Overweldigend afscheid Karol Sloterwijk: nog één keer knallen

‘Behoorde je tot zijn vrienden, deed hij alles voor je’

RODEN – Op 25 januari overleed Karol Sloterwijk aan de gevolgen van een noodlottig ongeval. Dinsdag 1 februari was zijn afscheid. Langs een enorme erehaag van honderden vrienden met brandende fakkels reed hij zijn allerlaatste rondje door Roden. Indrukwekkend was het. Alsof er een beroemdheid naar zijn laatste rustplaats gebracht werd. En beroemd was hij. Waar een feestje was, was Karol.

Karol Sloterwijk was een geliefd man. Mocht zich rijk rekenen met een enorme schare vrienden. Hij was altijd aanwezig op een leuke manier, vertelt één van hen. ‘Had FC Groningen de cup gewonnen, stond Karol op het podium naast de voetballers. Hij behoorde tot de harde kern FC-supporters. Met livemuziek ging dat net zo, hij kroop standaard het podium op om een nummertje mee te zingen.’ Karol kwam als achtjarig jongentje naar Nederland. Later verhuisde hij van Appingedam naar Roden, waar hij opgroeide. De laatste jaren woonde hij in Zevenhuizen. ‘Hij raakte al snel ingeburgerd in Roden. Een jongen met een grote bek en een groot hart. Behoorde je tot zijn vrienden, deed hij alles voor je. Hij hoorde bij de groep met de bijnamen, de oude ‘Klaas Pruim-groep’. Die van hem was Pivsco, naar zijn Poolse afkomst. Karol werkte veel voor huisjesbazen, kende ongelofelijk veel mensen en mensen kenden hem. Twee keer per week was hij in de Spreekkamer te vinden voor een potje biljart, het thuishonk van de groep. Tenzij het thuis niet lukte. Zijn kinderen gingen altijd voor. Z’n dochters en vrouw waren alles voor hem. Hij hield ontiegelijk veel van ze.’ Karol riep altijd ‘ik word toch niet oud’, zegt zijn vriend. ‘Leef je leven nu het nog het nog kan’, was zijn motto. Vorig jaar vierde hij het leven met een groot feest in Onder de Linden met livemuziek en heel veel vrienden. Tweehonderdvijftig man waren er. Dat hij er een jaar later niet meer is, is niet voor te stellen. Karol was een mooi mens met enorm veel humor. Hij zat vol streken. Je vroeg je altijd af: wat zal hij nu weer uithalen? Dat was altijd een verrassing.’

Tegen twee uur ’s middags stroomde de Pompstee langzaam leeg. Langs de Brink had zich ondertussen een tientallenmeters lange erehaag gevormd. Om half drie begon Karol aan zijn allerlaatste rondje Roden, gevold door zijn vrouw, dochters en de honderden genodigden. Het geknal van het vuurwerk was in de wijde omgeving te horen. Een knipoog naar de vuurwerkpakketjes die hij altijd regelde, weet zijn vriend. Nog één keer knallen, voor de allerlaatste keer. ‘Na afloop van de uitvaart hebben we zijn afscheid gevierd in de Pompstee, met livemuziek, bier en een bitterbal. Precies zo als Karol het zou willen.’