Over prachtige routes, Groby, babbelende meisjes en zand in de schoen

RODEN-vierdaagse-slotdag-21

RODEN-vierdaagse-slotdag-01RODEN-vierdaagse-slotdag-02RODEN-vierdaagse-slotdag-03RODEN-vierdaagse-slotdag-04RODEN-vierdaagse-slotdag-05RODEN-vierdaagse-slotdag-06RODEN-vierdaagse-slotdag-07RODEN-vierdaagse-slotdag-08RODEN-vierdaagse-slotdag-09RODEN-vierdaagse-slotdag-10RODEN-vierdaagse-slotdag-11RODEN-vierdaagse-slotdag-12RODEN-vierdaagse-slotdag-13RODEN-vierdaagse-slotdag-14RODEN-vierdaagse-slotdag-15RODEN-vierdaagse-slotdag-17RODEN-vierdaagse-slotdag-18RODEN-vierdaagse-slotdag-19RODEN-vierdaagse-slotdag-20RODEN-vierdaagse-slotdag-021Avondvierdaagse in Roden

RODEN – Ik moest er aan geloven. Van ome dokter. Vanwege de rug. Veel wandelen, zei hij, en de rugpijn zou vanzelf verdwijnen. M’n twee kinderen (zoon van 10 en dochter van 7 jaar) koesterden goede herinneringen aan hun eerste avondvierdaagse in Roden en dus was één plus één ook nu twee. Meedoen aan de avondvierdaagse in Roden. Hoewel de oudste een warm pleidooi hield voor de tien kilometer, werd het vier keer vijfduizend meter. De paden op, de lanen in. Op plekjes komen waar je nooit eerder geweest bent. Zingende en huilende kinderen, gedoe met flesjes water en zand in de schoen. De avondvierdaagse heeft het allemaal. Verslag van vier dagen afzien. Maar stiekem toch ook wel vier dagen genieten. Samen met 900 andere lopers.
Dinsdag

‘Haal de auto maar’
Startdag. En dus op tijd in de Hullen om in te schrijven. De organisatie had zich prima voorbereid en wilde een chaos zoals een jaar eerder voorkomen, en dus verliep het allemaal vlekkeloos. Zo vlekkeloos, dat we al een kwartier voor de officiële start- college Judith mag op een toeter drukken- klaar staan. Met flesjes sportdrank, in korte broek. Witte benen, een zojuist ontvangen keycard van KPN om de nek en een Telfort zonnebril op de neus. Die witte bril kleurde overigens prima bij de benen, dat scheelde dus weer. We lopen met z’n vijven, want zowel dochter als zoon heeft een lotgenoot gevonden. De start is mooi, want al na honderd meter krijgen we van Ard Vrielink een flesje water aangereikt. Dat flesje is honderd meter verderop leeg. Van lopen krijg je kennelijk heel snel dorst, en bovendien vinden de kinderen het leuk om een slok te nemen en die op straat uit te spugen. Dat geeft – vinden ze- een mooi effect. Rene Walda van de plaatselijke slijterij loopt ons voorbij. Geoefende loper kennelijk. Via de begraafplaats en de kinderboerderij gaan we bij VV Roden het bos in. Mul zand. En dus zand in de schoenen. Steentjes in de schoenen. Stoppen. Schoen uit, zand er uit, schoen aan. Dertig meter verder heeft de ander zand in de schoen, weer later moet er geplast worden. Pas daarna kan stevig doorgelopen worden. Hoewel? De eerste etappe valt de jongsten – de meisjes- best zwaar. Wandelen wordt slenteren. De stempelkaart aan de keycard is kapot, de flesjes drinken moeten in en uit de tas en na zo ongeveer twee kilometer wordt voor het eerst de vragen der vragen gesteld: of we er zo zijn. Ergens in het bos ligt een paaltje omver. Anne Rutgers zet het in de goede richting en kan ons vertellen hoeveel meter we ondertussen gelopen hebben: 2700. Iets over de helft dus. Dat valt de dames niet mee. ‘Haal de auto maar. Dit is de eerste én de laatste avond. Hoe ver is dit wel niet.’ Gaandeweg herpakken ze zich, de jongens zijn dan al ver vooruit gelopen. Voetballers, die hebben energie. Ergens onderweg staat een ezel. De meiden zetten een sprint in. En dat terwijl ze net nog dodelijk vermoeid beken. Met de benen dan, niet met de mond. Want babbelen kunnen ze. Vijf kilometer onafgebroken. Over school, opa, Rekentuin en mama. Wat we onderweg zien? Vooral prachtige natuur. Plekjes die je niet kent. Bloeiende gele bloempjes. Paarden, ezels en een verdwaald konijn. Roden is echt ongeëvenaard mooi. Een walhalla voor elke natuurfotograaf. Wat we verder vooral zien zijn honderden lopers. Totdat een viertal fietsbellen klinken. Het zijn Joop, Geppy, Lidy en Coby. Jawel, de organisatie van de Billie Turf Tocht. Ze verkennen hun route, perfectionistisch als ze zijn. De kinderen van de Rank dragen hun wit-blauwe shirt. Ze hebben energie over. Doen vervelend tegen de kangoeroe van de Kinderboerderij. Het dier negeert de kinderen volledig, terwijl die hopen dat de kangoeroe even gaat springen. Niet dus. Ondertussen naderen we de finish en zitten de eerste vijf kilometer er op. Viel mee. Al denkt dochter daar anders over. ‘Bij dat stempelen hè, kan ik daar bij zitten? En haal jij de auto even, kan ik straks voor de ingang instappen.’ Verder twijfelt ze aan de volgende drie dagen. Of ze dat wel moet doen. De beentjes doen pijn. Ze is gestoken door een mug. De volgende ochtend is alles weer over. Is alles anders. Nachtrust doet soms wonderen. ‘Hoe laat haal je ons? Zes uur? Ik hoop dat we niet weer dezelfde route lopen. Krijg ik weer zand in de schoen.’

Woensdag

‘Meisje met een piemeltje’
Dag twee. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. M’n zoon start om precies 18.19 aan de vijf kilometer, met vriend Thijs. De eerste tien meter lopen ze naast ons (ik en dochter). Daarna volgt de vraag of ze mogen rennen. Dat doen ze, zonder het antwoord af te wachten. Het resultaat is dat ze als twaalfde(!) finishen. En dat terwijl de eerste lopers negentien minuten eerder vertrokken. De avondvierdaagse als duurloop dus. Resultaat was ook dat hij en z’n vriend erg lang moesten wachten bij de finish, maar dat scheen hem niet te deren. Over de start trouwens, die liep wat vertraging op. Voor je vertrekt, moet je je aanmelden. En voor de tafels waaraan je je moet melden, stonden woensdag tussen 18.00 uur en 18.19 uur nogal wat mensen. Carin Barth had helemaal pech: ze stond aan de verkeerde tafel. Aan de eerste tafel moesten lopers met de achternaam beginnen met de letters A tot en met I zich melden, de andere was vanaf letter J. Barth stond bij de letter J, en dus kon ze achteraan sluiten aan de juiste tafel, waar de organisatie in hun fraaie polo’s probeerden mensen zo snel mogelijk te laten starten. Etappe twee bracht de lopers door Roderveld IV. U weet wel, waar vroeger het AZC zo ongeveer stond. Normaliter rijd je met je auto over de Hullenweg, kijk je een keer naar rechts of links en denkt: goh, nieuwe wijk. Te voet is dat anders. Dan zie je pas hoe mooi het écht is. De wijk valt alleen al op door de speelweides. De diversiteit in huizen. De staat van onderhoud. De rust. Het water. Het bos. De ruimte. Ja, ik zou er wel willen wonen. Zou er wel een huis willen bouwen. Nu nog een bank die dat ziet zitten. Route 2 voert ook langs het hertenkamp in Nieuw Roden, waar een pauw opzichtig om aandacht vraagt en een schaap als een schaap tussen de geitjes en kippen rent. Dag twee biedt net als dag één ook kinderen die voortaan beter de tien kilometer kunnen lopen. Ze hebben energie over. Rennen links, rechts en klimmen in bomen. Rennen honderden meters terug om de groep daarna weer voorbij te spurten. Op het basketbalveldje/skatebaan is het enorm druk. Honderd kinderen proberen (tegelijk) een glijbaan van de skatehelling te maken. Met nog een kilometer voor de boeg moet m’n dochter plassen. Ze kijkt jaloers naar de jongens, die dat gewoon tegen de boom doen. ‘Vandaag zou ik heel graag een meisje met een piemeltje willen zijn’, zegt ze. Eenmaal bij de finish rent ze naar de Hullen. Naar het toilet. De tweede vijf kilometer zit er op. Het is 20.23 als regelneef Wouter Meertens appt. ‘Weer veilig thuis? De heren van de inschrijftafel zijn waarschijnlijk vergeten een kruisje achter je naam te zetten toen je bij de afmeldtafel was’, zo luidt de tekst. Kijk. Vandaar afmelden dus. De organisatie rust kennelijk niet eerder dan dat ze weten dat iedereen veilig thuis is. Dat is een geruststellende gedachte, en zegt veel over de perfecte mensen van de organisatie.

Donderdag
‘Staplengte van 66 centimeter’

De voorlaatste en het moet gezegd: het begint wat te schuren allemaal. Een pijnlijk blaartje op de voet. Vermoeide benen. De rug? Gaat goed, met uitzondering dan in de uren na een wandeling. Dan is het niks. Brandhout. De volgende dag echter, is ie heerlijk soepel. Wandelen helpt dus écht. En de avondvierdaagse is dé stok achter de deur. De derde route dus vandaag. De organisatie legt de lopers flink in de watten. Meteen na de start staat de Jumbo-kar met koele flesjes water al klaar. En met een broodje dit keer. Alsof de lopers met lege maag zouden starten. Maar toch: voor slechts vijf euro inleggeld- vier als je eerder inschrijft- krijgen de deelnemers veel in Roden. Elke dag water. Een appel van de Rabobank. Nu een broodje. Een zonnebril. Het kan niet op. En leuke routes natuurlijk, al lijkt die van vandaag aanvankelijk erg veel op die van dinsdag. Later blijkt dat – met dank aan Fokko van der Leest- toch niet zo. Hoewel ik met m’n eigen kinderen (al gebruikt m’n zoon ook de derde etappe als duurloopje) loop, moet ik toch handhavend optreden tegen andere kinderen. Die vinden het namelijk grappig om de routepijltjes weg te halen. Op de grond te gooien. En dat irriteert. En niet alleen omdat het ‘de Krant-pijltjes’ zijn. De kinderen lopen kennelijk alleen. Niemand die op ze let. En dan is het hek vaak van de dam. Onderweg is weer veel van Roden te zien. Bos vooral, want de routes leiden vooral door de natuur. Maar ook bijvoorbeeld Gerard Uiterwijk die met een barbecue in de weer is en getuige de enorme rookontwikkeling goed bezig is. Ook zien we de ooievaar op Mensinge, die speciaal voor de lopers even het prachtige klepperende geluid met z’n snavel maakt. We zien het duidelijk herkenbare Prokkelteam wandelen. Deelnemers en begeleiders genieten. De kangoeroe bij de Kinderboerderij heeft donderdag eieren voor z’n geld gekozen. Hij zit aan de andere kant, dat wil zeggen zo ongeveer bij ex-burgemeester Hans van der Laan in de tuin. Het witte dier heeft het wel gehad met die vervelende lopers. Wat verder opvalt, is het gedrag van automobilisten. Geen automobilist die geërgerd reageert als hij of zij tegen wordt gehouden door een verkeersregelaar. Geen getoeter of auto’s die keren om een andere route te kiezen. Ze hebben begrip. Het kan dus toch nog. Voor deze derde etappe gebruik ik een loopapp. Vooral om antwoord te geven op de enige vraag die m’n dochter tijdens onze dagelijkse wandeling stelt: hoe lang nog? De app geeft een mooi overzicht van de etappe. Zo blijkt dat we vandaag ‘slechts’ 4.650 meter hebben gelopen. Daar deden we een uur en drie minuten over. We hebben 830 calorieën verbrand en liepen gemiddeld 4,3 kilometer per uur. Ik weet het, dat is niet heel hard. Gemiddeld maakten we 108 stappen per minuut. Er was echter een minuut waarin we 162 stappen maakten. De gemiddelde staplengte bedroeg 66 centimeter en het hoogteverschil tijdens de route 23 meter. We hebben – ze zegt de app- 25 meter gedaald vandaag. Bij dat laatste plaats ik overigens een groot vraagteken. Enfin. Three down, one to go. Afmelden en op de bank liggen. Bij het afmelden krijgen we weer een broodje. Het kan niet op in Roden. Dochter gaat nog even zwemmen en kijkt uit naar morgen. Dan komt Groby.

Vrijdag
‘Ik zag Groby’s echte mond’
De laatste dag. Een bijzondere dag. Groby komt, er wacht een medaille en de vraag bij de meeste kinderen is bovendien of de brandweer ook weer komt. Maar eerst maar eens de slotetappe van een interessant vierluik. De start is vandaag bijzonder. Mag je doorgaans na aanmelding meteen vertrekken, vandaag dus niet. Helga Halma staat hoogstpersoonlijk voor het gesloten hek en bewaakt dat met haar leven. Om precies 18.45 uur drukt ze op de toeter en mogen we los voor de laatste. Het feit dat we later en precies om 18.45 uur vertrekken heeft te maken ket de intocht/inhuldiging. De lopers van de tien kilometer zijn precies een uur eerder vertrokken en de bedoeling is om alle lopers samen te laten finishen. Op ongeveer hetzelfde tijdstip dus. Ook de laatste wandeling is weer een leuke. Ter hoogte van het huis van Hans en Wilma krijgen we ijs. Een raket voor de kinderen en een cornetto voor de senioren. Van de Jumbo. De suikerboost maakt dat er sneller gelopen wordt. Veel sneller zelfs. Met z’n vieren lopen we bijkans vooraan. Vandaag is iedereen net even wat vriendelijker. De sfeer van afsluiting hangt in de lucht. Nog even. Heel even. Onderweg valt een meisje. Keihard op straat, zonder enige aanleiding. Zal vermoeidheid zijn. Er wordt meer gezongen als de voorgaande drie dagen, helemaal als eindpunt de Hullen opdoemt. Dat na overigens 5.1 kilometer. De beweringen dat de laatste wandeling altijd korter is, gaat dus niet op. En ja hoor. De kinderen zijn niet te houden. De brandweer is er. De spuitgasten maken met hun slangen een soort van ereboog. De kinderen genieten van het koude water en van Groby. ‘Papa, ik zag z’n echte mond’, zegt m’n dochter, ondertussen kletsnat van het bluswater. De medailles worden omgehangen, wethouder Wekema klapt z’n handen blauw, er is snoep, ijs en een foto. We hebben het toch maar even gedaan. Twintig kilometer wandelen in vier dagen, dat aantal kilometers loop ik doorgaans op jaarbasis. Alles piept en kraakt dus ook, later op de bank.
De volgende dag het dorp in. M’n dochter heeft de medaille nog om. Eigenlijk is dat het mooiste compliment dat de organisatie kon krijgen.