Overname voelt als een geschenk uit de hemel

Onder Zorggroep Drenthe schijnt de zon na een donkere periode

RODEN – Het faillissement van Thuiszorgorganisatie de Buurtzuster deed veel stof opwaaien. Niet in de laatste plaats bij het personeel. Van de bijna honderd werknemers, zijn er nu nog zo’n dertig over. De rest koost eieren voor hun geld en ging op zoek naar een nieuwe job. Inmiddels heeft Zorggroep Drenthe de zorg voor de cliënten van De Buurtzuster overgenomen. Daarmee lijkt de rust langzaam maar zeker weer terug te keren. Voor Michelle Bekkering, die al werkte voor De Buurtzuster, is dat een hele opluchting. ‘De overname bevalt heel goed’, stelt zij. Wander Prins werd vanuit Zorggroep Drenthe gevraagd om in Roden de transitie te coördineren. Zijn conclusie na ruim een maand? ‘De mensen moeten er nog steeds aan wennen, maar we zijn op de juiste weg.’

In het pand waar eerst De Buurtzuster zat, zetelt nu Zorggroep Drenthe. Naast de nieuwe bestickering is er weinig veranderd in het pand. Toch merkt Michelle wel degelijk het verschil. ‘Het bestuur wat boven je zit, is beter geregeld. Bij De Buurtzuster had ik niet het idee er een bestuur boven ons zat.’ Dat er dus wat moest veranderen, moge duidelijk zijn. In december 2018 ging De Buurtzuster failliet. Op dat moment waren er een aantal gegadigden om het over te nemen. Eind januari werd bekend dat Zorggroep Drenthe dit zou gaan doen. Ondertussen ging het personeel van De Buurtzuster gewoon door. Immers, zorg kan niet op zich laten wachten. ‘In principe zouden we gewoon tot 1 februari doorgaan onder de curator. Wat er daarna zou komen, wisten we niet. Eind januari kwam gelukkig Zorggroep Drenthe’, zegt Michelle.
Wander Prins werd vanuit Zorggroep Drenthe gevraagd om naar Roden te gaan. Hij ziet zichzelf niet als leidinggevende, maar feitelijk komt zijn rol hier wel op neer. ‘Ik ben wijkverpleegkundige. Dat is mijn officiële functie’, legt hij uit. Toen Wander in Roden arriveerde verwachtte hij verslagen werknemers aan te treffen. Een faillissement hakt er namelijk nogal in. ‘Maar ik trof juist hele bereidwillige medewerkers. Iedereen wist: we moeten verder. Al kon ik me heel goed voorstellen dat veel werknemers heel moe waren. Dat gaven ze ook aan’, herinnert Wander zich. Michelle: ‘Ik was na die hectische periode toe aan vakantie.’
Naast het faillissement, ondervond het personeel van De Buurtzuster meer problemen. Salarissen werden niet altijd tijdig uitbetaald en de oud-eigenaar zou ‘creatief’ met bedrijfsgeld zijn omgesprongen. Het legde veel druk op de organisatie. Toch zegt Michelle niet vaak met tegenzin naar het werk te zijn gegaan. ‘Zeker niet als ik mijn route langs cliënten maakte. Soms, als ik een hele dag op kantoor zat, had ik een mindere dag. Dan werd ik veel gebeld door mensen die mijn baas wilden spreken. Dat ging dan over hele andere dingen.’
Dat het zo zou lopen bij De Buurtzuster, had Michelle niet kunnen bevroeden. Ze werkte er pas een jaar. ‘Het contact was goed’, zegt ze. ‘Achteraf stapelden de problemen zich op, maar dat merk je dan niet zo. Ons werd altijd een mooi verhaal verteld.’ De periode van onzekerheid zorgde ervoor dat het personeel fysiek en mentaal moe waren. Dat is begrijpelijk, vindt ook Wander. ‘En juist daarom vond ik het zo knap dat de mensen die ik hier tegen kwam altijd heel bereidwillig zijn gebleken.’
Zorggroep Drenthe is sinds de overname bezig met het herstructureren van de organisatie. Enkele routes worden omgegooid, zodat er efficiënter kan worden gewerkt. Daarnaast leert het personeel om meer digitaal te doen en dus minder met papier te werken. ‘Dat is even wennen’, vertelt Michelle. ‘Maar dat gaat steeds beter. Sowieso merken wij dat er steeds meer rust komt.’
Voor de cliënten verandert er zo min mogelijk. Toch is het onvermijdelijk dat enkele cliënten die vroeger altijd om acht uur werden geholpen, nu wellicht een halfuurtje later aan de beurt zijn. ‘We hebben besloten om geen cliënten te weigeren’, zegt Wander. ‘Daarnaast hebben wij de mensen geïnformeerd over hoe het nu verder zou gaan. Daarbij weten zij dat er een kans is dat er kleine veranderingen worden doorgevoerd. Veel cliënten hebben gelukkig besloten bij Zorggroep Drenthe te blijven. En je ziet dat de cliënten ook steeds meer begrip voor de situatie krijgen. Daarbij is de communicatie heel belangrijk. Wij leggen uit wat we doen en waarom we het doen. Zo creëer je meer begrip.’
De rust mag dan langzaam maar zeker wederkeren in het pand aan de Raadhuisstraat, werken in de thuiszorg blijft een druk bestaan. De werknemers hebben een strak schema om zich aan te houden, waardoor het niet mogelijk is om bij iedere cliënt een kop koffie te drinken. ‘Maar dat hoeft ook niet’, meent Wander. ‘Je kunt er namelijk creatief mee omgaan. De ene dag hier een kop koffie en de andere dag bij een andere cliënt. Want dat kopje koffie is wél heel belangrijk, alleen is het onmogelijk om dat overal te doen.’
Ondanks de werk- en regeldruk in de zorg, vinden Michelle en Wander nog steeds dat ze een prachtig beroep hebben. ‘Het zit hem voor mij in de afwisseling’, zegt Wander. ‘Op een route kom je veel verschillende mensen, met verschillende zorgvragen tegen. Dat maakt het uitdagend.’ Michelle geeft ook aan dat het werkplezier de laatste tijd weer helemaal terug is onder Zorggroep Drenthe. ‘Het voelt gewoon heel prettig. Daarnaast leren we veel nieuwe dingen. Hier wordt met een ander systeem gewerkt. Maar het bevalt gewoon goed.’ Veel denken aan de beroerde laatste paar maanden, wil Michelle liever niet. ‘Maar er zal ongetwijfeld nog iets in de media verschijnen.’