Noordenvelders – Wim Stroetinga

    Vaak figureerde hij al eens in de ‘man met de hamer’ in deze krant. Was er iets te doen rond het Zomerbad Peize, hoefde je maar één iemand te bellen: Wim Stroetinga. Niemand die beter weet hoe de zaken ervoor staan dan hij. En geldt overigens niet alleen voor het Zomerbad. Wim zit in talloze besturen en is onder andere voorzitter van Gemeentebelangen. Want besturen, dat is het mooiste wat er is, vindt hij. Volgend jaar is hij van plan te stoppen. Iets met een afspraak die hij ooit met zichzelf gemaakt heeft. ‘Als je 75 bent, moet je geen voorzitter meer willen zijn van een vereniging. Ik wil best wat blijven doen, maar geen eerste viool meer spelen.’

    Idyllisch, dát is de tuin van de Stroetinga’s in Peize zeker. Die grenst namelijk pal aan een vijver waar de waterlies in volle glorie bloeien. De plas staat in verbinding met het Zuidlaardermeer, weet Wim en dat maakt dat –ie in tegenstelling tot sommige andere vijvers in de zomer nooit droog staat. Al tweeëntwintig jaar woont hij er samen met zijn vrouw Jannie met veel plezier. ‘Peize is nog een echt dorp en er wonen leuke mensen. De betrokkenheid is groot. Je hoort hier de scheidsrechter fluiten’, lacht Wim die de afgelopen paar jaar stevig op de proef werd gesteld met zijn gezondheid. ‘In 2019 lag ik ineens zes weken in het ziekenhuis. Het had niet veel gescheeld of ik had het niet gered. Iets met mijn bloedsomloop is niet in orde. Vasculitis heet het. Ik moet ermee leren leven.’ Terug naar het begin. Wim Stroetinga is een Peizenaar in hart en nieren. In 1946 geboren in een klein boerderijtje van zijn ouders. ‘Na de lagere school kon ik wel naar de Mulo, vond mijn meester. En die in Leek was beter dan in Roden, dus dat ben ik gaan doen. Na vier jaar ging ik aan het werk. Ik kon terecht als jongste bediende bij de Suikerfabriek in Vierverlaten waar mijn broer werkte. Dat wilde ik niet. Met mijn broer samenwerken leek me niks. Ik kwam terecht bij Laagspanningsnetten Groningen, later de EGD, nu Enexis. Er is geen betere leerschool dan jongste bediende. Je leert een bedrijf van A tot Z kennen, inclusief de goede en slechte mensen. Een mooie tijd. Op vrijdag mocht ik naar de slager in de Poelestraat, daar hadden ze lekkere leverworst. En naar Meter, de haringboer aan de Kraneweg om vis te halen voor het personeel. ‘Meter, er is geen beter’ was toendertijd een begrip. Op het Zuiderdiep zat Knol’s koek, ’s morgens om tien uur was er warme kantkoek. Mensen stonden ervoor in de rij.’ Het was de tijd dat de salarissen nog contant werden uitbetaald. Wim werd op pad gestuurd om het geld bij de Nederlandse Handelsbank aan de Vismarkt op te halen. ‘Ik liep als jonge jongen met een aktetas met 75.000 gulden over straat. Niet meer voor te stellen. Daarna werd het geld in loonzakjes gestopt en per aangetekende post naar alle werknemers verzonden. De Energievoorziening  Groningen-Drenthe (EGD) zat op veel plekken. We hadden 15 kantoren in beide provincies. Overal zaten onze monteurs, ook in Roden.’ Later kwam Wim terecht bij een regiokantoor in Eelde. ‘Ik zei tegen mijn vrouw: ik ga weer aan de studie, de automatisering komt eraan. Ik wil op een plek zitten waar ik iets te vertellen heb.’ Na een studie MBA en twee diploma’s kwam hij terecht bij Gezinsverzorging Groningen, een organisatie met 600 man personeel. Later werd hij gevraagd voor eenzelfde functie door een andere organisatie in Assen. Dat avontuur duurde niet bijster lang. Na anderhalf jaar was Wim er klaar mee. ‘Ik was de zachte sector beu. Er zaten veel feministische vrouwen, dat was de tijd. Voor mijn functie zochten ze ook een vrouw maar die konden ze niet vinden.’

    Van de feministen naar een mannenwereld. Wim belandde bij de Kamer van Koophandel. ‘Het was 1987, de eerste computer kwam de KvK in. In het land der blinden is éénoog koning. Ik had er het meeste verstand van en werd verantwoordelijk voor het automatiseringsproces. Ik was er een soort manager, ook de facilitaire diensten, het personeel en de financiën vielen onder mijn verantwoordelijkheid. Dat heb ik tot 2007 gedaan. Toen ging ik met de VUT.’ Om niet in het welbekende zwarte gat te vallen, had Wim al allerlei lijntjes uitgezet. Zo werd hij penningmeester bij de Fries-Groningse vereniging tot ijsbestrijding, een club die ervoor zorgde dat het Prinses Margrietkanaal vrij bleef van ijs. Ook bij Landgoed Verhildersum paste hij op de centen. En Wim zat in de Bondsvergadering van de KNVB in Zeist, het hoogste orgaan van de KNVB. Onder zijn bewind werd er geld vrijgemaakt om vrouwenvoetbal verder te ontwikkelen. Hier kennen de meeste mensen Wim Stroetinga als voorzitter van Gemeentebelangen en het Zomerbad. ‘Ik voel het als een verplichting. Als je een bijdrage kunt leveren aan de maatschappij, moet je dat doen.’