‘Politiewerk verdient veel meer waardering’

Roden EVert Nitrauw

Roden EVert Nitrauw-2Roden EVert Nitrauw-3Roden EVert Nitrauw-4Evert Nitrauw hangt de pet aan de wilgen

RODEN – Veertig jaar werkt Evert Nitrauw hij bij de politie in de gemeente Noordenveld, waarvan twintig jaar als wijkagent. De komende Rodermarkt wordt zijn laatste grote project, want Evert hangt – zoals hij het zelf zegt- de pet aan de wilgen. Hij kiest daarmee voor zichzelf. Het is goed geweest. ‘Het naderende afscheid doet me veel, al sta ik volledig achter de beslissing om te stoppen’, zegt hij.
Nitrauw is zestig jaar en gaat met vroegpensioen. De beslissing werd mede ingegeven door de gebeurtenissen in maart vorig jaar. ‘Ik werd opgenomen in het ziekenhuis. Men dacht aan of een hartinfarct of een longembolie. Achteraf viel het allemaal wel wat mee, er was iets aan de hand met de zuurstofopname.’ Toch was dat het moment voor de wijkagent om na te denken over zijn toekomst. ‘Om me heen gebeurde heel erg veel. Collega’s met hartklachten, collega’s die niet meer wakker werden en meer van dat soort ellende. Weet je, toen ik in 1975 begon, werd gezegd dat ik op m’n zestigste of na veertig dienstjaren zou kunnen stoppen. Later werd dat weer herzien. Ik wil nog heel lang van het leven genieten. Nu kan dat nog. Een moeilijke beslissing, dat zeker. Ik sta middenin de maatschappij. Roden is echt mijn dorp. Het doet me veel. Maar ik voel aan alles dat dit de enige juiste beslissing is’, zegt Nitrauw.

Nitrauw stopt op 1 oktober. Rodermarkt wordt z’n laatste grote project. ‘Eigenlijk had ik 1 augustus al willen stoppen, toen namelijk was ik precies veertig jaar bij de politie in dienst. Vanuit de organisatie kreeg ik echter het dringende verzoek om nog één keer Rodermarkt te doen, en dat doe ik dus. Daarna neem ik echt afstand, hoe moeilijk ook.’
Nitrauw zal gemist worden, zoals hij zelf zijn werk ook zeker gaat missen. ‘Zeker ook de collega’s en de netwerkpartners met wie ik een uitstekend contact onderhield.’ Toen Evert nog Evertje was, wilde hij het liefst straaljagerpiloot worden. En was hij – jawel- bakkersknecht. Het werd uiteindelijk dus agent. Wijkagent. ‘Is geen slechte keuze geweest’, zegt Evert nu. ‘Ik heb heel veel plezier aan deze baan beleefd. Een wijkagent is er specifiek voor een wijk of buurt. Globaal genomen heb je een wijkagent op vijfduizend inwoners. In Roden wonen 16.000 mensen, we deden het de afgelopen periode met z’n tweeën. Inderdaad, met één te weinig dus. Ik heb me altijd een soort van spin in het web gevoeld. Goed op de hoogte van het sociale en maatschappelijke gebeuren in de wijk. Ik heb altijd samen problemen op willen lossen. Ben het aanspreekpunt in de wijk geweest. Ik heb daarom ook altijd zo dicht mogelijk in de buurt willen wonen. Ik wilde weten wat er speelde, wat er leefde. Ik durf best te zeggen dat dit heel aardig gelukt is. En volgens mij werkt dit op zekere hoogte ook preventief.’
Nitrauw maakte heel wat mee. Leuke dingen, minder leuke dingen. Een moord in Roden. ‘Mensen denken vaak dat zoiets in Roden niet zo snel zal gebeuren. Maar Roden is ook gewoon een stukje Nederland, en in Nederland gebeuren dat soort dingen. Ook bij dit soort uitermate trieste gebeurtenissen ben ik nauw betrokken geweest, ook in het vervolgtraject. Nazorg hoorde ook bij mijn werk. Zorgen dat mensen de ‘kop weer door het halster’ kregen. Ook dat zag ik als een belangrijke taak’, zegt Nitrauw, die het werk en ook de maatschappij de afgelopen decennia zag veranderen. ‘Wat betreft de politie vind ik dat de afstand naar de bevolking te groot word. De politie moet goed bereikbaar zijn en proberen toch in te spelen op zaken als sociale media. Door de reorganisatie binnen de politie dreigen agenten steeds verder van de mensen af te komen staan. Ik betreur dat. In het land gaan steeds meer bureaus dicht, ook dat lijkt me geen goede ontwikkeling. De politie of de wijkagent moet goed zichtbaar zijn. Die moet je niet ergens in een hokje in het gemeentehuis stoppen. Dat is gewoon geen goede ontwikkeling.’

De mens werd ook mondiger de afgelopen jaren. ‘Gebekter, ja. Mensen denken dat ze wetskennis hebben. Mensen denken tegenwoordig meer in rechten dan in plichten. De maatschappij is overduidelijk aan het individualiseren. Ook dat is geen goede ontwikkeling. De sociale media speelt daar een rol in. Alles is snel, soms veel te snel. Gaat er bij de politie iets verkeerd, dan staat dat meteen op Facebook of Twitter. Andersom nooit. Doen we goed werk, dan is dat kennelijk een stuk minder interessant. Wat me ook zorgen baart is de toename aan middelengebruik onder jongeren. Dat zien we. Jongeren nemen tegenwoordig heel snel en gemakkelijk een pilletje. Tien of twintig jaar geleden werd je als junk bestempeld als je dat deed, nu is het ‘normaal’. Mensen die drugs gebruiken, hebben veel minder controle. De agressie neemt toe. Met alcohol is dat net zo. Van termen als comazuipen hadden we een jaar of vijf, tien geleden nog nooit gehoord. Moet je nu eens om je heen kijken. Ik schrik daar elke keer weer van. Wat betreft jongeren speelt de verantwoordelijkheid van de ouders uiteraard een rol. Als ik met jongeren te maken kreeg die gebruikt hadden, dan ging ik altijd naar die ouders toe. Er werd wel eens gezegd dat dit mijn taak niet was, maar ik deed het wel. Ook in de hoop ze er van te overtuigen dat het anders moet. Ze te doordringen van het feit dat middelgebruik niet goed is. Zo was ik en zo ben ik. ‘
Nitrauw mist waardering voor zijn werk en politiewerk in het algemeen. ‘Waar anderen een stapje achteruit doen, doen wij die vooruit. Zeker in netelige situaties. Dan moet je er staan. Zeker hier. Ooit was er een collega uit Rotterdam, met de Rodermarkt. Die riep me op een bepaald moment op en vroeg om assistentie. Maar assistentie? Voordat er iemand zou zijn, ben je hier een kwartier verder. Hier moet je dus veel eerder zelf handelend optreden. Zo van ‘mond dicht en aanpakken’. Proberen zaken zelf al in de kiem te smoren. Je mond moet je sterkste wapen zijn, soms ben je een beetje meer nodig. Mijn voordeel hier is dat ik vrijwel iedereen ken. Ik wist met wie ik te maken had, wat voor vlees ik in de kuip had.’
Nitrauw is altijd mens gebleven. Met een lach en een traan. ‘Oh ja hoor. Ik heb heel wat tranen gelaten. Daar schaam ik me niet voor. Ik ben geen robot. Huilen lucht op. Dat is een vorm van ontlading. In dit vak moet je menselijk blijven en toch ook afstand bewaren. En je moet als agent op je tong kunnen bijten. Ik ken zeventig, tachtig procent van de mensen in Roden. En natuurlijk hoor ik privé ook heel veel. Zaken die in het geheel niet kloppen, maar waarover ik niet kan praten. Dan bijt ik echt m’n tong bijna af hoor. Dan loop ik vaak even naar het toilet en wil ik het even niet horen. Maar ook dat is inherent aan het vak.’
Maar: Nitrauw kan ook heel veel leuke verhalen vertellen. Dat hij dader en slachtoffer samen aan tafel krijgt bijvoorbeeld. Evert als verbindende factor. Altijd op zoek naar een oplossing. Menselijk. Bereikbaar en gewoon Evert. Heel aardig dus. Hij zal gemist worden. Zoals hij zijn werk zal missen. ‘Ik heb me voorgenomen het eerste jaar niets te doen, behalve dingen die ik leuk vind. Reizen bijvoorbeeld, en sporten. Foto’s maken. Nee, ik heb me echt voorgenomen me niet meer met de politie te bemoeien. Ik wil dat niet. Dat is over en uit. Dat is straks geweest. Ik begin wat dat betreft straks aan een nieuwe periode in mijn leven.’
KADER
‘Iedereen welkom op mijn afscheid’
Uiteraard hangt Evert Nitrauw niet stilletjes zijn pet aan de wilgen. Op donderdag 8 oktober neemt hij afscheid. Dat doet hij in De Pompstee en Evert hoopt dat zoveel mogelijk mensen langskomen. ‘Iedereen is van 16.00 tot 18.00 uur welkom. En dan bedoel ik ook echt iedereen. En cadeaus hoef ik niet. Wat heb ik aan dertig bossen bloemen? Als men mij toch iets wil geven, dan vraag ik een geldelijke bijdrage in de collectebus voor Artsen zonder Grenzen of KWF kankerbestrijding.’