Oekraïne in oorlogstijd was een indrukwekkende ervaring

‘Ik ga er nog één keer naar toe, maar dan om mensen terug naar huis te brengen’

RODEN – Henk Jan Hofman uit Roden reed onlangs voor de derde keer voor de stichting Oost West Kontakten met hulpgoederen naar Polen. Hij was er al twee keer eerder geweest en beide keren raakte het hem hard. De lopende vluchtelingen, met een paar tasjes waar hun persoonlijke spullen in zaten, kinderen aan de hand, al uren onderweg omdat ze een aantal stations te vroeg uit de trein moesten stappen. Hofman is van plan nog één keer te gaan. ‘Als ik weer ga, dan breng ik mensen thuis. Dan is de oorlog afgelopen.’


Ook in de vluchtelingenopvang trof Henk Jan Hofman verdrietige toestanden aan. Na de tweede keer vond hij het dan ook wel genoeg. Tot Zorgplaza een aantal elektrische rolstoelen voor Oekraïne aanbood en er vervoer moest komen. Toen twijfelde hij geen moment. ‘Ik zei meteen ja. Daar was het thuisfront niet zo blij mee,’ begint Hofman. ‘Maar ik wilde toch heel graag gaan. Bovendien kregen we nog matrassen, beddengoed en nog veel meer aangeboden. En er werd een vrachtwagen beschikbaar gesteld, voor mij een reden om toch te gaan. En de tweede reden was dat we de moeder van Yana gingen ophalen, zij is een Oekraïense vluchteling, de eerste die naar ons toe kwam toen we voor het eerst mensen meenamen. Haar moeder is 67, maar voor onze begrippen eerder 87. Ze is slecht ter been en moest een hele reis maken voor we haar op konden pikken.’

Bestuurslid Arie van Klei van de stichting Oost-West Kontakten vond het ook best een spannende onderneming. Henk Jan moet soms wat afgeremd worden, bekent hij. ‘Maar natuurlijk ging Henk Jan wel. Gelukkig maar. Ik was ook niet tegen, maar je moet goed nadenken over dingen zoals verzekeringskwesties. Henk Jan reageert vanuit zijn emotie, ik reageer zakelijk. Henk Jan regelt het vervoer, ik coördineer hier de boel. We vullen elkaar perfect aan.’ Henk Jan bevestigt wat Arie stelt. ‘Ik doe eerst en denk pas later. Gelukkig is Arie er om dat in goede banen te leiden.’

De goederen werden eerst afgeleverd bij de grens en waarna Henk Jan en Henk Postma doorreden naar Lviv, een stad 80 kilometer verderop. De rolstoelen hoogstpersoonlijk afleveren bij het ziekenhuis was de missie. ‘Het was heel gek. Aanvankelijk kwamen we geen auto tegen. Later alleen maar konvooien met soldaten. Elke weg naar een plaats was afgesloten met zandzakken en betonblokken. Er stonden mensen met geweren te controleren, we werden steeds aangehouden. Het was heel fijn dat Yana mee was, voor de taal. We mochten dan ook steeds al snel doorrijden. Yana’s moeder zou met de trein in Lviv aankomen. Toen we de stad inreden stonden er allemaal soldaten. Over zo’n honderd meter waren er stalen wegversperringen. Dan voel je echt dat het foute boel is. Toen we bij het station waren had ik echt even het gevoel: hier kan zo een bom vallen. Toen de trein aankwam zag Yana haar moeder weer terug. Dat was prachtig.’

De terugreis ging niet helemaal zonder problemen. ‘400 meter voor de grens kwamen we stil te staan. De grenscontroles duurden bijzonder lang. We hebben meer dan acht uur in de rij gestaan. Gelukkig hadden we genoeg eten mee’. Henk Jan is even stil als hij aan dat moment terugdenkt. ‘Alle benzinestations onderweg waren dicht. En opeens kwamen we er geen enkele meer tegen. En de diesel raakte echt op. Uiteindelijk was het elf uur ’s avonds toen we de grens over waren. We waren bang dat we stil zouden komen te staan. Toen we eindelijk bij een benzinepomp waren konden we tanken. De tank heeft een inhoud van 75 liter, we hebben 74,8 liter getankt. Op de dampen de grens over dus.’

Spijt heeft hij niet van zijn avontuur. ‘Ik zou het zo weer doen. Achteraf. Maar ik ga het nu niet nog eens doen. Er keren alweer vluchtelingen naar huis terug. Dus als ik weer ga, dan breng ik mensen thuis. Dan is de oorlog afgelopen. Ik heb het wel een beetje onderschat wat het met me zou doen. De ellende, de angst van de mensen, ze waren zo ellendig en uitgeput. En dan die kindertjes erbij. Dat raakte me hard. Maar ik ben wel trots op wat we hebben gedaan met zijn allen. We hebben in totaal 52 mensen in veiligheid gebracht. En nu moet alles nog even indalen, even landen. En daarna zien we wel verder.’