Pruiksma kan nog lachen in onzekere tijden voor museum en borg

Hoogseizoen Nienoord lijkt al verloren

LEEK – Lente op Nienoord is net als ieder jaar prachtig, maar zal in 2020 akelig stil zijn. Het museum is tot nader orde gesloten, in de Borg kan men momenteel geen bakkie doen en ook het altijd gezellige Familiepark ligt volkomen stil. Geen blij kindergelach in de verte en weinig tot geen dagjesmensen. Ook Nienoord lijdt onder de coronacrisis. Museumdirecteur Geert Pruiksma ziet alles aan en wacht af. De markante Groninger laat zich niet makkelijk uit het veld slaan en kijkt dan ook nuchter naar de huidige crisis. ‘Het is voor ons een uitdaging. Er komt geen geld binnen, maar we kunnen niet meer besparen dan we al doen. De personeelskosten zitten op een minimum. Het enige waar we momenteel wél op besparen, is koffie en wc-papier.’

De zon schijnt op  Landgoed Nienoord. Vanaf het parkeerterrein, langs het infocentrum en dan het zwarthouten bruggetje over. Nog even de deur door en we staan op het ‘binnenterrein’ van Nienoord. ‘Het eilandje’, zoals Geert het dikwijls noemt. Op het pleintje is het stil, alleen de fiets van Geert zelf doet vermoeden dat er iemand is. De Groningse museumdirecteur en kunsthistoricus komt iedere dag op fiets naar Leek, om aan het eind van de dag ook weer per stalen ros naar de karakteristieke Folkingestraat te vertrekken.

Plots klinkt de immer opgewekte en ietwat zangerige stem vanuit het ‘kantoor’ van het museum. ‘Ik ben hier!’, klinkt het vanuit de ruimte waar medewerkers en vrijwilligers elkaar doorgaans treffen op doordeweekse dagen. Van vrijwilligers is nu geen spoor te bekennen. De meesten van hen zijn al wat ouder en behoren tot de risicogroep. En dus staat Geert moederziel alleen, gehuld in een ‘Mart Smeets-trui’ koffie in te schenken. Handen worden niet geschud. In plaats daarvan vouwt Geert, die nog niet zolang geleden in India was, zijn handen tegen elkaar. Met een vrolijk knikje begroet hij zijn bezoek. ‘Zullen we buiten zitten? Het is heerlijk weer.’ Daar heeft hij gelijk in en dus sjouwen we twee stoelen en een kleine tafel naar de zijkant van het museum. ‘Hier zitten we uit de wind, dan is het goed te doen.’

Geert Pruiksma, rasoptimist en levensgenieter, omklemt zijn koffie met twee handen. ‘Het is een hele rare tijd, maar het zal me niks verbazen dat we over drie maanden weer zeuren over een bus die een paar minuten te laat is.’ De relativering is bij Geert nooit ver weg, al is hij ook eerlijk. ‘Ons hoogseizoen is weg. Dat wat voor het museum de slagroom op de taart had moeten zijn, kunnen we vergeten. Na de eerste persconferentie van het kabinet, regende het afmeldingen. Eerst mochten alle bijeenkomsten met maximaal honderd personen nog doorgaan. De Leekster Lenteloop werd hierdoor afgeblazen. Later kwam ook de rest.’

Zo ook de expositie over Anton Heyboer, die op 4 april zou openen. ‘Heyboer was één van de eerste Bekende Nederlanders’, weet Geert, die direct een monoloog afsteekt. ‘Hij maakte kleurrijke schilderijen en etsen, en werd gezien als een vreemde eend in de bijt. Waar heel Nederland na de Tweede Wereldoorlog bezig was met de heropbouw van ons land, hield hij zich er niet mee bezig. Hij had zijn eigen commune en hield er meerdere vrouwen op na. Voor de opening hadden we Trees en Willy Kleef uitgenodigd, twee zusjes die in het bezit zijn van de grootste collectie van het werk van Heyboer. Veel van hun schilderijen hangen hier nu. Maar we hadden ook sommige van Heyboers vrouwen uitgenodigd, net als de eerste vrouw waarmee hij getrouwd was. Alles was geregeld, het zou een prachtige opening worden.’

Maar toen gooide het coronavirus roet in het eten. ‘We hebben nog overwogen om de opening zonder publiek te laten plaatsvinden. We zouden dan, behalve de genodigden, alleen de pers uitnodigen. Dat vonden we eigenlijk toch niet kunnen. Daarmee zouden we jullie, de pers, ook in de problemen brengen.’

De planningen voor het hele jaar liggen al vast, waardoor het lastig voorspellen is of en wanneer iets door zou kunnen gaan. ‘Ook in het kader van 75 jaar bevrijding staat er veel op het programma’, weet Geert. ‘Maar wij weten dat we voorlopig gewoon niet open kunnen.’ Van stilzitten houden ze niet en dus is men achter de schermen zoveel mogelijk bezig. ‘Maar dat geeft ook een uitdaging. We hebben onze vrijwilligers een mail gestuurd, waarin we aangeven dat ze voor zichzelf moeten bepalen of ze tot de risicogroep behoren. Als dat zo is, vragen we ze hier even niet te komen.’ Voor veel vrijwilligers geldt dat ze tot die groep behoren, waardoor er opeens veel mankracht wegvalt. ‘De uitvoerende taken moeten wel gewoon gebeuren’, zegt Geert. ‘De dakgoten moeten ook leeg. Zo simpel is het. Dus dan doe je dat zelf maar.’

En zo zou het zomaar eens kunnen dat een argeloze voorbijganger plotseling een kunsthistoricus in gebreide trui de dakgoten ziet schoonmaken. Geert kan er zelf om lachen, al voorziet hij financiële problemen voor het museum wat sinds 2016 eindelijk weer zwarte cijfers kon schrijven. ‘Minister Hoekstra heeft een aantal sectoren genoemd die steun zouden kunnen krijgen’, weet Geert. ‘Daar vallen wij geloof ik ook onder. Steun vanuit overheden is waarschijnlijk nodig. En dan is het maar te hopen dat we niet in de ambtelijke molen terechtkomen.’ Bezuinigen kan het museum verder niet. ‘De personeelskosten zitten al op een minimum. Het enige waar we momenteel wél op besparen, is koffie en wc-papier.’

Na nog een slok van zijn inmiddels al afgekoelde koffie, kijkt Geert met samengeknepen ogen om zich heen. ‘Dit was een topdag geweest voor de borg en waarschijnlijk ook voor het museum. He is heerlijk weer.’ Het lekkere weer trekt nog steeds wandelaars en fietsers naar Nienoord, maar dat zijn er aanzienlijk minder dan anders. Wat jongeren hebben zich zo’n honderdvijftig meter verderop verzameld in het gras van Nienoord. ‘Ik snap dat ze hier samen komen’, zegt Geert. ‘Maar we hebben de laatste tijd al vaker gezien dat ze hier door de bloemen rennen en bewust narcissen stuk schoppen. Laatst waren er ook jongens die in de gracht aan het vissen waren. Gelukkig zit de gemeente er bovenop. Zij zetten BOA’s in waardoor de overlast terugloopt.’

Het Gipsy Festival, de exposities met publiek en de Nationale Draaiorgeldag: alles wordt opgeschoven. Zo ook een bezoek aan Ostfriesland. ‘We zouden daarheen voor het verhaal van Occa Johanna Ripperda van Farmsum.’ De ogen van de kunsthistoricus beginnen spontaan te glimmen. Dit is zijn gebied, zijn territorium. Wanneer hij eenmaal de geschiedenis in duikt, is er geen houden meer aan. ‘Occa reisde de hele wereld over en overal waar ze kwam, schreef ze recepten op. In totaal heeft ze twaalfhonderd handgeschreven recepten nagelaten van rond 1650. Van grond tot mond, zonder dat er iets wordt toegevoegd’, benadrukt Geert. ‘We kwamen in contact met Duitse kasteelheren en zijn zo bij Occa uitgekomen. De recepten die ze schreef zijn seizoens- en regio gebonden, en bovendien prima te eten. We zouden overleggen in Duitsland over wat wij met die recepten zouden kunnen doen. Uiteraard wilden we er op Nienoord wat mee proberen. Maar dat moet nu op de lange baan worden geschoven.’

Datzelfde geldt voor het nieuwe educatieve pakket wat is aangeboden aan allerlei scholen in het Westerkwartier. ‘We kwamen erachter dat lang niet iedereen in de nieuwe gemeente het verhaal van Nienoord kent. Zodoende zijn we aan een nieuw lespakket begonnen. Vandaag zou er een klas langskomen, zodat we een proef konden draaien.’

Kaartje aan Bruno Bruins

Dat het coronavirus een zware opponent is, bleek als geen ander bij de inmiddels afgetreden minister Bruno Bruins. Een dag voor zijn aftreden viel hij flauw in de Tweede Kamer. Een jaar eerder was Bruins nog op Nienoord te vinden, voor de presentatie van een jubileumboek. ‘Via Pauline Broekema (journaliste en schrijfster, red.) kwam ik met Bruins in contact. Zijn vader was betrokken bij de oprichting van het Nationaal Rijtuigmuseum, vandaar.’ Het contact met Bruins was goed en via Broekema kreeg Geert al eind februari te horen dat de minister zich een slag in de rondte werkte. ‘Ik besloot hem daarom maar een kaart te sturen, om hem een hart onder de riem te steken. De kaart verstuurde ik daags voor hij aftrad, dus waarschijnlijk kreeg hij hem pas ná zijn aftreden. Ik vond het vervelend om hem zo te zien. Het is een ontzettend aardige en kundige man, die zich fantastisch heeft ingezet.’

Appjes uit Ethiopië

Als de laatste slok koude koffie inmiddels naar binnen is gegleden, zucht Geert hardop. De situatie is vervelend maar ‘Het is nait anders. Er komt juist in zo’n periode ook veel moois boven. Zo ook de vriendschappen, die onder zakelijke relaties liggen. Je merkt dat je bepaalde mensen graag ziet en blij bent als je ziet. Nu kom ik maar weinig mensen tegen. Ook bij ons in de Folkingestraat, waar je op sommige dagen over de koppen kan lopen, is het stil.’

De manier waarop wij als Nederlanders met de crisis omgaan, is wezenlijk anders dan in landen als India. Dat merkte Geert toen hij er onlangs was. ‘Hier is iedereen op zichzelf. We hebben allemaal onze eigen mediacentrale en hebben allemaal een mening. Dat is daar niet zo. Er is meer verbondenheid en onderlinge betrokkenheid. Het geloof speelt daar ook een rol in. Meer oog voor elkaar.’

Die verbondenheid ervaart Geert zelf bijvoorbeeld van vrienden die hij door de jaren heen heeft gemaakt, vaak op verre reizen. ‘Van de week kreeg ik nog appjes van mensen uit Ethiopië, die mij sterkte wensten en vroegen of ik het wel volhield. Ze hebben daar niets, maar maken zich zorgen om ons. Ze moesten eens weten!’