Noordenvelders

Deel 58

Bernard Klaver

Een kop koffie met Bernard Klaver is geen straf. De oud-bankier met Haagse tongval is een goede gesprekspartner en beschikt bovendien over een arsenaal aan ‘bankiersanekdotes’. In zijn appartement in het centrum van Roden, met de ‘prachtige skyline van Roden’ op de achtergrond, praat Bernard honderduit.

Een optimist is het. Erg bang voor het coronavirus is hij dan ook niet. ‘Woudy en ik sluiten ons gewoon op in ons appartement’, zegt Bernard, die bovendien hemelsbreed nog geen dertig meter van de Jumbo vandaan woont. ‘Dat is het probleem niet.’

Sinds 2005 woont Bernard in Roden met Woudy en hij hoeft er wat hem betreft ook nooit meer weg. Maar vóór hij naar de gemeente Noordenveld kwam, wisselde hij meermaals van stek binnen Nederland. We beginnen in Den Haag, waar het Haags niet gebezigd werd. ‘We moesten thuis keurig ABN praten’, herinnert Bernard zich, die van de schoolbanken zo het bankwezen in ging. ‘Ik ging van Den Haag naar Amersfoort. Ik zou daar meer geld kunnen verdienen, maar dat bleek in de praktijk iets meer dan acht gulden bruto per maand. “Meneer Klaver, als je het elders beter kan krijgen, dan ga je maar weg”, kreeg ik te verstaan. Nou, toen ben ik maar naar Uithuizen gegaan.’

Vanaf Uithuizen naar Woerden, weer terug naar Den Haag en later nog weer naar Leiden. Van stilzitten hield Bernard niet. ‘Ik heb het gepresteerd om in zeven jaar tijd, zeven keer te verhuizen. Mijn ouders zeiden dat ik beter vierkante borden kan kopen, want die zijn makkelijker in te pakken.’

In Leiden kreeg hij de mooiste functie uit zijn carrière. ‘Ik zat op de zogeheten Intensive Care- afdeling. Ik kreeg te maken met bedrijven die in heel zwaar weer zaten. Maar toch vond ik het leuk werk. Vaak kwam je met mensen in gesprek die je al jaren ziet aanmodderen. Dan ga je opzoek naar een oplossing die het beste voor de bank én voor de klant is. Als je dan de knoop doorhakt en zegt: je moet je huis verkopen en opnieuw beginnen, dan is dat voor sommigen een oplossing. Die zijn blij als iemand dan eindelijk zegt: stop er gewoon mee. Zelf durven ze dat vaak niet.’

Maar het werk op de Intensive Care bezorgde Bernard ook een stempel. ‘Ik kwam vaak bij een vriend die een eigen zaak had. Andere ondernemers vroegen dan aan hem: “Gaat het zo slecht met je, dat Klaver langs komt?”. En er was eens een klant die te horen kreeg dat ik weg zou gaan. Hij riep meteen dat het de mooiste dag van zijn leven was. Dat betekent ook dat ik mijn werk goed heb gedaan. Het was in feite een compliment.’

In al die jaren maakte hij het nodige mee. Zo was er de Turkse man die een lening van tienduizend euro vroeg voor een eettentje in Leiden. ‘In Leiden stikt het van de eettentjes en nadat die lening werd verstrekt, was hij spoorloos. Even later kregen we een ansichtkaart uit Istanbul. Hij bedankte ons voor het geld en meldde dat hij nooit meer terug zou komen. Dat gebeurde.’

Op zijn 57ste kon Bernard met pensioen. Hij greep de mogelijkheid met beide handen aan. Zuid-Europa lonkte. ‘Maar bij Zwolle nam ik de verkeerde afslag’, lacht Bernard. ‘Ik had mezelf altijd voorgenomen in Spanje te gaan wonen. In ieder geval ergens waar het warm is. Ik heb psoriasis en reageer heel goed op zonlicht. Dat merkte ik al toen ik in mijn diensttijd in Curaçao zat.’ En toch ging hij naar Roden. Voor Woudy.

Aldaar mengde Bernard zich in het maatschappelijke leven. Hij werd betrokken bij de Wijkbelangenvereniging Centrum en bij de VVE. Later was er nog de Oranje Stichting Roden, waar hij een paar jaar voorzitter van was. En momenteel zit hij nog in het bestuur van zijn biljartclub. Of hij moeilijk nee kan zeggen? ‘Nee hoor. Als ik ergens klaar mee ben, stop ik gelijk. Daar heb ik de energie ook niet voor. De voornaamste reden om te stoppen bij de Oranje Stichting, was het gezeur met de gemeente. Dat is de laatste jaren heel erg geworden. Dus dan stop ik.’

Een bypass zorgt ervoor dat Bernard op zijn gezondheid moet letten. ‘De dokter zei dat, als ik mij niet aan een stil infarct liet helpen, ik de zeventig niet zou halen. Afgelopen maandag ben ik 73 geworden. Ik zit dus al drie jaar in overtime’, lacht Bernard.

Momenteel doet hij dus alleen nog dingen waar hij gelukkig van wordt en wat hem niet teveel energie kost. Met Woudy geniet hij van de kinderen en kleinkinderen die geregeld langskomen. Eén van hen is een talentvolle voetbalster. ‘Ze heeft me laatst geleerd wat een panna is. Althans; ik heb het mogen ervaren.’