Op een mooie dag

column-cees-slanke-sleutelbloem

Echt verwend met mooi weer zijn we tot nog toe niet, maar nu dient de lente zich toch wel aan. Het is het seizoen waar ik persoonlijk altijd het meest van geniet. Het is de tijd dat je naar van alles en nog wat kunt uitzien. De flora ontwikkelt zich weer na de winterrust en tal van zomervogels keren terug uit warmere streken. Soms sta je versteld dat bepaalde vogels er zomaar van de ene op de andere dag weer zijn. Afgelopen vrijdag was zo’n dag.

We waren op deze dag met de florawerkgroep van IVN Roden actief in het Bongeveen van Stichting Het Drentse Landschap. Dat gebied wordt dit jaar uitgebreid onderzocht op de daar voorkomende flora en vrijdag was het de eerste keer dat we er waren. Echt veel levert zo’n eerste bezoek nog niet op (pakweg 55 soorten), maar je bent er vooral ook om het gebied te verkennen. Op het eind van het jaar mag je verwachten dat er ruim 200 op de lijst staan en misschien wel meer dan 250. Dat is nog afwachten. Het is niet een heel groot gebied en bovendien vrij schraal. Dat het Bongeveen er nog is mag een klein wondertje heten, want al tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het eens prachtige natuurgebied tussen Roden en Peize op de schop en zijn hier en daar slechts wat restantjes overgebleven, waaronder het Bunnerveen, Stuifgat en dus het Bongeveen. Ik geloof dat het mede voortkwam uit een soort mededogen, omdat er een kolonie Kokmeeuwen huisde. Van de oorspronkelijke natuurwaarden is helaas weinig overgebleven en tegenwoordig wordt het er niet beter op. Wat er toen ongetwijfeld ook al was waren de vele struiken van de Wilde gagel. Vanaf de weg (Scheperijen) vallen ze op door hun roodachtige uitstraling. Dit is de tijd dat ze in bloei staan en wanneer je een tak van de struik heen en weer schudt komen er wolken stuifmeel af. Het is een echte windbloeier.

Toen we daar zo aan het rondstruinen waren viel het ons op dat je her en der zingende Fitissen hoorde. Een dag eerder was ik ook in het veld op plekken waar je ze had kunnen verwachten, maar toen waren ze nog niet aanwezig. Die zijn dus in de nacht van donderdag op vrijdag in een soort golfbeweging hier neergestreken. Het was trouwens niet de eerste nieuweling deze dag. In het kleine door de weg afgesneden westelijk gelegen stukje Bongeveen hoorden we ook nog een Boompieper voor het eerst. Je bent dan wel planten aan het inventariseren, maar voor andere natuurzaken heb je uiteraard tevens aandacht. De mooiste waarneming betrof een Blauwborst; een prachtige verschijning en hij zingt ook nog eens heel fraai. Mooi meegenomen waren verder nog een Levendbarende hagedis en enkele soorten paddenstoelen. Dat laatste is niet echt iets waaraan u zult denken in dit jaargetijde, maar ik heb hier wel vaker geschreven dat je ze het hele jaar kunt aantreffen. Een week eerder waren we met de Paddenstoelenwerkgroep IVN Roden in De Petten bij Peebos en hadden op het eind van de dag 64 soorten zwammen op de lijst staan. Grote, maar vooral heel veel kleine. Dat zijn bijvoorbeeld soorten die oude elzenproppen en wilgenkatjes afbreken. Soms zijn dat minuscule stipjes en je moet over een geoefend oog beschikken om ze te ontdekken. In het Bongeveen was het Oranjerood trechtertje de meest bijzondere. Dat kon daar gauw, want het was slechts één van de vijf soorten die ik er zag. Dat hadden er wellicht meer kunnen zijn, maar wanneer je er niet specifiek naar op zoek bent zie je gewoon minder.

Na het bezoek aan het Bongeveen gingen we nog even kijken naar de plant op de foto, de Slanke sleutelbloem. Die was ontdekt door voorzitter Garmt Renkema van IVN Leek, waarna hij de vondst meldde bij de coördinator van de Florawerkgroep IVN Roden. De sleutelbloem kent u vast beter van de Latijnse naam Primula. Dat is het verkleinwoord van primus en betekent ’eerste’ of ’kleine eersteling’. Op een goede plek kunnen ze namelijk al in maart bloeien. Op de door ons bezochte groeiplaats staan tientallen planten, maar zijn daar wel afkomstig uit een tuin. Ze zijn als stinsenplant in Nederland terechtgekomen en komen inmiddels in het zuiden en oosten van het land steeds meer voor. Het is een plant die in zijn natuurlijke habitat onder meer in kalkrijke hellingbossen groeit, waardoor ik denk dat hij in Zuid-Limburg van oorsprong voorkomt.