Open brief aan het gemeentebestuur van Noordenveld

Zeepkist

Nu we zo langzamerhand gewend zijn aan het nieuwe jaar, de feestdagen achter ons liggen en het leven weer genormaliseerd is, moeten we vaststellen dat de afgelopen weken voor veel mensen in hoge mate werden vergald door het consumentenvuurwerk. De tegengeluiden onder de mensen tegen het consumentenvuurwerk nemen toe. Tegelijkertijd neemt echter de lobby van de echte liefhebbers toe, een lobby die behoorlijk agressief is en vooral ook wordt bepaald door de branche. Het centrale argument van de voorstanders van consumentenvuurwerk is de bewering dat het hier zou gaan om een goed vaderlandse traditie, die eeuwenoud is en niet mag verdwijnen. Hoe we het begrip traditie moeten definiëren, is kennelijk lastig, maar eeuwenoud is de zogenaamde vuurwerktraditie beslist niet. Buskruit en vuurwerk zijn oud, maar het gebruik door gewone burgers begint pas in de jaren zestig van de vorige eeuw. Het is vooral een welvaartsfenomeen, net als bijvoorbeeld het bezoeken van junkfoodketens en swingerclubs, verschijnselen die ook in die jaren ontstaan. Misschien dat het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed ook dergelijke fenomenen maar een status als erfgoed moet toekennen, zoals men dat voor het consumentenvuurwerk heeft gemeend te moeten doen. Ik kan er weinig respect voor opbrengen en vraag me af wat de status van een door het Centrum afgegeven certificaat is. Veel meer dan een instrument voor lobbyisten lijkt het me niet.

De werkgroep Behoud Consumentenvuurwerk Nederland beroept zich naast de in 2013 verkregen status van immaterieel erfgoed ook op het feit dat de vuurwerkliefhebbers zich geheel conform de regels gedragen en dat er natuurlijk uitzonderingen zijn, mensen die zich nergens aan houden en storend gedrag vertonen. Vuurwerk wordt gekocht door een kleine groep van de bevolking, maximaal 15%, en daarin is dan alle vuurwerk begrepen, ook de lichtere soorten. Toch worden we al vergast op geknal vanaf half november. Dat dit niet overdreven is weet ik, als eigenaar van een hond die bang is voor vuurwerk, maar al te goed. Het begint met nu en dan een knal, maar al snel neemt de frequentie toe en in de laatste week is er echt helemaal nergens meer aan te ontkomen. Op de 31e mag er pas afgestoken worden vanaf 18:00 uur, het leek die dag echter wel of de artillerie uitgerukt was en de laatste knal noteerde ik op 7 januari 2016. Kortom: in de praktijk wordt consumentenvuurwerk afgestoken van ca. St. Maarten tot Driekoningen. Dit is niet uitzonderlijk en wordt niet door slechts een handjevol vandalen gedaan, dit is gewoon structureel.

Ik zal bij deze gelegenheid niet al te diep ingaan op de verdere kwalijke gevolgen van het consumentenvuurwerk voor fauna, milieu en gezondheid. Er zijn echter wel enkele merkwaardige discrepanties waarneembaar, met name waar het de gezondheid en veiligheid betreft. Onze overheid doet haar uiterste best om de bevolking te doordringen van lifestyleveranderingen en neemt drastische (en soms democratisch twijfelachtige) maatregelen in de strijd tegen terrorisme. De kans om getroffen te worden door een terreurdaad valt in het niet bij de kans een ernstig vuurwerktrauma op te lopen en diezelfde overheid heeft er kennelijk geen enkele moeite mee onze pubers de beschikking te geven over hoog explosief materiaal. Veertig jaar heb ik oogoperaties verricht en in die jaren heb ik veel ellende voorbij zien komen en onder mijn handen gehad. Er waren oudjaarsnachten bij dat ik twee keer een oog moest verwijderen en meestal waren het jonge mensen of kinderen die voor hun leven gehandicapt werden. Het verweer van de liefhebbers is dan dat mensen verantwoord om moeten gaan met vuurwerk en dat veel ongevallen veroorzaakt worden door illegaal vuurwerk. Nu is illegaal vuurwerk meestal gewoon vuurwerk, dat in onze buurlanden niet illegaal is, en bij de ongevallen in Nederland is in ongeveer de helft van de gevallen mogelijk sprake van illegaal vuurwerk. Verder kunnen we van onze pubers moeilijk verwachten, dat ze verantwoord omgaan met dit gevaarlijke speelgoed. Is de puberteit niet de fase waarin we juist experimenteren? Tegen deze achtergrond is het ook van de zotte, dat er een regeling gekomen is voor zogenaamd ’onschuldig’ categorie I vuurwerk, dat het hele jaar afgestoken en verkocht mag worden aan kinderen vanaf 12 jaar. Een kleine rondgang door YouTube leverde een enorm aantal filmpjes op, waarin allerlei inventieve jongetjes lieten zien hoe zij van dit ’kindervuurwerk’ aardige bommetjes konden fabriceren. Ik kan niet anders dan concluderen dat we wel heel merkwaardig met onze kinderen omgaan.

Natuurlijk weet ik heel goed dat we geen wonderen moeten verwachten, maar het lijkt me gepast als onze bestuurders de mensen telkens weer wijzen op de ellende die deze vermaledijde zogenaamde traditie ieder jaar gedurende weken weer aanricht. Uiteindelijk hoop ik werkelijk dat we in staat zullen zijn het consumentenvuurwerk af te schaffen. We moeten ons tenslotte niet laten terroriseren door een kleine groep fanaten en in andere landen is het ook gelukt. Gelukkig zien we de laatste jaren ook de goodwill van de bevolking afnemen.

Met vriendelijke groet,

Bert A.E. van der Pol

burger van Noordenveld

opa van negen kleinkinderen

eigenaar van vuurwerkangstige hond

lid milieuwerkgroep IVN Roden

oogarts, n.p