‘Racisme is de angst voor het onbekende’

Playtorn Musiwa over dood Floyd en zijn eigen ervaringen met discriminatie

RODEN – Toen de zwarte Amerikaan George Floyd twee weken geleden door politiegeweld om het leven kwam, ging het mis. Zijn dood wakkerde overal ter wereld anti-racismeprotesten aan. Playtorn Musiwa uit Roden werd in 1975 geboren in Zimbabwe, groeide op in de kolenmijn waar zijn vader werkte. De tijd waarin de apartheid hoogtij vierde. Blanken woonden in aparte wijken. Playtorn herinnert zich de bordjes die bij sommige straten stonden: ‘whites only’. Met Playtorn in gesprek over de heftige gebeurtenis in Amerika, over zijn eigen ervaringen met discriminatie omwille van zijn huidskleur en de eeuwige zwarte Pieten-discussie.

Toen hij voor het eerst in het Groningse eetcafé Soestdijk belandde was hij verrast. Hij werd direct aangesproken toen hij aan de bar stond om een biertje te bestellen. Binnen no-time stond het glaasje pils voor zijn neus. Dat is in Zuid-Afrika wel anders. Playtorn Musiwa (45) groeide op in Zimbabwe, zo’n 100 kilometer van Victoria Falls in de kolenmijn waar zijn vader werkte.  De tijd waar president Ian Smith het scepter zwaaide. Blanken gaven opdrachten aan de zwarte dorpelingen. Met de handen in de zak deelden ze bevelen uit, weet Playtorn zich goed te herinneren. “Onze taal was een mensgelmoes van allerlei dialecten, vergelijk het met Swahili. Blanken moesten zich de taal eigen maken omdat ze anders niet met dorpelingen konden communiceren. Alleen de rijke zwarte mensen spraken Engels. Dat veranderde in de jaren tachtig, toen Mugabe aantrad als president. De borden ‘whites only’ verdwenen en de zwarte bevolking mocht huizen kopen in blanke wijken. Veel blanken waren het daar niet mee eens: ze pakten hun koffer en vertrokken naar Zuid-Afrika.”

Playtorn ging naar een dagschool in zijn dorp. Zijn beste vriend was een blanke jongen. “Kinderen van rijke blanke mensen gingen naar boardingschool, blanke kinderen van ouders met weinig geld naar dagschool. Wij waren beste vrienden. ’s Morgens deelden we het brood dat hij meenam van huis, tussen de middag nam ik hem mee naar mijn ouders, waar we met onze handen aten. Veel van mijn zwarte vrienden snapten niet waarom ik speelde met een blanke jongen. Ik zag dat niet zo. Hij was gewoon mijn vriend, een goeie kerel die niemand kwaad deed. Ik heb wel eens moeten knokken om naar de winkel te kunnen. Mijn vrienden wilden me er niet langs laten.  Racisme is niet alleen maar  iets van de blanke kant, maar ook aan de zwarte kant gebeurt het.”

Een groot litteken op het linker been van Playtorn blijft hem herinneren aan een verschrikkelijke gebeurtenis uit zijn jeugd. Vijftien was hij, toen de familie (van Nederlandse komaf) van zijn beste vriend overkwam uit Zuid-Afrika. “Neefjes en nichtjes en hun ouders. Rijke lui. Ze kwamen met grote auto’s met karren erachter. Op de karren stonden quadbikes. Mijn vriend nodigde mij ook uit om te komen om op de quads te rijden. Zijn familie vroeg hem wat ik daar deed. Ik was toch zwart? De vader van zijn neefje heeft mijn polsen vastgebonden en mij achter de quad geknoopt. Toen is hij gaan rijden. Kilometers werd ik meegetrokken. Mijn vriend huilde. Hij kon niks doen. Daarop werd hij getrapt door zijn familie. ‘Kaffir’, riepen ze. Een scheldwoord voor zwarten. Het was de eerste keer dat ik echt met racisme te maken had. Heel pijnlijk. Thuis zei ik dat ik gevallen was. Ik was bang dat mijn vriend anders nooit meer mee mocht komen. Ik voelde veel verdriet. De donkere wereld gunt mij hem niet en andersom ook niet.”

Onderschat

Dat discriminatie omwille van huidskleur in Zuid-Afrika nog steeds aan de orde is, blijkt uit het verhaal van Playtorn die is opgeleid als ranger en gids. In 16 Afrikaanse landen heeft hij  toeristen begeleid in natuurreservaten. En dat doet hij, als hij in zijn thuisland is, nog steeds. “Als ranger en gids moet je alles weten over biologie en de dieren. Botanical gardens, animal control en de National Park law zijn onderdelen van mijn opleiding. Je moet de levensloop van wilde dieren kennen, vanaf de geboorte tot aan de dood. Je moet weten wat een leeuw doet als hij jongen krijgt.” Playtorn werkt voor een internationale Engelse organisatie. Hij werd eens geboekt voor een kanotocht. “Ik moest een blank Afrikaans gezin twee dagen 24/7 begeleiden. Met mijn first aid-kit en mijn uitrusting kwam ik aan op de afgesproken plek om het gezin op te halen. De man van het gezin vroeg of ik de chauffeur was. Toen ik vertelde dat ik hun gids was voor twee dagen, liet hij weten dat dat niet de bedoeling kon zijn. Hij wilde een ‘echte’ gids. Ik zei dat ik dat was. Hij wilde blanke gids, liet hij weten. Ik belde met mijn manager en gaf de telefoon aan mijn klant. ‘Je hebt een echte gids. Of je gaat mee, of je gaat helemaal niet’, was zijn antwoord. En: ‘je krijgt geen geld terug’. Morrend ging mijn klant mee. Zo’n kanotocht begint met voorbereiding. Op gevaarlijke rivieren moet je rekening houden met vier factoren: krokodillen, nijlpaarden, obstakels en de zon. Dat betekent dat we eerst ‘droog’ gaan oefenen. En: ik geef de orders en ik ga altijd voor. Jullie blijven achter mij, zei ik. Iedereen luisterde, behalve de man. Hij ging met zijn kano toch voor me varen. Je moet er goed op letten dat je in de stroming blijft varen. Nijlpaarden kunnen niet zwemmen, ze zitten vaak in de ondiepe gedeelten van de rivier. Ik weet meestal waar ze zijn. De man voer recht op de hoek af waar de nijlpaarden zaten. Een nijlpaard had zijn enorme bek open. Dat doen ze om indruk te maken. De man schrok zich rot en schreeuwde om hulp. ‘Paddle tot the current or you’re history’, schreeuwde ik terug. Hij peddelde of zijn leven er vanaf hing en kwam terug in de stroming. Doe je dat niet, word je teruggezogen naar het ondiepe. Dat overleef je niet. De man heeft de rest van de dag niets meer gezegd. ’s Avonds, toen iedereen in bed lag zei hij: ‘ik heb je onderschat. Ik bied je mijn excuses daarvoor aan. In Zuid-Afrika hebben wij geen gidsen die donker zijn.’ Racisme is de angst voor het onbekende, daar ben ik van overtuigd.”

In Zimbabwe ontmoette Playtorn zijn Nederlandse vrouw, die daar werkte in een ziekenhuis. Het klikte en de twee lieten elkaar niet meer los. Vijftien jaar geleden kwam Playtorn naar Nederland, met de bedoeling er twee jaar te blijven, de cultuur te leren kennen en dan samen terug te gaan. Dat liep anders. Ze trouwden en kregen drie dochters. “Margot woonde in Groningen. Ik weet het nog goed, toen ze me meenam naar Soestdijk. Ik stond aan de bar om een biertje te bestellen. Direct werd ik aangesproken. Ik had een biertje besteld en die kreeg ik! Ik wist niet wat ik meemaakte. In Zuid-Afrika stond ik aan de bar met geld in mijn hand. Ze wilden mij niet bedienen. In Port Elizabeth kreeg ik klappen in de wc. In Namibië is het ook erg. Dan kom je niet eens binnen in veel bars. Stonden mijn klanten in de kroeg en ik buiten. Ik hoef hier niet na te denken omdat ik donker ben. Als ik met mijn vrienden uit Zimbabwe op stap ga is dat trouwens wel anders. In sommige cafés komen we er niet in. Ook in Groningen niet. ‘Sorry, we zijn vol,’ ‘students only’ of: ‘geen mannen alleen’, horen we dan. Zeker, dat raakt me, maar ik ga geen ruzie maken om ergens binnen te komen. Dan loop ik gewoon naar Soestdijk of Buckshot. Daar waarderen ze mij om wie ik ben.”

Floyd

Over de hardhandige arrestatie die de Amerikaan George Floyd met de dood moest bekopen wil Playtorn wel iets zeggen. “Goede en slechte agenten heb je overal. Het heeft geen nut om iemand op de grond te leggen als hij zich niet verzet. Sla hem in de boeien, zet hem in de auto en voer hem af, klaar. Ook al heeft iemand fouten gemaakt, zover mag je het nooit laten komen. Dit gun je niemand. Bij de politieopleiding zou daar veel meer aandacht voor moeten zijn. Voor arrestaties moeten duidelijke protocollen zijn.  Agenten moeten weten dat zij verantwoordelijk zijn wanneer ze zich daar niet aan houden. Dat dit soort gewelddadige arrestaties gestraft worden.”

Zwarte Piet

‘Een ingewikkelde’, zegt Playtorn wanneer we hem naar zijn mening vragen over de zwarte Pieten-discussie die iedere keer opnieuw de kop op steekt. “Mensen hebben mij hier met open armen ontvangen. Er is hier een plekje voor verschillende culturen. Dat is geweldig. Ik neem deel aan de Nederlandse maatschappij, ik werk en betaal belasting. Sinterklaas is een feest van de kinderen. Het zwarte van zwarte Piet komt van het roet als hij door de schoorsteen kruipt, wil het verhaal. Laat het dan bij roetveegpieten blijven. Hier wonen ook mensen met een slavernijgeschiedenis. Als je die pijn doet met gitzwarte Pieten met rode lippen en gouden oorringen, waarom zou je dat dan doen?  Bovendien heb je onnodig veel politie nodig om de orde te bewaken. En dat kost onnodig veel geld. Kinderen boeit het niet. Als ze maar een cadeautje krijgen. Het is allemaal zo extreem. Groepen mensen schreeuwen naar elkaar, zonder dat ze zelf ooit iets dergelijks hebben meegemaakt. Daarmee wakkeren ze haat aan. Dit wil je toch niet aan kinderen laten zien? Waar gaat het naar toe, denk ik wel eens. Hier kun je toch prima afspraken over maken zonder te schreeuwen? We maken overal afspraken over, maar hierover lukt het niet. Het is een kinderfeest met Sinterklaas en roetveegpieten. Iedereen blij.”