Ongeluk, moord of zelfmoord?

    RODEN – Geert Willems is de luis in de pels van politiek Noordenveld. Hij bezoekt vrijwel elke politieke bijeenkomst en vormt zich vervolgens een eigen mening.

    Deze keer geen verslag van Raadsvergaderingen of politieke zaken… woensdag zijn zelfs de raadsvergadering afgelast. Gebrek aan punten op de agenda… Daarom heb ik uit het archief en uit de volksmond een oud verhaal opgedist over een lijk, dat op zondagmorgen 19 maart 1899 werd gevonden in een sloot op de Roderesch. Bij het zogenaamde Poepenbos. Tegenwoordig woont daar Jan van der Heide aan de Kaatsweg. Benieuwd wat de verschillen zijn, met hoe deze zaken tegenwoordig worden opgelost. Met name de rol van de burgemeester is interessant… Die trad bij dit soort heftige zaken ook op als een soort Hulpofficier van Justitie…Het lijk was de 56 jarige Wietske Hulsebos, echtgenote van de toen 44 jarige Jacob Hendriks Willems… Inderdaad, een zogenaamde Piependop, deze Jop, want oudste broer en buurman van mijn grootvader Geert Willems. Wat we over deze kwestie weten, was uit overleveringen. Achteraf blijken ze aardig met de werkelijkheid overeen te komen. Die werkelijkheid lag in het archief Noordenveld… In de vorm van een stapel handgeschreven schriftjes, bevattende de Processen Verbalen van de toenmalige veldwachters… Een kleinzoon van Jacob en Wietske, Jan Willems, bijnaam dikke Jan, wist mij het volgende een jaar of 10 geleden te vertellen. Dikke Jan is alweer uit de tijd maar ik had aantekeningen gemaakt over het tragische eind van Wiets en de moeilijkheden, die dat voor zijn grootvader Olle Jop betekenden. Ze moet er nogal toegetakeld uit hebben gezien. Dat zou dacht dikke Jan veroorzaakt zijn door na de val in de diepe sloot, bij de pogingen zich aan de stekelige braamstruiken op te trekken. Bloedverlies zou de dood hebben veroorzaakt. Mijn oma Bep, schoonzuster van Wiets, die het ook als toeschouwer zag, mompelde dat “de duvel haar had besprongen”. Deze verklaring gingen de veldwachters Wieringa en Nuismer te ver. Zijn dachten dat Olle Jop, die Piepedop, het wel op zijn geweten zou hebben. Jop werd met het lijk van zijn vrouw opgesloten in het nog aanwezige lijkenhuisje op de begraafplaats. Als een gebroken man werd hij anderdaags bevrijd door Burgemeester G. Van Wageningen, die bij nader inzien zijn verklaring wel afdoende achtte. Aldus dikke Jan…
    Volgens de optekening in de processen verbaal was het iets anders toegegaan. Een dag eerder, zaterdag de 18de maart was Wiets, gewond aan de hals door een messteek, met buurvrouw Trientje Uilenberg-Willems, stammoeder van een hele grote familie Oelen van de Roderesch, had zij de veldwachters opgezocht. Zij beweerden dat Jacob zijn eigen vrouw s nachts in de hals gestoken had. Jacob werd daarna verhoord en ingesloten. Niet voor lang. Dezelfde dag werd hij na getuigenissen van zijn twee zoons, Hendrik en Jan Joppies, van de buren Eltjo van Wijk en Maaike Bosklopper, zijn zwager Jan Ensink, vrouw Koning en de gebroeders van Wijk, beter bekend als de Lollepieken, weer vrijgelaten. Jantje bleek labiel te zijn en aan aderverkalking te lijden… In die toestand had ze zich door Trien Uul wat aan laten praten. Deze Trientje, een tante van Jacob, want een zuster van zijn vader Hendrik had een merkwaardige reputatie. Hendrikus Assies meldde, dat ze door in koffiedik te kijken de toekomst kon voorspellen. Tegen hooierstijd kwam ze wel eens in de Winsinghhof. Ze vroeg dan een kom koffie, die ze op haar gemak leeg slurpte. Daarop keek ze nadenkend in de overgebleven koffieprut… Filters waren er nog niet en ze sprak: “t’wordt tiet daj et heuj binnenhoalen… dr komt beroerd weer an…” Het werkvolk spijde zich dan in de handen en vertrok naar het hooiland. Aan de voorspellende gaven van koffiedikkijkster Trien Uul werd niet getwijfeld…Jacob werd weer vrijgelaten, maar bracht de nacht bij buurman en zwager Jan Ensink door. Uit angst, voor de ontoerekeningsvatbaarheid van zijn vrouw Wiets. De andere morgen, werd hij daar gewekt door zijn 17 en 18 jarige zonen, die in paniek meldden dat Moeke niet meer te bedde was… Enige tijd later werd moeder Wietske gevonden. In de diepe sloot aan het poepenbos. De burgemeester en geneesheer Koppius meldden zich enige tijd later. Wiets werd op het zandpad gelegd. Er zat alleen een bloedige schram, rechts van de neus… Deze neus was naar rechts gebogen en zat onder de modder, zodat Koppius later in zijn sectie rapport liet optekenden, dat verstikking de doodsoorzaak was. Veldwachters hebben verder hun vingers er aan blauw geschreven. Dat is bewaard gebleven. JanJoppies, toen 18 jaar is de eigenlijke stamvader van deze tak van de Willemsen geworden. Broer Hendrik overleed 10 jaar na zijn moeder. Ouwe Jop overleefde zijn 12 jaar oudere vrouw Wiets nog 29 jaar. De familie JanJoppies had als kenmerk dat velen in woonwagens woonden. Eigenlijk waren zij de stichters van het nu nog bestaande woonwagenkamp op de Roderesch.
    De rol van de burgemeester in dit voorval doet nog wel aan de tegenwoordige taak van de huidige denken. Bij raadselachtige sterfgevallen wordt zijn aanwezigheid vereist. Ook doktoren komen er net als toen aan te pas… Tot zover de overeenkomsten. Nee, de Willemsen oftewel Piepedoppen krijgen tegenwoordig niet zo vaak meer de verdenking van misdaden in de schoenen geschoven… Ofschoon… het loopt ook zonder misdaad niet altijd goed met ze af…