Noordervelders: Albert de Boer



PEIZE – Hovenier Albert de Boer vond zichzelf niet interessant genoeg voor de rubriek Noordenvelder, maar na enig aandringen liet hij zich toch overhalen. Aan de enorme tafel in zijn huis aan de Pol in Peize vertelt hij dat hij een geboren Peizenaar is. ‘Mijn ouders hadden een kalvermesterij aan de Oostingslaan. Mijn oom had daar een groentetuin. Daar komt mijn belangstelling voor tuinieren vandaan. Ik vond dat zo fascinerend, je stopt zaad in de grond en daar komt dan een plant uit. Ik merk het ook aan de jongens die bij me werken, degenen die zijn opgegroeid met een groentetuin hebben die passie voor tuinieren.’
Het was dus een logische stap om naar de land- en tuinbouwschool te gaan. ‘Mijn jongere broer zat daar al op en mijn oudere broer ook. Ik kon kiezen uit bloementeelt, bloemschikken of hovenier. Ik koos voor dat laatste. Daarna deed ik er nog een jaar bij, want als je een bedrijf wilde beginnen dan moest je nog leren de boekhouding te doen.’
Hij kwam op zijn 18e van school en ging bij een hovenier aan het werk. ‘Daar heb  ik 22 jaar gewerkt. In 2010 begon ik voor mezelf. Mijn vrouw Jolanda stond daar achter, zij was degene die steeds al zei dat ik beter voor mezelf kon beginnen. Dus eerst op de Kaalakkers vanuit een rijtjeshuis. Zonder personeel, want ik heb altijd gezegd dat ik geen personeel wilde. En nu werken er zeven man voor me.’ Hij wijst op de grote hoeveelheid stoelen die rond de tafel staan. ‘En elke ochtend beginnen we eerst met koffie hier. De dag bespreken, elkaar even ontmoeten. Daarna pakken ze een busje, gaan ze naar hun werkplek en aan het eind van de dag zien we elkaar weer.’ Moeite om mensen te vinden heeft hij niet. ‘Het klinkt misschien wat stom, maar de mensen komen mij opzoeken. Onlangs hebben we een vrouw aangenomen. De mannen waren eerst wat huiverig, en eerlijk gezegd, ik ook. Maar het is zo’n goede zet geweest! De klanten lopen met haar weg en ze past ontzettend goed in de groep.’
In 2011 gingen Albert en Jolanda aan de Pol wonen, waar het huidige bedrijf gevestigd is. En toen begon de ellende. ‘Ik heb hier een groot terrein en had groenafval, grond en zand buiten liggen. Dat was niet slim. Daar kwam een klacht over van de buren en dat heb ik opgeruimd. Geen probleem. Maar dat was niet genoeg. Nu willen ze ons weg hebben, een van de klachten is dat ze last hebben van de busjes. Die rijden om 07.30 weg en komen aan het eind van de dag terug. Het zijn er drie. De Pol is een drukke weg, er rijdt verkeer af en aan. Die busjes merk je echt niet. De klachten begon met één buur, naast ons. Die had me later nodig om een schuur te mogen bouwen waar ik een handtekening voor moest zetten dat ik er geen last van had. Natuurlijk heb ik die gezet, dat doe je toch voor je buren? En dat is nu net degene die de rechterbuurman meezuigt. Samen doen ze hun best om ons weg te krijgen. En dat is pittig. Ik kreeg er een burn-out van, zo veel last had ik ervan.’
Helaas voor beide buren heeft Albert een heel groot deel van het dorp en de buurt achter zich staan. Zo begon een buurtgenoot een handtekeningactie om het hoveniersbedrijf aan de Pol te laten bestaan. In no time werden er meer dan 1000 handtekeningen opgehaald. ‘Ik voel me in de steek gelaten door de gemeente. Ik heb namelijk toen ik hier begon een vergunning aangevraagd. Die heb ik ook gekregen. En nu wordt hij ingetrokken. Het ging heel lang goed, tot corona kwam. Ze kwamen thuis te zitten en toen gingen ze los. Ze lagen in de sloot om ons te filmen. Bij een andere achterbuurman komen dagelijks 10 busjes en vrachtwagens langs, daar hebben ze geen last van.’ Verhuizen willen Albert en Jolanda niet. ‘Het woont hier zo fijn. De buurt is te leuk om hier weg te gaan.’
Inmiddels is het bedrijf een dwangsom opgelegd van maximaal 60.000. ‘Maar we laten ons niet kisten. In principe willen we best met ons bedrijf naar de nieuwe locatie, aan de Schipdijk in Peize. Maar daarvoor moeten er eerst bepaalde aanpassingen worden gedaan omdat we niet met de busjes langs de huizen mogen rijden. Met die aanpassingen wil de gemeente wel helpen, dat is heel fijn. Maar het duurt drie jaar voordat dat klaar is. En tot die tijd worden we nog steeds weggepest. Gelukkig voelen we ons erg gesteund, door zowel de buurt als door wildvreemde mensen die ons een hart onder de riem steken.’