Partijen zijn niet meer op één lijn te krijgen

Roden Jan Vayne

Horeca en Jaarbeurs: de inleidende beschietingen zijn weer begonnen

RODEN – Je hebt de Ronermark. Kost straks tijdens de Rodermarkt 2,25 euro. Je hebt de Jaarbeurs munt. Kost 2,40 euro. Je had de afgelopen jaren topdrukte op het Jaarbeursterrein, relatieve stilte in het dorp. Grote namen in het Al-Ko Paviljoen, plaatselijke horecaondernemers die hun zalen gesloten hielden, in de wetenschap dat er toch niemand zou komen. Het voelde als groot tegen klein. De horecaondernemers die hun financiële slag moeten slaan tijdens de feestweek, en de Jaarbeurs die niet zo’n winstoogmerk heeft, maar gezien de topdrukte wél voldoende omzet haalt. Van samenwerken is al lang geen sprake meer en ondertussen zijn de inleidende beschietingen tussen aan de ene kant (een deel van) de horeca en de Jaarbeurs weer in alle hevigheid begonnen. Het vreemde is dat eigenlijk iedereen het al jaren eens is over één ding: samen sta je sterker. Maar van samenwerken is geen sprake. Totaal niet. De tegenstelling wordt alleen maar groter en de ergernis groeit. En ook het met veel poeha gepresenteerde evenementenbeleid van de gemeente biedt de horeca geen hoop en houvast.

Kortgezegd ergert de plaatselijke horeca (laten we ze voor het gemak even over één kam scheren) zich met name aan de sluitingstijden van de Jaarbeurs van het Noorden. Steevast wordt dan ook gewezen naar het verleden. Naar hoe het ooit begon. Er was een beurs voor lokale ondernemers, er werd een missverkiezing gehouden en in de tent kon koffie en een pilsje gedronken worden en speelden wat huis-tuin-en-keuken bandjes hun bekende stemmingsmuziek. Tamelijk low-profile allemaal. De tent ging rond middernacht dicht en de mensen naar het dorp, als ze daar al niet waren. Het was ook de tijd dat de horeca nog fors investeerde in ‘namen’. Er kwamen bekende zangers, zangeressen en bands naar Roden. Dat kon, want het werd toch altijd héél erg druk in het dorp en dus was de omzet goed. Nu, anno 2015, is alles anders. De Jaarbeurs is geen beursje voor alleen lokale ondernemers meer en er staat een amusementsprogramma dat klinkt als een klok en behoorlijk prijzig is. De Jaarbeurs kan zich dat permitteren, omdat het de afgelopen jaren mocht verheugen in enorm veel belangstelling. Zo zeer zelfs, dat vorig jaar besloten werd de toegangspoort te vergroten. Want het zou best eens té druk kunnen worden, en dan zou de veiligheid van de bezoekers niet gegarandeerd worden. Qua publieke belangstelling kan het amper nog beter wat de Jaarbeurs betreft. Elke horecaondernemer is daar jaloers op. Die zouden ook heel graag een extra toegangsdeur plaatsen om de drukte te kunnen verwerken. Ook het feit dat de Jaarbeursmunt straks 2,40 euro gaat kosten, zal waarschijnlijk niet heel veel invloed op het gedrag van het publiek hebben. Dat bleek wel toen de horeca met de bier- en wijnprijzen stuntte- twee jaar geleden- en het ook gewoon druk was en bleef bij de Jaarbeurs.

Op zich heeft de horeca geen problemen met de drukte op het Jaarbeursterrein. Mits de tent echter op een beetje een normale tijd sluit, zodat de bezoekers zich dan nog naar hartenlust kunnen vermaken in het centrum, bij de plaatselijke horecaondernemers dus. En dat is dus niet het geval. Daarom ook was alle hoop van de ondernemers gevestigd op het nieuwe evenementenbeleid. De plaatselijke horeca had gepleit om de tenten van de Jaarbeurs tot uiterlijk middernacht open te houden, al beseften ze ook dat dit waarschijnlijk niet zou gaan lukken. Dat het uiteindelijk 03.00 uur op maandag ( het schenken van bier mag zelfs een half uur langer) geworden is, is als een mokerslag aangekomen bij de ondernemers. Want om 3.30 uur komt er echt niemand meer richting hun zaak. Bovendien is het dan ook maar de vraag of ze daar dan nog op zitten te wachten, omdat er nogal wat gedronken wordt tijdens Rodermarkt en de meeste mensen rond 3.30 uur ongetwijfeld al aan hun taks zitten. Veel omzet zullen de ondernemers in het dorp na 3.30 uur (en ervoor dus ook niet) niet maken. En dus biedt ook het nieuwe evenementenbeleid geen uitkomst en lijkt de kloof tussen de Jaarbeurs en de horeca alleen maar groter te worden. Er is ergernis. Ego’s, zo worden de bestuursleden van de Jaarbeurs – en niet eens meer off the record- genoemd. Een gevoel dat alleen maar sterker geworden is vanaf het moment dat de Jaarbeurs uit de Stichting Ronermark stapte. Ze waren het niet eens met de prijs en stapten uit, terwijl vooraf toch gesteld werd dat de prijs van de Ronermark democratisch bepaald zou worden. Dat leek ene beetje op dat kleine jongetje dat z’n zin niet kreeg en dus maar wegliep. Zo voelden de andere partijen dat in elk geval.

Natuurlijk is er ook die andere kant. Zo is het verhaal dat de ronde doet dat de Jaarbeurs met alleen maar vrijwilligers werkt, uit de lucht gegrepen. Ook hun kosten stijgen, ook voor het (ingehuurde) personeel. Er is nóg een andere kant. Die zegt bijvoorbeeld dat er niet voor niets zoveel mensen op het Jaarbeursterrein zijn, maar dat dit alles te maken heeft met het interessante programma dat geboden wordt. Als de horeca een goed programma zou bieden, dan zou het daar ook (veel) drukker zijn. Vanwege de afnemende bezoekersaantallen, ontbreekt het de ondernemers in veel gevallen echter aan middelen om toppers te contracteren. En zij durven – best wel begrijpelijk- dat risico niet te nemen. Misschien dit jaar wel, als de sluitingstijden waren aangepast. Maar dat is dus niet gebeurt. De Jaarbeurs wijst in dit opzicht (weinig mensen bij de horeca dus) wel eens naar Klaas Pruim. Die had z’n tent namelijk altijd wel gewoon vol. Ondanks de Jaarbeurs. Omdat hij wél bleef investeren in namen als Mooi Wark. De waarheid? Die zal ergens in het midden liggen. Zoals zo vaak.

Samenwerken zou het toverwoord moeten zijn. Maar of dat er nog van komt? Alles is al geprobeerd. Alles is al gezegd. De gezamenlijke munt bleek ook al geen bindmiddel en ook de karakters van de bestuursleden van de Jaarbeurs en die van de ondernemers lijken teveel te verschillen. En omdat ook het nieuwe evenementenbeleid- dat is er overigens echt één van pappen en nathouden- ook geen oplossing biedt, moet niet raar opgekeken worden als ondernemers in de toekomst besluiten te sluiten tijdens Rodermarkt. Of in elk geval geen artiesten te boeken en dus niet meer te investeren. Heel logisch, maar dood- en doodzonde. Wie het lukt om beide partijen ooit nog op één lijn te krijgen, verdient een standbeeld. Meters hoog. Op het Jaarbeursterrein.