Positiever

    Ik had vorige week FC Emmen trainer Dick Lukkien aan de telefoon. Dat is, kan ik u zeggen, een lust voor het oor. Niet dat Dick nou alleen maar bijzondere dingen verteld, wel omdat hij als voetbaltrainer zo gewoon is gebleven. Dick is nog zo’n trainer die zegt dat ‘het niks was vanavond’, waar vakbroeders na de mediatraining op de cursus altijd wel ergens lichtpuntjes hebben gezien. Dick had het over Boere van Oss en Ahannach van Almere als prima aanwinsten voor FC Groningen én is van mening dat wij- hier in het noorden- heel goed zijn in het benoemen van dingen die iemand niet beheerst of praten over totaal irrelevante bijzaken die slechts zijdelings betrekking hebben op zo iemand. Test. De zoon van Dries Roelvink. U denkt – ik schat tenminste 90 procent- aan stiekem gemaakte beelden van een feestje in een klein zwembadje. U denkt aan roof. Diefstal. Zoals u bij pa Dries denkt aan de gele zwembroek. Wat we vergeten is de ongekende muzikale genialiteit van junior en senior. Vergeten zijn we al die hits. Nee, we rakelen liever een akkefietje op. Ik zeg Patrick Kluiver. Zestig procent denkt aan het dodelijke ongeluk dat hij veroorzaakte en aan een verkrachtingsverhaal. Zeker weten. Marco bakker? Dan denkt u aan  de cruise-control en die aanrijding in de parkeergarage. De spits van Oss? Die is niet tweebenig en niet zo snel als Usain Bolt. We vergeten dat hij er een kleine veertig inschoot het afgelopen seizoen. Als ik zeg dat ‘Jan een mooi verhaal geschreven heeft’, dan zegt zomaar iemand dat ‘Jan er wel slecht uit ziet’ en dat hij bij de vrouw weg is. Totaal irrelevant met betrekking tot de opmerking over het mooie verhaal. Heb ik een nieuwe auto, dan is er altijd iemand die zegt dat de vorige wel wat groter was. hebben we nieuwe shirts bij de voetbalclub, dan zegt er steevast iemand dat de shirts van vroeger, die met die V-hals, zoveel mooier waren en noem ik  de naam van een vrouw dan is er – meestal ook een vrouw- die weet te melden dat die al een relatie met Henk, Peter, Geert, Sjors, Wim, Alex en tien anderen heeft gehad en dat ‘ze er bekend om staat’.  Hebben we eindelijk vakantie, dan wordt op de eerste dag al gezegd dat de drie weken zo weer voorbij zijn. Is het een dag mooi weer, dan herinnert iemand zich dat het vorig jaar rond deze tijd veel warmer was. We zeiken er wat aan af. Het kan altijd beter, mooier, knapper en sterker. We zijn nooit tevreden. Van de week belde mijn zoon. Hij had een geweldige score op zijn CITO -toets. Ik wilde meteen vragen hoeveel kinderen de toets nog beter hadden gemaakt, maar hield me voor het eerst in 41 jaar redelijk in. Ik kan het dus, en dus stel ik de vraag: zullen we het allemaal wat positiever bekijken vanaf nu?