Raad straks geen toezichthouder meer voor basisscholen

‘Gevraagd en ongevraagd advies is er niet, dat willen we veranderen’

NOORDENVELD – Nu nog is de gemeente Noordenveld, in tegenstelling tot de meeste andere Nederlandse gemeenten, verantwoordelijk voor het openbare onderwijs. Daar gaat verandering in komen. Aanleiding daarvoor is het bezoek van de bestuursinspectie op de OPON-scholen in juni 2019. Daaruit kwam naar voren dat het intern toezicht op de scholen niet goed genoeg geregeld was. De gemeenteraad is toezichthouder, maar in de praktijk gebeurde er niet veel meer dan het goedkeuren van de begroting, volgens OPO Noordenveld directeur Han Sijbring. ‘Ze zijn wel betrokken bij het wel en wee op de scholen, maar gevraagd en ongevraagd advies is er niet, dat willen we veranderen.’

Noordenveld is één van de laatste der Mohikanen als het gaat om gemeentelijke verantwoordelijkheid voor onderwijs. Nederland telt nog vijf gemeenten waarbij dat zo geregeld is, Noordenveld is daar één van. Wethouder Alex Wekema heeft onderwijs in portefeuille én is bestuurder van OPO Noordenveld. Dat kan soms lastige situaties opleveren, want er spelen verschillende belangen, weet Sijbring. ‘Naar aanleiding van het inspectiebezoek zijn we het gesprek aangegaan met de verschillende betrokken partijen (waaronder de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad) binnen OPON. De kwaliteit is, net als de financiële huishouding op orde op onze scholen. Op het gebied van intern toezicht viel nog het een en ander te verbeteren. Uitvoering door de gemeenteraad is door haar brede rol beperkt. Ze hebben tal van punten waar ze op moeten letten, onderwijs is daar één van.’

Twee opties

In maart heeft de gemeenteraad gevraagd of het toezicht buiten de raad geplaatst kan worden. Uit vijf mogelijke opties om dat te kunnen organiseren worden er twee uitgewerkt. De eerste mogelijkheid is het aanstellen van een bestuurscommissie. Hierin is het onderwijs nog wel verbonden met de gemeente, maar het toezicht gebeurt door een speciale commissie die wordt benoemd door de raad. De tweede optie is verzelfstandiging. In dat geval wordt een Raad van Toezicht aangesteld door de gemeenteraad. ‘Die stichting heeft eigen bevoegdheid. Welke variant het meeste draagvlak heeft, wordt op dit moment onderzocht. Een klankboardgroep werkt alle voor- en nadelen van beide opties uit. Waar het vooral om gaat is dat er toezicht gehouden wordt. Specifieke deskundigheid die de OPON-scholen naar een hoger kwaliteitsniveau kunnen tillen.’ De verwachting is dat het rapport medio juni op tafel moet liggen. Op basis daarvan zal een besluit genomen worden.

Noordenveld telt 11 openbare basisscholen (waarvan één samenwerkingsschool) en een school voor speciaal onderwijs, SBO ’t Hoge Holt. Iedere school is autonoom, heeft zijn eigen identiteit. Dat blijft ook zo, zegt Sijbring. ‘We hebben Daltonscholen in de gemeente, scholen die zich richten op gepersonaliseerd leren en scholen waar talenten een belangrijke pijler zijn. Een gevarieerd aanbod. Toch wordt in de meeste gevallen de schoolkeuze geografisch bepaald, is dat afhankelijk van woonplaats of wijk.’ Leerlingen zullen niets merken van de veranderingen, weet de OPON-directeur. Voor het schoolbestuur zelf wel. ‘De slagvaardigheid wordt vergroot. Nu duren besluitvormende processen behoorlijk lang, daar gaat straks verandering in komen. Meer toezicht betekent meer gevraagd en ongevraagd advies. We kunnen beter doorvragen, de diepte in. Dat kan over van alles gaan: onderwijs, huisvesting, personeel, interne processen. Nog een verandering zijn de inkoopprocedures. Nu nog zitten we hierin vast aan de gemeente. Zij bepalen vaak wat en hoe er bij welke partij wordt ingekocht. Als OPON willen we ook wel eens iets anders, dat wordt straks mogelijk.’

Nationaal Programma Onderwijs

Tot slot gaat Sijbring nog in op het extra geld dat straks vrij komt om leerachterstanden door corona weg te werken. Er is 8.5 miljard euro uitgetrokken door het kabinet voor het ‘Nationaal Programma Onderwijs.’ Van die 8,5 miljard gaat 6 miljard naar het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs. Een basisschool krijgt gemiddeld 180.000 euro, een middelbare school gemiddeld 1.3 miljoen euro. Dat komt neer op 700 euro per leerling. Het geld is voor de komende 2.5 jaar vrij besteedbaar door de scholen zelf. Wel dienen scholen met een analyse te komen dat de achterstanden inzichtelijk maakt. Ook moeten scholen aangeven hoe ze het geld denken te besteden. Geen plan, geen geld. Op de OPON-scholen wordt daar inmiddels hard aan gewerkt, weet Sijbring.

‘Zo’n schoolscan is niet nieuw, op iedere OPON-school wordt jaarlijks een analyse gemaakt. Het leerlingen volgsysteem (Cito) wordt daarin meegenomen, maar ook sociale ontwikkelingen en veiligheid worden bekeken. Nu gaan we binnen de scholen ook kijken naar de groei van de groep. Zijn er verschillen tussen bijvoorbeeld de ene groep vier te opzichte van de andere?’ Sijbring verwacht geen grote leerachterstanden aan te treffen. ‘We spreken liever van verminderde leergroei. In de coronaperiode hebben leerkrachten goed contact kunnen houden met leerlingen. De docenten kennen hun leerlingen, hebben een behoorlijk beeld. Al is digitaal contact anders dan dat je elkaar fysiek ziet. Mocht het zijn dat er bij bepaalde leerlingen sprake is van verminderde leergroei, gaan we aan de slag met bewezen interventies, mogelijkheden die we in kunnen zetten om achterstanden op te lossen.’ Sijbring constateert wel meer uitval tijdens de coronaperiode. ‘In totaal hebben we ongeveer 2000 leerlingen. Het aantal kinderen dat door medische problemen niet naar school is gegaan is door corona groter geworden. Vanaf half februari tot half april was er veel uitval. In totaal hebben we tussen de 25 en 30 coronabesmettingen gehad, dat is op zich niet heel veel. Maar kinderen in de risicogroep bleven thuis. Gelukkig merken we dat de uitval vanaf half april flink is gedaald. Het contact met ouders was tijdens de coronaperiode wel anders. Dat hopen we snel weer op te kunnen pakken. ‘