Plaats: De Dobbe, Roden

Roden OG muziek

Roden OG muziek-2Roden OG muziek-3Roden OG muziek-4Plaats: De Dobbe, Roden
Datum: 28 juni
Tijd: 19.00 uur
RODEN – Buiten is het stil, binnen klinkt de muziek. Het moet gezegd, activiteitencentrum De Dobbe is bijzonder goed geïsoleerd. Buiten staan een paar fietsen en minder dan een handjevol auto’s, binnen is het druk. Reden? Het Jeugdorkest van Christelijke Muziekvereniging Oranje laat aan ouders, opa’s en oma’s en andere belangstellenden zien wat zij de afgelopen periode ingestudeerd hebben. En dat is nogal wat.

De Dobbe ligt er toch al mooi bij en bewijst al enige tijd haar nut. Bovendien werden enige tijd geleden zonnepanelen geplaatst, waardoor de Dobbe nu ook nog duurzaam is. Dat werd overigens mogelijk gemaakt door de Energie Coöperatie NoordseVeld, onder voorzitterschap van Richard Ton. Zij schonken de Dobbe enkele panelen. Prima, al merken de gebruikers daar verder weinig van natuurlijk. Met of zonder zonnepanelen; de sjoelers en kaarters vermaken zich er best. Net als Christelijke Muziekvereniging Oranje dus. Wie de Dobbe binnenstapt, stuit meteen op foto’s. Bekende foto’s, want het gaat om een expositie van Roel Lubbers, voorheen postbode. Lubbers exposeerde eerder al in de oude melkfabriek, bij Univé en in de bibliotheek, nu hangen zijn werken – platen van onder meer Molen Woldzigt en de Rodervaart- in de Dobbe.
De leden van het jeugdorkest van Oranje hebben daar even geen boodschap aan. Heel mooi zo’n molen, zij hebben nu echter vooral de aandacht bij hun instrumenten, zoals dat zijn de trompet, bugel, saxofoon, trombone, bas, bariton, hoorn en slagwerk. Ze laten namelijk hun ingestudeerde werken horen aan met name hun ouders. Niet echter voor dirigent Wilbert Zwier de zweep er nog even goed over legt. Met resultaat, want juist als de zaal van de Dobbe volloopt met geïnteresseerden, bereiken de jeugdige muzikanten hun topvorm. Het gaat goed met Oranje. Heel goed zelfs. De club is actiever als ooit tevoren en scoorde het afgelopen seizoen vooral met Dirigentenslag. Tweehonderd mensen in de Pompstee om te genieten van het A-Orkest, maar zeker ook van de dirigeerkunsten van Emiel van der Heide, burgemeester Klaas Smid en voormalig dominee Meijer. Bovendien laat Oranje zich zo veel mogelijk zien en horen. Met resultaat, want waar andere muziekverenigingen steeds meer leden de deur achter zich dicht zien doen, loopt het ledental van Oranje gestaag op. Niet explosief, maar in een mooie, evenwichtige curve. Hoewel hij er zelf niets van wil weten, heeft Ubo Bolt daar nadrukkelijk aan bijgedragen. Bolt ontbrak dinsdag echter, tamelijk uniek voor de ondernemende muzikant.
Na een half uurtje inspelen laten de kinderen horen wat ze al kunnen. En dat liegt er niet om. Doe je ogen dicht en je waant je bij een gewoon, geroutineerd orkest. Die progressie is behalve aan de kinderen zelf zeker ook toe te schrijven aan dirigent Wilbert Zwier. Zes jaar geleden wandelde hij de Dobbe binnen, en nog steeds heeft hij het naar zijn zin bij Oranje. Zwier is van 1988, en dus een nog steeds erg jonge dirigent. Zijn kwaliteiten staan echter buiten kijf: wat goed is komt snel. Bovendien beheerst Zwier het kunstje dat aanpassen heet. De jeugdigen onderwijst hij net even anders dan de senioren, die hij soms best aanpakt. Zwier weet iedereen te raken en staat ondertussen te boek als vakman. De dirigent leeft van de muziek. Behalve bij Oranje is hij zelf muzikant bij de Ereprijs in Apeldoorn, freelancer en dirigent van brassband David uit Zwolle. Deze man gaat het nog ver schoppen, mooi dat dan zijn roots toch een beetje in Roden liggen. Zwier bepaalt het tempo, dirigeert en de kinderen blazen hun wangen vol. Rode hoofden zijn het gevolg, maar wat speelt de jeugd al een aardig stukje muziek. Verbazingwekkend. Wat dat betreft is het jammer dat de Dobbe zo goed geïsoleerd is. Anders hadden veel meer mensen er namelijk van kunnen genieten. Meer goed nieuws voor Oranje: de grootste zaal van de Dobbe wordt groter. En dat is nodig ook voor de vereniging die groeit. En bloeit. En leuke, goede muziek maakt. Hulde!