Om elkaar denken: meer kunnen we niet doen

Met de coronacrisis doet zich een surrealistische situatie voor in ons land. Het openbare leven staat zo goed als stil, scholen zijn gesloten en mensen werken zoveel mogelijk thuis. De (economische) schade die het virus met zich mee zal brengen, is nog niet te overzien. Ondertussen zoekt men hoop. Hoop in de kracht van mensen, hoop in elkaar of hoop in hogere machten. Het coronavirus brengt het lelijkste én het mooiste in mensen naar boven.

 Is het te makkelijk om mensen voor gek te verklaren dat ze massaal toiletpapier en dergelijke gaan hamsteren? Dat denk ik niet, al is het op grote schaal wel gebeurd. Twitter stond dagenlang vol met foto’s van lege supermarkten en volle winkelkarren. Er werd schande van gesproken en ook ik vond het hoogst overdreven. Toen men afgelopen zondag echter massaal naar de coffeeshop ging om nog gauw wat te roken te halen, hoorde je veelal dezelfde mensen minder klagen. ‘Wat zijn we toch een mooi land’, tweette iemand. Bijzonder hoe er met twee maten wordt gemeten.

Ondertussen prijzen de burgemeesters in Drenthe zich gelukkig met de ontstane ‘naoberschap’ binnen onze provincie. Hartverwarmend, zo concluderen zij. En inderdaad: mensen die aanbieden boodschappen te doen voor ouderen die de deur niet meer uit durven, dat zijn voor mij gewoon helden. Een klein gebaar en dito moeite, maar mooi is het zeker. In dat opzicht heeft het wat weg van een strenge winter met veel sneeuw. Op zulke dagen zie je dat men elkaars stoep sneeuwvrij maakt en helpt auto’s de juiste kant uit te duwen. Het is vreemd hoe er in Nederland schijnbaar vaak iets aan de hand moet zijn, willen wij elkaar helpen. Maar zo werkt het nu eenmaal.

Op het al eerder gememoreerde Twitter vielen de experts ondertussen over elkaar heen. Dat vind ik het mooie aan het medium: er hoeft maar iets te zijn en heel Nederland heeft er een mening over, en noemt zichzelf expert. Hoeveel virologen hun mening over de coronacrisis wel niet hebben gegeven… Het is om moe van te worden en het leek mij afgelopen zondag dan ook maar beter om de Twitterapp maar even te laten voor wat het was.

Afgelopen zaterdag bleef ik – tegen het advies van onze regering in – niet binnen. Even fietsen leek mij beter, om toch nog wat beweging te krijgen. Bovendien zou ik met niemand anders contact houden en direct na de tocht weer huiswaarts keren. Onderweg zag ik hoe men er gewoon op uit ging. Ik zag korfballers, hockeyers en tennissers. Het leven leek zo af en toe nog ‘gewoon’ door te gaan, al merkte ik in Leek op hoe weinig mensen er op de weg waren. Of leek het allemaal maar zo? Ik durf het niet met zekerheid te zeggen. Verbazingwekkend vind ik persoonlijk het feit dat men toch gehoor geeft aan het dringende advies om niet de sociale activiteiten tot een minimum te beperken. Zo was het in Groningen afgelopen vrijdag en zaterdag een stuk rustiger dan anders, al waren er ook zeker gelegenheden waar er meer dan honderd mensen in de toko stonden. Maar verbaasd was ik zeker. Als negenhonderd Vindicat-studenten zich niks aantrekken van een negatief reisadvies naar Noord-Italië, dan zullen overige studenten zich niks aantrekken van een advies om niet de kroeg in te duiken. Althans, dat dacht ik. In de praktijk blijkt dat mensen tóch luisteren, wanneer de situatie nijpend begint te worden.

En die situatie is nijpend. Dat weet men in Italië, waar mensen boven de zeventig jaar al niet meer op de Intensive Care terecht zullen komen. En ook in Nederland is het vijf voor twaalf. Wat mij ondertussen zo ontzettend tegenvalt, is hoe de politiek elkaar nu verwijten maakt. Oppositie- en coalitiepartijen wijzen naar elkaar, spelen elkaar de Zwarte Piet toe. ‘We hadden dit, we hadden dat’, ‘jullie zeiden….’ en  ga zo maar door. Het is van een intense treurigheid die de politiek zo vaak kenmerkt. Scoren over de rug van een ander. Erger nog: scoren over de rug van zieken.

Ondertussen ben ik bijgedraaid. Ook ik wist niet wat de gevolgen van het coronavirus zouden zijn en ook ik heb er schijtlollig over gedaan. De ernst van de situatie is sinds vorige week helemaal op mij ingewerkt. We hebben een crisis te pakken die zijn weerga niet kent. Wat ons nu kan redden? Geen idee. Positief denken, zou een ‘glas halfvol’-type zeggen. Ik zou zeggen: vooral om elkaar denken. Niets is momenteel belangrijker dan dat.

Meepraten? Twitter: @MathijsRenkema