Oud-ondernemer overziet in Norg zijn leven: ‘De wereld is goed geweest, nu willen we wat terugdoen’

‘Sjoerd Kooistra kondigde zijn dood een maand voor die tijd aan’

NORG – Hij loste de problemen van zijn goede vriend Sjoerd Kooistra op, runde De Drie Gezusters, bezat FEBO-restaurants en organiseerde topevenementen op de Grote Markt. Geboren Stadjer Henk Wustenveld streek enkele jaren geleden met zijn Dalik neer in Norg, alwaar hij het rustiger aan is gaan doen. ‘Rustiger aan’ blijkt hierbij een vaag begrip, want nog steeds heeft Wustenveld genoeg te doen. Of hij nou advies geeft aan bevriende ondernemers of klanten bij de Voedselbank op weg naar een baan helpt, de insteek blijft hetzelfde: Henk wil iets terugdoen. ‘De wereld is goed voor ons geweest, nu is het onze beurt.’ De Krant op audiëntie bij het echtpaar Wustenveld in Norg.

Hoewel het feitelijk nog november is wanneer de afspraak staat ingepland, staat het huis in de bosrijke Norger omgeving er uiterst ‘kerstig’ bij. De lampen rondom het huis zijn al lang en breed opgehangen, en ’s avonds valt er een heuse rendierenfamilie waar te nemen aan de Sparrenlaan. Ook binnen is het feest. Een grote kerstboom van Amerikaanse proporties (niveautje Home Alone) siert de ontvangsthal. Het onthaal door Henk, Dalik en twee vrolijke honden is hartelijk. Het huis ademt kerst. Niet zo verwonderlijk ook. ‘We zijn er gek op’, benadrukt Dalik ten overvloede. ‘Inmiddels hebben we meer dan 36 duizend lampjes’, weet Henk. ‘Mijn vrouw is idolaat van kerst en ik vind het zelf ook gezellig.’

Sinds 2015 woont het echtpaar in Norg. Dat bevalt goed, beter in ieder geval dan Lelystad. ‘Een waardeloze plek om te wonen’, zegt Dalik. Henk: ‘Absoluut, maar het lag het meest centraal. Ik was veel onderweg voor mijn werk, dus Lelystad was gewoon handig. Maar ik ben blij dat we daar niet meer wonen.’

Henk had zijn eigen accountancykantoor en is van origine belastingadviseur. Hij boerde goed en wist zich door hard te werken financieel onafhankelijk te maken. Een echte horecaman was Henk aanvankelijk niet. ‘Ik had meerdere FEBO-restaurants in Nederland’, zegt Henk. ‘En een Mexicaans restaurant in Groningen’, vult Dalik aan. Maar het was eerst niet de bedoeling om De Drie Gezusters te gaan runnen. Dat idee ontstond pas in 2010, vlak voordat de welbekende horecaondernemer Sjoerd Kooistra een einde aan zijn leven maakte. ‘Ik kende Sjoerd vanaf de jaren ’80. We waren vrienden’, zegt Henk.

Meer dan vrienden zelfs, vertrouwelingen. Henk voorzag Sjoerd van financieel advies en schreef in 2007 een plan om de onderneming van Kooistra weer de goede kant op te krijgen. ‘Het ging toen slecht met de zaken van Sjoerd’, blikt Henk terug. ‘Ik schreef een plan, waarbij ik hem adviseerde het zuiden af te stoten en zich alleen te focussen op zijn zaken in het noorden des lands. Wij zouden het zelfs voor hem gaan runnen, hij hoefde niks meer te doen. Sterker nog: hij zou jaarlijks één miljoen euro mogen opnemen, zonder er iets voor te doen. Maar Sjoerd legde het advies naast zich neer en ging door met investeren. Hij maakte een deal met Heineken en dacht zelfs de baas van de brouwerij te zijn. Dat bleek in de praktijk absoluut niet het geval. Na 2007 heeft hij er één grote rotzooi van gemaakt.’

De goede bedoelingen  van Henk ten spijt, luisterde Kooistra niet naar het advies. Het resultaat was een gigantische puinhoop. Desondanks was Kooistra een graag geziene gast bij het echtpaar Wustenveld. Meermaals belde hij Dalik zomaar op. ‘Of dan kwam hij langs om snert te eten. Hij was een hele aardige man en wij konden heel goed met hem’, zegt Dalik.

Zo goed zelfs dat Henk en Dalik ruim een maand voor de zelfverkozen dood van de ondernemer al op de hoogte waren van zijn naderende afscheid. ‘Hij stelde ons er al van op de hoogte. Sjoerd zei: “Ik heb zestig landen gezien, ik heb gedaan wat ik wilde doen. Ik stop ermee.” Tja, dat weet je dan’, zegt Henk.

‘De reden dat hij het ons vertelde, was dat hij wilde dat ik zijn zaken in orde ging maken. Ik moest er met de schuldeisers uitkomen en De Drie Gezusters onder mijn hoede nemen. Ik kwam er al gauw achter dat het bedrijf aan de Grote Markt een heel moeilijk bedrijf was. Sjoerd wist eigenlijk nooit wat er gebeurde in het bedrijf. Er werkten meer dan 380 mensen. Fulltime of parttime. Dan moet je wel enig zicht hebben op wat er gebeurt’, zegt Henk. ‘Als je denkt dat de administratie alleen voor de fiscus is, ga je de mist in. Toen ik aan het roer kwam, wist ik dat er werd gesjoemeld met drank. Personeel nam flessen mee naar huis of gaf wel heel gretig rondjes aan bekenden. Ik ben alles gaan registreren. Iedere maand schreef ik een rapport. Ik kwam er achter dat er jaarlijks voor 140.000 euro aan drank verdween. Vaak in de tassen van het personeel. 140.000 euro! Geen kinderachtige bedragen, dacht ik zo.’

‘De Drie’ ging op de schop. Er ging een andere wind waaien. ‘We hebben daar in een aantal jaar veel voor elkaar gekregen’, zegt Henk. ‘Een aantal verbouwingen, een groot verwarmd terras en een aantal mooie evenementen op de Grote Markt. Als ondernemer voelde ik een morele verplichting om de Grote Markt goed te benutten. De jaarlijkse ijsbaan was een ideetje van mij en later hebben we er nog de bekerfinale van 2015 op groot scherm uitgezonden. Oudjaarsfeesten, Koningsdag, noem het maar op. De Grote Markt leende zich daar perfect voor.’

Op 1 maart 2017 ging Henk met pensioen. ‘Ik heb tegen hem gezegd dat hij moest stoppen’, zegt Dalik. ‘Hij bleef het maar druk hebben. Na de dood van Sjoerd waren we van Lelystad naar Assen verhuisd en later weer naar Lelystad gegaan. Op onze boot in Joure besloten we later dit huis in Norg te kopen.’

Dalik (van oorsprong van Bali maar met een verleden in Nietap) was tijdens de eerste bezichtiging van het huis nabij de Norger sportvelden direct verliefd. Ook Henk, geboren en getogen Stadjer, zag het meteen zitten. ‘En dus kochten we het huis’, zegt Henk. ‘We hebben het huis naar onze eigen wensen laten verbouwen. Dat ging heel snel.’

Pensioen of niet, het woord stilzitten komt niet in het woordenboek van Henk voor. ‘Ik moet niet achter de geraniums gaan zitten.’ Gelukkig is daar de Voedselbank in Groningen, waar hij klanten helpt om ‘eigenwaarde terug te winnen’. ‘Mensen die daar met de kop naar beneden lopen, maar graag hun situatie willen veranderen, probeer ik te helpen. Ik neem ze bij de hand om hun problemen op te lossen. Daarbij trek ik niet aan een dood paard. De klanten moeten ook mee willen werken, ze moeten ook iets van hun leven willen maken.’

‘Ik heb altijd iets met die doelgroep gehad’, vervolgt Henk. ‘Klanten van de Voedselbank konden jaarlijks gratis schaatsen op de Grote Markt. En we hebben Stadjers Hand in Hand opgericht, waarbij minder bedeelde Stadjers in contact kwamen met andere stadsgenoten. Een mooi initiatief, was de uitnodiging door Henk van enkele honderden Voedselbank klanten tijdens de Kerstdagen in de Drie Gezusters en zijn  andere horecabedrijven aan de Grote Markt, waar men met elkaar een heerlijk diner at. Dat zijn van die initiatieven waar ik graag mijn steentje aan bijdraag. Iets terugdoen voor de wereld die zo goed voor ons is geweest, dat vind ik belangrijk. En ja, ik zie ook dat als een morele verplichting.’

‘Veertig procent Amsterdamse cafés gaat kapot’

Henk weet goed dat de huidige horecaondernemer niet te benijden is. ‘De overheid doet veel, maar is telkens te laat. Ze lopen achter de muziek aan. In 2017 heb ik de zaak aan de Grote Markt kunnen verkopen aan Laurens Meijer, een uitstekende ondernemer met wie ik nog goed contact heb. Hij is het inmiddels al hartstikke zat. En ik kan me dat goed indenken. Ga maar na: de loonsubsidie die over het vierde kwartaal zou worden gegeven, loopt van oktober tot en met december. Deze is pas eind november afgegeven. Het kabinet is steeds een stap te laat, maar voor ondernemers is dat funest. Het ontbreekt aan ondernemerschap in Den Haag. Dat missen ze. Kamerleden hebben vaak geen verstand van hoe het in de praktijk werkt. Laat ze eens meelopen in het bedrijfsleven, in plaats van de ambtelijke molen. Daar zouden ze veel van kunnen leren.’

Een ruwe schatting leert Henk dat veertig procent van de cafés in Amsterdam ‘kapot’ gaat. ‘In Groningen zal dat aantal lager liggen, omdat we hier minder afhankelijk zijn van toerisme. Maar ook hier heeft men het heel zwaar.’

‘Een jaar afgepakt’

2020 is ook voor Henk en Dalik geen fijn jaar geweest. De levensgenieters mogen graag op reis, uit eten en onder de mensen zijn. Kerst vieren ze dit jaar bij wijze van uitzondering thuis. ‘Daarom hebben we het extra mooi gemaakt thuis’, zegt Dalik. ‘We gaan thuis lekker eten. Heel uitgebreid. Maar eigenlijk zouden we het liefst gewoon naar een restaurant gaan.’ Henk neemt het nog een stapje verder: ‘Het voelt alsof er een jaar van mij is afgepakt. In februari word ik 75, wie weet hoelang we nog hebben? We hebben een heel jaar onze plannen moeten aanpassen, dat vind ik op deze leeftijd vervelend. Als je jong bent denk je: ach, dat halen we wel in. Maar bij ons is dat niet zo vanzelfsprekend.’