Positieve ontwikkelingen in Veenhuizen, maar ook zorgen over Rijksvastgoed

Nieuwe Veenhuizenshirts symboliseren goede samenwerking

VEENHUIZEN – Burgemeester Klaas Smid ontving woensdag 12 augustus het eerste ‘Veenhuizenshirt’. T-shirts met verschillende opdrukken worden bij meerdere ondernemingen in het Gevangenisdorp verkocht. De opbrengst van de shirts komt deels ten goede aan het zwembad in Veenhuizen en  deels aan de Stichting Bewonersbelangen Veenhuizen. De samenwerking, zo meent Veenhuizen Boeit-voorzitter Otto Huisman, is exemplarisch voor Veenhuizen als geheel. ‘Het saamhorigheidsgevoel in Veenhuizen is heel groot.’

Op het eerste shirt dat namens de Stichting Veenhuizen Cultuur en Toerisme (beter bekend als Veenhuizen Boeit) werd uitgereikt, stond de leus ‘Orde en Tucht’. ‘Het leek ons een toepasselijk shirt om aan de burgemeester te overhandigen. Misschien leuk om hier de raadsvergadering mee voor te zitten’, glunderde Huisman pal voor de deur van het Tourist Info Punt. ‘De shirts hebben we in eigen beheer en liggen al bij meerdere ondernemers in Veenhuizen. We hebben een leverancier in Roden gevonden, die de shirts bedrukt. Van de opbrengst gaat 25 procent naar het zwembad en 25 procent naar de Stichting Bewonersbelangen Veenhuizen. Zo versterken we de Veenhuizer samenleving en wordt het geld écht in het dorp gestoken.’

De shirts worden voor 16,50 euro verkocht. Burgemeester Smid sprak van ‘een mooi shirtje’. ‘Het is een goed initiatief’, vervolgde hij. ‘De saamhorigheid in Veenhuizen is erg belangrijk.’ Bovendien noemde hij de tekst ‘Orde en Tucht’ momenteel zeer van toepassing. ‘We kijken nu – ten tijde van de coronacrisis – naar wat wél en wat niet acceptabel is. Er wordt momenteel gesproken over het inperken van vrijheden, iets wat in de geschiedenis van Veenhuizen altijd een onderwerp is geweest. Vroeger had je natuurlijk de paupers, later kwamen de gevangenen.’

Freddie van der Beek, voorzitter van het openluchtbad in Veenhuizen, sprak zijn waardering uit over de samenwerking. ‘Wij stellen het zeer op prijs’, begint hij. ‘Drie jaar geleden stond het water – om maar in zwembadtermen te blijven – ons aan de lippen en was de bodem in zicht. We waren bijna door al onze centen heen. De jaren daarna krabbelden we langzaam omhoog. Mede dankzij de gemeente Noordenveld. Net als het dorp, worden wij als zwembad steeds bekender. Dat geeft ons als vrijwilligers écht vleugels.’

Paul van Urk, voorzitter van Stichting Bewonersbelangen Veenhuizen, is eveneens blij met de steun vanuit Veenhuizen Boeit. ‘Ook wij hadden het als organisatie lastig’, geeft hij toe. ‘Inmiddels zijn we gegroeid en nog steeds groeiende. De samenwerking is voor ons heel belangrijk.’ Van Urk ziet bovendien hoe de populariteit van Veenhuizen maar blijft toenemen. ‘En dat is belangrijk. We merken dat het gezellig druk is in Veenhuizen, de belangstelling is groot. Ondertussen willen we niet overlopen worden. Het is belangrijk om dat voor ogen te houden.’

Verder spelen er nog een hoop ontwikkelingen op de achtergrond. Zo is men in Veenhuizen bezig met een stukje automatisering. De bedoeling is dat men via QR-codes informatie kan scannen op hun telefoon. Zo kan er een digitale rondleiding ontstaan. Maar daarvoor is goed internet belangrijk. ‘Gelukkig komt glasvezel deze kant op’, zegt Huisman. ‘Binnenkort moet je overal in Veenhuizen een goed internetbereik hebben.’

Ook een watertappunt wordt binnenkort gerealiseerd. ‘Wanneer is nog onduidelijk, maar we verwachten op korte termijn’, zegt Huisman. Klaas Smid benadrukte nog maar eens dat de recente aanbesteding voor de gevangenis in Veenhuizen ontzettend belangrijk is geweest. ‘Voor de werkgelegenheid is dat een grote stap’, stelt hij. Maar ondertussen zijn er ook zorgen. Over de gebouwen in Veenhuizen bijvoorbeeld. Rijksvastgoed wil een groot aantal gebouwen verkopen. Wie de nieuwe eigenaar van die gebouwen moet worden, is nog maar de vraag. ‘Het is spannend om te zien wat hier uit gaat komen’, zegt Smid. ‘Een aantal gebouwen in Veenhuizen worden momenteel enigszins verwaarloosd door Rijksvastgoed. Het hele proces rond de verkoop van de gebouwen, stagneert al een hele poos. Het is van groot belang voor de toekomst wat hier mee gaat gebeuren. De onzekere situatie hindert ondertussen veel ontwikkelingen.’

‘Plannen molen nog in kinderschoenen’

Aan de andere kant van het dorp, bij Piepers en Paupers, vertelde ondernemer Jan Willems over de plannen voor het in ere herstellen van de oude molen. Die stond op precies dezelfde plek als waar nu de succesvolle patatzaak zit. ‘Maar dat is absoluut nog geen gelopen race’, onderstreept Willems. ‘Het is een idee, aangedragen door een klant. In Leeuwarden is dit eerder gedaan bij Molen de Eendracht. Daar hebben ze het geraamte van een molen nagebouwd. Wij zijn nu aan het onderzoeken of zoiets ook mogelijk is.’

Op de plek waar Piepers en Paupers is gevestigd, stond vanaf 1850 een kleine molen. Toen deze in 1880 afbrandde, werd er een grotere molen neergezet. Deze stond er nog tot 1918. Er wordt nu nagedacht of het geraamte van die oude molen op de zaak van Willems kan verschijnen. ‘De hele molen nabouwen is niet te doen’, zegt hij. ‘Maar misschien kan zo’n geraamte wel. Daarover zijn we in gesprek met de gemeente Noordenveld, maar ook met Ontwikkelingsbureau Veenhuizen en Rijksvastgoed. De vraag is natuurlijk of dit past in de ambitie om straks tot het UNESCO Werelderfgoed te behoren. Het staat allemaal nog in de kinderschoenen en we zijn slechts aan het onderzoeken. Maar het idee ligt er.’

Over de financiering en dergelijke, valt nu nog niets te zeggen. Het is veelzeggend dat Willems, die samen met zijn partner Alida tot voor kort in Roden Alida’s Smulpaleis bestierde, kijkt naar dergelijke plannen. ‘Eigenlijk zouden we het rustiger aan gaan doen’, zegt Willems. ‘Maar dat idee hebben we alweer van ons afgezet. Het loopt hier zo goed, dat we het simpelweg niet rustiger aan kunnen doen.’ Willems kan zich vinden in de positieve berichten over de samenwerking in Veenhuizen. ‘Ook wij doen zoveel mogelijk lokaal. Elkaar versterken, partijen bij elkaar brengen; dat lukt hier heel goed.’