‘Oud en versleten maar nog geen negentig’

Op de koffie bij mevrouw Dokter in  De Noorderkroon

RODEN – Sinds 31 augustus van vorig jaar is Woonzorgcentrum De Noorderkroon het nieuwe thuis van mevrouw Dokter. En dat past haar uitstekend. Zelfstandig wonen aan de Goudenregenstraat in Roden ging niet meer. Ze viel vaak en lag eens een halve dag op de grond voordat iemand haar opmerkte. Het kan niet meer, besloot ze. De Noorderkroon leek haar wel wat, ze kwam er vaak, op haar scootmobiel toog ze naar de handwerkclub van het woonzorgcentrum. Ook al komt er steeds ‘een beetje bij’, mevrouw Dokter gaat door. “Bij de pakken neerzitten doe ik niet.”

“Je bent hier bij de dokter, maar een praktijk heb ik niet!” Het is het eerste wat mevrouw Geertje Dokter roept naar de redacteur van Noordenveld Plus. Met de humor van de 89-jarige dame zit het wel goed. Dokter zit in haar rolstoel voor het raam van haar gezellige appartement op twee hoog. Het liefst zat ze nu lekker aan haar keukentafel te handwerken. Want dat is haar lust en haar leven zegt ze. “Ik heb eens vijftig kerstkaarten geborduurd. Handwerken vind ik het mooiste dat er is. Maar opeens werden mijn handen dik. Bleek er een bacterie in mijn bloed te zitten. Jammer natuurlijk, want nu kan ik niks met mijn handen. En ze trillen behoorlijk”, zegt mevrouw die ook geveld werd door een ontsteking in haar wervelkolom. “Mijn ontbijt bestaat uit een stuk of twaalf pillen. Er komt steeds weer iets bij. Met mijn linker oog zie ik niets meer. Een bloeding onder het netvlies, zei de dokter in het ziekenhuis. Door mijn verminderde gezichtsvermogen moest ook mijn scootmobiel weg”, vertelt ze. Toch blijft mevrouw Dokter een eeuwige optimist. “Eerst zei ik: oud en versleten maar nog geen tachtig, nu zeg ik: oud en versleten maar nog geen negentig. Ik ben 89, het hoofdje is goed maar het lichaam wil niet.”

Dokter groeide op in oorlogstijd. In een huis aan de Middendrift in Steenbergen. Haar ouderlijk huis prijkt op een foto aan de wand in haar kamer. Later vertrok ze naar Epe, om te werken in een fabriek. Ook maakte ze kantoren schoon. “In Epe heb ik mijn man ontmoet. We zijn getrouwd in de kerk. We deden alles samen. Fietsen was onze hobby. Toen hij op een nacht naar de wc moest, hoorde ik een enorme bonk. Hij kreeg een hartaanval en overleed. Onvoorstelbaar. Hij was nooit ziek. Ja, dat was zeker een klap. Dit jaar zou hij 88 geworden zijn. Na zijn overlijden ben ik in 2002 teruggegaan naar Roden, naar de Goudenregenstraat. Wat had ik daar nog te zoeken? Mijn familie woont hier. Mijn zoon Erik woont nog in mijn huis, mijn zus er tegenover. Een mooie tijd. Toen ik steeds vaker viel kon het niet meer. Mijn zoon werkt bij de gemeente, in de buitendienst. Overdag is hij weg. Het was gewoon niet meer vertrouwd. Hij belt elke avond. En op vrijdag of zaterdag komt hij langs en doet mijn betalingen en opent de post.”

Behulpzaam

Mevrouw Dokter heeft het naar haar zin in De Noorderkroon. De medewerkers zijn vriendelijk en behulpzaam vindt ze. “Je hoeft maar op de knop te drukken of ze komen om je te helpen. En toen het zo warm was kwamen ze me ophalen. Ik kan slecht tegen de warmte. Ze reden me naar een frisse ruimte en brachten me een kop bouillon. Daar knapte ik echt van op. De medewerkers zijn heel zorgzaam hier.” In tegenstelling tot wat je hoort bij veel ouderen, speelt eenzaamheid geen rol in het leven van Geertje Dokter. “Ik heb zo’n mooi uitzicht, daar kan ik heel erg van genieten. Veel bezoek komt er niet. Dat vind ik niet heel erg. Mijn zus uit de Goudenregenstraat kwam elke week, ze is acht jaar jonger dan ik. Maar na haar operatie is het allemaal wat minder geworden. Ze moet goed op zichzelf passen. We waren thuis met z’n achten. Twee zussen en één broer zijn inmiddels overleden. Maar dat is het leven.”

Met het hele coronagedoe is mevrouw wel klaar. Het woord kan ze niet meer horen. “Het houdt maar niet op. Ik doe de tv ’s ochtends voor 9 uur niet meer aan. Ik heb een broertje dood aan het woord. Of ik bang ben voor het virus? Nee. Ik word hier goed verzorgd. Het was rustig hier toen er geen bezoek mocht komen. Je  kon wel voor het raam met elkaar praten, maar dat heb ik niet gedaan. Dat vond ik niks. Ze doen echt leuke dingen. Iedere dinsdag ga ik naar de spelletjesmiddag. Dan spelen we aan een lange tafel rummikub. En al kan ik het bijna niet meer zien, ze helpen me wel. Het gaat mij om het plezier”, zegt mevrouw Dokter die haar leven een 8 geeft. “Ik heb het hier mooi. Mijn zoon haalt tegenwoordig  het plasticafval op. Om de veertien dagen. Dan wacht ik voor het raam tot ik hem zie en zwaai ik naar hem. En we zijn laatst ‘op vakantie’ geweest naar Afrika. Via een groot scherm maakte ik als het ware zelf een reis door Afrika. Dat was geweldig. Aan de hand daarvan hebben we een olifant geknutseld. Vanmiddag gaan we die afmaken.”

Nog heel even wil Dokter nog graag haar geliefde handwerk onder de aandacht brengen. Ze rolt haar rolstoel naar de tafel waaraan ze normaalgesproken met behulp van een grote loep haakt en borduurt.  Uit een grote doos plukt ze een paar schitterende gehaakte kleedjes. “Dit maakte ik allemaal. Die op de bank ligt heb ik ook gehaakt. En deze moeten nog klaar”, zegt ze over de vlinders die met minuscule steekjes op kaartjes zijn geborduurd. “Ik wacht erop dat ik ze af kan maken. Ik hoop dat het trillen overgaat en dat mijn zicht weer wat beter wordt. Maar dat zal eerder wel minder worden vrees ik. Bij de pakken neerzitten doe ik niet. Ik zit hier rustig, heb mijn natje en mijn droogje. Ik red me prima zo. Wanneer kom ik in de krant?” Dinsdag 22 september mevrouw Dokter. Dan: “Ben ik daar niet te zwaar voor? Je hoort het hè? Ik heb altijd wat terug.”