Politiek Noordenveld

RODEN – Geert Willems is de luis in de pels van politiek Noordenveld. Hij bezoekt vrijwel elke politieke bijeenkomst en vormt zich vervolgens een eigen mening.

‘Burgemeesters in oorlogstijd’

Bewust schrijf ik de burgemeesters in oorlogstijd in het meervoud. Natuurlijk… Een andere keer  wil ik het graag hebben over het begrip ‘Burgemeester In Oorlogstijd’, dus in enkelvoud. Een uitdrukking, die van toepassing is op een bestuurder, die zich in een politieke dwangpositie voelt klemgezet… Toch was dat ook het geval met de gemeentebestuurders in de gemeentes, Roden, Peize en Norg die in 1998 de gemeente Noordenveld zouden vormen. Aan de hoeveelheid slachtoffers in de oorlog in deze gemeentes is af te lezen, dat hoe goed de burgemeesters het ook voor hadden met hun inwoners… het maakte erg weinig uit van welke politieke kleur ze waren. Fout of niet… allen moesten ze zich houden aan de richtlijnen, die Den Haag ze voorhield. In Den Haag… daar zaten de Nazi’s. Democratische rechten? Ze waren simpel afgeschaft. Laten we kijken, wie er burgemeester waren en hoe het ze is vergaan. In Roden zat vanaf 1 maart 1934 mr. H.W. Bloemers een partijloze liberaal uit een burgemeestersgeslacht. Op 15 maart 1941 werd hij naar Assen gedirigeerd. Daar werd hij vervanger van burgemeester Lohman, die door de dienstdoende Reichscommissar ‘Ab Sofort’ ontslagen werd. Een dik jaar later, op 1 juli 1942 trof Bloemers het zelfde lot. Een NSB-wethouder had hem doorgegeven, omdat zijn medewerking aan de deportatie van de Asser Joden onvoldoende werd geacht. Bloemers moest onderduiken, maar keerde na de bevrijding in Roden als burgemeester terug. Hij bleef dat van juli 45 tot juni 1946. later werd hij burgemeester van Deventer en va 1957 commissaris van de Koningin in Gelderland. In Roden werd Bloemers een tijdje vervangen door Romelingh van Peize en in november 1941 kwam de NSB-er H.R. Bruininga uit Odoorn. Daarvoor waren Wolter Aalders, Jan Piek en Hendrik Otter al opgepakt en weggevoerd door de plaatselijke marechaussee. Marinus Aalders (Piccolo, de visboer, secr.penn.m. van de CPN) wist de dans te ontspringen. Van deze verzetsmensen en vooraanstaande communisten, wist alleen Jan Piek terug te keren uit de kampen. Onder Bruininga werden drie joodse families afgevoerd en volgen er bloedige represailles tegen de melkstaking in mei 1943. Vooral op de Roderesch vielen daarbij slachtoffers. Bruininga vertrok als burgemeester naar Odoorn. Daar werd hij op 14 april 1945 opgepakt door de BS en voor de zuiveringscommissie geleid. Dat zelfde lot over kwam ook zijn opvolger in Roden, H. Spijkerman uit Den Haag, ook een NSB-er. Gedurende zijn periode werden er een behoorlijke hoeveelheid verzetsstrijders uit Roden in december 1944 opgepakt en via de martelvilla Nijenrode in de Langeloerduinen naar de kampen afgevoerd. Daar werkte Spijkerman zonder scrupules aan mee. Een keer liet hij zijn medemenselijkheid blijken. Zijn gemeentesecretaris Buitenveld, ook opgepakt en naar de villa gebracht, werd door Spijkerman uit zijn benarde positie bevrijd. Daaruit bleek, dat de burgemeester meer kon doen bij de autoriteiten, dan ze doorgaans lieten zien. Buitenveld keerde na de oorlog op zijn post terug. Niet voor lang. Hij was in de tussentijd te hard door de beruchte Bloedgroep onder handen genomen. Na ruim een jaar werd hij vervangen door zijn opvolger (en schoonzoon) A. Leij… In Peize bleef de zittende burgemeester S.G. Romelingh ook aanvankelijk zitten. We kwamen hem als vervanger van Bloemers in Roden al tegen. Onder de motto’s ‘Redden wat er te redden valt’ en het kan altijd nog erger, namelijk een NSBburgemeester…’ Eind 1943 moest hij tot de conclusie komen, dat er geen redden meer aan was… Hij trad af en dook onder. Hij werd vervangen door de plaatselijke NSBer R.G. Gelmers. Deze laatste kwam na de oorlog voor de zuiveringscommissie, waar Bloemers ook zitting in had. De toenmalige commissaris der Koningin in Drenthe Baron de Vos van Steenwijk nam het voor hem op, vanwege het aftreden van Romelingh in 43. De Baron ging ook tekeer over de klachten uit de Peizer bevolking over de NSB-burgemeester Gelmers: ‘Deze bevolking in Peize stond ongunstig bekend en herbergde vele dubieuze elementen’… Betoogde hij.

In Norg tenslotte deed de dienstdoende burgemeester Martinus Pelinck precies datgene wat de Baron  wou. Hij bleef op zijn post, door zuinig om te springen met medemenselijkheid en vol mee te werken aan maatregelen, die de Nazi’s van hem eisten. Daardoor is er nergens zoveel gemoord door de Nazi’s vergeleken met Roden en Peize… Vooral nadat de Villa Nijenhof fungeerde als martelcentrum. De Nazi’s moorden het liefs uit het zicht en omdat er in Norg veel bossen, struikgewas en duinen waren, konden ze daar naar hartenlust hun bloederige praktijken uitvoeren. Ook was er bij Peest een vliegveld aangelegd, een munitiedepot in de duinen en een Werkkamp voor Joodse dwangarbeiders in de Fledders bij Zuidvelde. De herinnering wordt levend gehouden aan dit laatste kamp door de leerlingen van de OBS de Elsakkers in Westervelde. Zij verzorgen een monument op de plaats van het kamp. Er zijn veel van zulke monumenten in de voormalige gemeente Norg. Van de bewoners is vrijwel niemand levend teruggekeerd. De arme burgemeester Tinus Pelinck was niet in staat het tij te keren. Het was een zuinig man. Een vriend van mij bij het Asser Rijksarchief zocht hem wel eens op. Deze Luningh was eens op de fiets uit Assen naar het fraaie witte pand aan de Asserstraat 2 gereden om papieren van Pelinck op te halen. Hij was ook een amateur historicus. Daar aangekomen zag hij door het grote raam Pelinck al zitten. Achter een op het oog goed glas wijn, vergezeld van een goed gevulde fles rode wijn. Bij binnenkomst was de fles en het glas haastig opgeruimd. Luningh moest zich met een koppie thee tevreden stellen. Eenmaal thuis met de papieren, ontdekte hij echter een mooi rondgemorste wijnvlek daarop… Een aandenken van zijn zuinigheid, zij Luningh olijk. ‘Ben ook nog op zijn begrafenis geweest… Het zal 1972 geweest zijn… Wij kregen daar koffie zonder koek geserveerd. Bleek hij na zijn dood ook nog zuinig’ Dat verklaard hoe een burgemeester in oorlogstijd de oorlog doorrolde… Zuinig zijn met medemenselijkheid en gunsten aan veroordeelden. Dan is het nog wel vol te houden…