Puur natuur – Zuur leven

Regelmatig hoor ik in het veld “ga hier niet zitten hoor, allemaal mieren”. En op de camping “bah, mieren in de suikerpot”. Mieren zijn meestal niet welkom en al helemaal niet in ons eten, tuin en huis. Type het woord mier in de google zoekbalk en het eerste wat je ziet zijn afbeeldingen met mierengif, mierenlokdoosjes, mierenpoeder. Daarna komen de links met ‘wat te doen met overlast’, ‘exotische mier terroriseert buurt’ en tips voor bestrijden. Als mier word je het leven vaak behoorlijk ‘zuur’ gemaakt. Waarom eigenlijk?

Mieren doen het erg goed en zijn waardevol. Het zijn top opruimers in de natuur. Het is misschien wel het succesvolste insect ter wereld en echte overlevers. Ze zijn zo goed aangepast op het aardse leven dat je ze vrijwel overal op de wereld vindt.

Wereldwijd zijn momenteel meer dan tienduizend soorten mieren bekend. Daarvan zijn rond de tweehonderd soorten in Nederland gevonden en daarvan zijn er zo’n 70 inheems. Ze hebben best boeiende namen gekregen als zwarte wegmier, eikelmier, gewone reuzenmier, zwarte reuzenmier, bergrenmier, kaaskopmier, langschubmier, puntschubmier, amazonemier, veensteekmier, rode bosmier en roodgele slankmier.

Mieren zijn sociale insecten. Ze leven in groepen en worden daarom kolonievormende insecten genoemd. Zo’n mierenkolonie bestaat meestal uit één en soms meerdere koninginnen en heel veel ‘onderdanen’. De grootste groep bestaat uit werksters, altijd vrouwtjes. Zij verdelen onderling alle taken. Er zijn hofdames, voedselverzamelaars, nestonderhouders en larvenverzorgsters. En natuurlijk soldaten met een enorm gespierde kop en grote kaken. Zij beschermen de kolonie tegen vijanden. De koningin legt in haar suite de eitjes en de hofdames brengen de eitjes naar de ‘kinderkamers’. Hier komen de larfjes uit de eitjes.   

Een koningin kan volgens onderzoeken wel 20 jaar oud worden, werksters ongeveer twee jaar. En de mannen? Ze verlaten, tijdens de bruidsvlucht, het nest met de koninginnen, bekend als de ‘vliegende mieren’. Vaak op warme dagen na een regenbui. In de lucht paren de mannetjes met de koninginnen. Daarna zit de taak van de mannetjes er alweer op en gaan dood. De bevruchte koninginnen zoeken vervolgens een plek om een nieuw nest te bouwen.

Veel mierensoorten bouwen hun nest in zand of in holle bomen, andere soorten verzamelen dennennaalden om daarvan een nest (mierenhoop) te maken. Een mierennest is een waar architectonisch hoogstandje. Eigenlijk een compleet dorp met tunnels en kamers. Alle dorpsbewoners werken samen, een soort naoberschap zoals we dat van oudsher in Drenthe kennen.

In Nederland is de ‘bijtende’ rode bosmier een bekende soort. Het nest staat bekend als de ‘mierenhoop’ in het bos. Bulten gemaakt uit verzamelde dennennaalden. Vanuit de mierenhoop lopen ‘mierensnelwegen’ het bos en veld in. Mieren lopen af en aan met nieuwe dennennaalden maar ook prooidieren die aan de larven worden gevoerd. Heb je wel eens je hand voorzichtig op een mierennest gelegd en er daarna aan geroken? Je ruikt een scherpe zure lucht. De mieren spuiten, uit hun achterlijf, bijtende zuren in de richting van de aanvaller. Wees wel voorzichtig met de mierenhoop. Ze zijn zeer waardevol in een bos ecotoop. Te vaak zie ik rondom stenen liggen of stokken die in de mierenhoop zijn gestoken. Laat de nesten met rust want een kapot nest is voor mieren ‘erg zuur’ en moet worden gerepareerd.