om er daar een muzikaal geheel van te maken. Dat kon helaas niet doorgaan, maar ik heb mijn verjaardag in delen kunnen vieren. Telkens met een ander groepje en op afstand van elkaar. Het is even anders, maar ik mag zeker niet klagen.’

Het getal 70 schrikt de kledingkoningin niet af. ‘Nee hoor, ik ben nu sterker dan toen ik vijftig was’, zegt ze overtuigd. ‘Dat komt ook omdat ik meer rust in mijn hoofd heb. De touwtjes heb ik nog graag in handen, maar ik kan nu beter de verantwoordelijkheid uit handen geven. Ik ben meer ontspannen dan eerst.’ Toch heeft ze wel enige reuring nodig. ‘Absoluut. De laatste tijd is het veel te stil geweest, vind ik. Ik moet mensen om me heen hebben, ook om creatief te kunnen zijn. Dat heb ik de laatste tijd wel erg gemist.’

Nog steeds bruist Willie van de plannen. ‘Soms zelfs iets teveel’, geeft ze lachend toe. ‘Zo denk ik er over na om mij aan te sluiten bij Vrienden op de Fiets, een initiatief waar mensen hun huis voor een klein bedrag openstellen voor fietsers. Een heel leuk systeem.’ Ondertussen houdt Willie zich ook steeds meer met fotografie bezig. ‘Dat vind ik heel interessant. Ik kijk een beetje om me heen, houd me graag met meer dan alleen kleding bezig. Ik denk dat het de komende twee jaar nog wat tegenvallend zal zijn hoeveel kleding er verhuurd zal worden. Dan moet je toch kijken waar je nog meer je energie in steekt.’

Willie gaat stug door. ‘Ik heb nog plannen genoeg, daar maak ik me geen zorgen over. Ik heb een werkhoofd, kan er niks aan doen. Dat zal er altijd in blijven zitten.’