Prikkelend

‘Waar heb je nou weer in gezeten’ vroeg mijn moeder bezorgd. Ze zag de winkelhaak in mijn besmeurde broek en een bloedende wond aan mijn onderarm. ‘Uit de boom gevallen mam, in het prikkeldraad’ was mijn reactie. Het gebeurde in de Zwitserse bergen, achter het prachtige houten chalet. We brachten daar jarenlang onze zomervakanties door. Er bleek nog een restant roestend prikkeldraad van een oude erfscheiding in de boom te hangen. Mijn moeder deed een pleister op de wond, vergezeld van enkele troostende woorden. Daar ging ik weer, het veld in naar de alpenweide vol geurende alpenbloemen. Ik denk nog geregeld aan die tijd terug. Het overkomt me nu nog steeds tijdens mijn foto-struintochten in en rondom Roden. Die winkelhaken bedoel ik.

Voordat, rond 1870, het prikkeldraad werd ontdekt werden houtwallen als natuurlijke perceelscheiding gebruikt. Aarden wallen waarop bomen en planten met venijnige stekels werden geplant, zoals meidoorn, sleedoorn, rozen en bramen. De stekelstruiken dienden als natuurlijk ‘prikkeldraad’. Ze hielden het vee binnen en het wild buiten het perceel.

Prikkeldraad was destijds een top uitvinding, min of meer afgekeken van de natuur. Een dubbel gevlochten metalen draad met om de 10 cm. twee korte in elkaar gedraaide draden met scherpe punten. Vergeleken met een houtwal was het eenvoudig (ver)plaatsbaar en nam het veel minder ruimte in beslag.

Na de ontdekking van het prikkeldraad ging het snel bergafwaarts met de houtwallen. De ene na de andere houtwal werd afgegraven en de bomen en struiken die er op groeiden, verdwenen. Het landschap werd daardoor steeds opener. Gelukkig zijn, in de kop van Drenthe, nog prachtige voorbeelden van het oude houwallenlandschap bewaard gebleven. Naast de functie als veekering dienden houtwallen ook als windkering en gaven ze schaduw voor het vee. Houtwallen hebben een hoge ecologische waarde en zijn ze enorm belangrijk voor de soortenrijkdom onder dieren en planten. Houtwallen verdienen meer aandacht en moeten beschermde landschapselementen worden vind ik. Daarover ga ik het een andere keer hebben.

Prikkeldraad heeft veel nadelen. Steeds vaker hoor je verhalen over dieren die ernstige verwondingen opliepen, nadat ze met prikkeldraad in aanraking kwamen. Dierenwelzijn is, terecht, een steeds belangrijker thema geworden. Vooral vanuit in de paardenwereld is regelmatig gepleit voor een verbod op prikkeldraad. In 2011 is een poging gedaan voor een verbod. Zover is het nog niet maar de eerste petities zijn gestart. Tegenwoordig zien we gelukkig steeds minder prikkeldraad in het landschap. In plaats daarvan zie je vaker schrikdraad.

In het veld kom ik echter nog regelmatig delen oud prikkeldraad tegen. Soms hele rollen, in de randen van akkers, weilanden en bosranden. Wat mij betreft is het zaak dat oude restanten prikkeldraad zo spoedig mogelijk door de land- en terreineigenaren worden opgeruimd.

Hoe bizar is het dat we juist steeds meer prikkeldraad gebruiken om mensen tegen mensen te ‘beschermen’? Bijvoorbeeld rondom militaire locaties, gevangenissen, (vluchtelingen)kampen en landsgrenzen. Hiervoor is het prikkeldraad zelfs ‘verbeterd’ tot het nog effectievere scheermesprikkeldraad. Ik lees in een advertentie ‘Nato scheermesprikkeldraad is geschikt voor allerlei vormen van buitengebruik, de perfect keuze om uw erf te beschermen. Het is ontworpen om ongewenste indringers effectief buiten te houden’

We pleiten dus voor een verbod op prikkeldraad omdat dieren zich er aan kunnen verwonden en gebruiken op grote schaal scheermesprikkeldraad om mensen tegen te houden. Ik kap ermee want ik ben inmiddels de (prikkel)draad kwijt.

Andre Brasse – Puur Natuur nr. 63 – feb 2022