Peter Sluiter, directeur Gevangenismuseum Veenhuizen

Bij een Kerstkrant hoort natuurlijk een speciale Kerstrubriek. De redactie van De Krant besloot te gaan voor de ‘De Krant Kerstmok- actie’. Een vrij simpele actie, als je er over nadenkt. De ingrediënten? Een mok, een goede bak koffie en een leuk gesprek.

VEENHUIZEN – Al ruim zes jaar is Peter Sluiter de directeur van het Gevangenismuseum te Veenhuizen. Een drukke, maar vooral heel leuke baan, zo vindt hij. Burgermeester Klaas Smid gaf de Kerstmok maar wat graag aan Peter. Het Gevangenis Museum heeft namelijk een belangrijke rol gespeeld in de gemeente dit jaar en daar is Peter ontzettend trots op. ‘Dit jaar hebben wij voor de tweede keer het Pauperparadijs georganiseerd. Het was een doorslaand succes, met 52.000 bezoekers dit jaar. Uiteraard was de organisatie hiervan hard werken. Niet alleen moesten de voorstellingen in goede banen worden geleid, de bezoekers moesten ook van een natje en een droogje worden voorzien.’
De 61- jarige Peter is eigenlijk per toeval directeur geworden van het Gevangenismuseum. ‘Ik was eerst gevangenis directeur hier in Veenhuizen. Het is best een rare overstap, van gevangenisdirecteur naar museumdirecteur, ondanks dat er natuurlijk wel raakvlakken zijn. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in geschiedenis. Toch had ik nooit kunnen bedenken dat ik museumdirecteur zou worden. Ik weet nog dat ik door een bekende gebeld werd, met de vraag: wil je eens nadenken over een sollicitatie als directeur van het Gevangenismuseum. Goed, dus ik er over nadenken. Toen ben ik gaan solliciteren, met in het achterhoofd: als ik het niet wil, kan ik altijd nog mijn sollicitatie terugtrekken. Uiteindelijk was dit een kans die maar één keer in je leven voorbij komt, dus heb ik het gedaan.’
Spijt heeft Peter niet gehad. ‘Het is leuk werk en het museum draait goed. Daar zijn wij niet uniek in, de grote musea in Drenthe doen het eigenlijk allemaal wel goed.’ Peter kan de hele dag wel praten over het museum. ‘Gooi er bij mij een kwartje in en je krijgt een euro terug’, lacht hij. Toch is het Gevangenismuseum niet het enige in zijn leven. ‘Ik heb eens per maand een opadag. Dan pas ik op mijn kleinkinderen, Stijn en Floris, in Beilen. Dat is een heerlijke dag, waarbij ik ook even helemaal niet aan het museum denk.’ De opadagen zijn voor Peter een maandelijks hoogtepunt, al kende hij privé ook dieptepunten dit jaar. ‘Mijn moeder overleed dit jaar. Dat is een smet op het jaar. Zij woonde nog samen met mijn vader, die nu naar een verzorgingtehuis gaat. Dat heeft toch veel impact op je.’
Kijkend naar de toekomst, ziet Peter zich nog zeker zes jaar werken bij het Gevangenismuseum. Daarnaast is het uitbreiden van de expositieruimte van het museum een belangrijk punt. Op persoonlijk vlak heeft hij verder geen voornemens. Tradities heeft hij wel: ‘Op oudjaarsavond kijk ik standaard de oudejaarsconference. Dit jaar is het de beurt aan Youp van ‘t Hek. Ik vind het leuk dat ze politici op de hak nemen. Politici vinden zich zelf altijd heel belangrijk, maar het is juist goed om te relativeren. Ik ben opgegroeid in het Gooi, waar iedereen zichzelf heel belangrijk vindt. Daar heb ik niets mee, vandaar dat ik het hier zo naar mijn zin heb. In het noorden van Nederland is men veel nuchterder, dat vind ik prettig.’
Peter geeft de Kerstmok door aan Duncan en Maaike van Actief Veenhuizen. ‘Zij organiseren veel in Veenhuizen en zijn een belangrijke partner. Ik zou graag van hun horen.’