Reina Kymmell haalt herinneringen op aan ‘sprookjesachtige jeugd’ op havezate

Laatste bewoner Mensinge trots op huidig museum

RODEN – De toekenning van de museumregistratie aan Museum Havezate Mensinge wordt gezien als de kroon op het werk  van vele vrijwilligers. Dat de havezate barst van de historie is in Roden en omgeving genoegzaam bekend. Minder mensen weten echter dat de laatste bewoner van Mensinge, mevrouw Reina Kymmell nog steeds in Roden woont. Nee, niet meer in Mensinge, maar er wél vlakbij. De Krant zocht haar op en luisterde naar de smakelijke anekdotes van Reina Kymmell.

De naam Kymmell komt, volgens de archivarissen van Mensinge, voor het eerst in 1640 voor in Drenthe. Georg Rudolf Friedrich Kymmell trouwt met Johanna Sichterman, zus van Herman Sichterman die ritmeester is van de compagnie waarvoor Georg werkt. Door dit huwelijk worden de Kymmells opgenomen in het circuit van de aanzienlijken in het begin van de 18e eeuw. In 1949 overlijdt de dan toenmalige bewoner van Mensinge: ze heet Christine Kymmell en haar bijnaam in het dorp is De Joffer. Ze woont tussen 1925 en 1949 op Mensinge. Per testament laat ze Mensinge na aan haar achterneef Georg Kymmell. En deze Georg Kymmell, is de vader van Reina Kymmell.

Reina verhuist als jong meisje in 1949 vanuit Rotterdam naar Roden. Ze herinnert zich nog levendig hoe dat destijds ging. ‘Het is grappig hoe wij de Havezate aantroffen’, zegt zij. ‘Er was in jaren niet opgeruimd.’ Dat is nog zacht uitgedrukt: in 1949 is er nog geen cv, elektriciteit en er is geen waterleiding. ‘Maar dat was in die tijd in heel veel huizen in Roden niet het geval. Ik vond het zelf niet erg. Eerder sprookjesachtig. Er vlogen geregeld duiven door het huis, omdat er ramen stuk waren. Ik was tien toen we er kwamen wonen en het maakte zeker indruk. We kwamen opeens in zó’n andere wereld terecht.’

Haar kennismaking met de Rodense kinderen is prettig te noemen. Wel moet Reina enigszins wennen aan het dialect. ‘Ik heb nog een half jaar op de Scheepstra School gezeten. Iedereen kwam op klompen naar school en sprak dialect. Het viel mee hoeveel moeite ik er mee had en ik pikte het vrij snel op. Maar die Rotterdamse ‘r’ die ik had meegenomen, raakte ik niet meer kwijt. Tot op de dag van vandaag niet.’

Op Mensinge ging de familie Kymmell druk aan de slag. Er volgde een grote verbouwing en eigenlijk alles kreeg een beurt. ‘Ik weet nog dat we tijdens het opruimen van de zolder op chine de commande (porseleinen servies uit China, red.) stuitten. Het was net tin, zo zag het er uit. Dat stond daar gewoon op zolder. Prachtig!’

Maar het liefst nog verschanste Reina zich in de uitgebreide bibliotheek van Mensinge. ‘Daar lagen prachtige, oude boeken.’ Ter illustratie haalt ze een aantal boeken die ze heeft bewaard uit haar boekenkast. In ‘Het Kruidenboek’ staan manieren waarop je kruiden kunt laten groeien en voor welke medische doeleinden ze gebruikt kunnen worden. ‘Maar er staat ook in hoe je kwade geesten en aardmannetjes kunt verdrijven.’ Er komt nog een boek op tafel. Een dik handboek, met daarin het Landrecht van Drenthe. ‘Dit had men vroeger in de buutse. Eigenaren van een havezate mochten, wanneer er iets op hun land gebeurde, zelf recht spreken. Deze stamt van 1639 zo te zien.’

De eerste periode op Mensinge was voor Reina onvergetelijk. Terwijl ze een fotoboek doorbladert, wordt er bij iedere plaat een saillant detail verteld. Over de beestjes in het water bijvoorbeeld, maar ook over het zelfgemaakte bootje waarmee ze te water gingen in de gracht. ‘Nee, ik ben nooit in het water gevallen. Gelukkig niet zeg’, lacht ze. Wat opvalt aan de foto’s is hoe keurig het Mensingebos erbij lag. En natuurlijk de hoeveelheid paarden die op afbeeldingen te zien zijn. ‘Zo herinner ik mij dat ook. Het was paarden, paarden, paarden. Mijn liefde voor deze dieren is op Mensinge gegroeid en koester ik al mijn hele leven.’

De vele olie die verbrand moest worden om Mensinge warm te houden, de prachtige magnolia op het voorplein (die door de gemeente later rigoureus zou worden verwijderd) en het klimmen in de bomen op het prachtige landgoed: Reina herinnert zich alles nog. ‘We zochten ons bed op met een petroleumlamp. Van energielabels had men destijds nog niet gehoord.’

In 1956 overlijdt Georg Kymmell en besluit de moeder van Reina dat ze niet alleen op Mensinge wil wonen. Reina vertrekt naar Rotterdam, waar haar man werkte. De havezate staat tot 1963 leeg. Alleen Reina’s moeder komt af en toe vanuit Norg naar de havezate voor tuinonderhoud, een geliefde bezigheid.

In 1963 keert Reina terug met haar man en hun baby. Vanwege de slechte luchtkwaliteit in het westen, prefereren ze een plek in het noorden. Maar de havezate blijkt een kostenpost en dus gaat men in de jaren ’80 in gesprek met de gemeente Roden om het landgoed te verkopen. Het had niet veel gescheeld, zo weet Reina, of de gemeente Roden had Mensinge helemaal niet gekocht. ‘Het is aan een aantal politici, waaronder Froukje Hartlief, te danken dat de gemeenteraad van Roden destijds akkoord ging met de aankoop van Mensinge. Ik vraag me wel eens af wat er gebeurd was als ze dat niet gedaan hadden. Dan waren ze nu Camping Ot en Sien en het Jaarbeursterrein kwijt, om maar niet te spreken over een flinke oppervlakte grond. Ik heb mij er over verbaasd dat het uiteindelijk nog vrij spannend was of het doorging.’

Volgens Reina moge duidelijk zijn dat de huidige politiek meer feeling met Mensinge heeft, dan de gemeenteraad dat in 1985 had. ‘Nu hoort Mensinge bij Roden, men is er echt trots op. Het contact tussen Mensinge en de gemeente is ook een stuk beter. En mijn contact met Mensinge is ook nog steeds erg goed. Het doet me dan ook goed om te zien dat het nu zo goed gaat met het museum.’ Foto: Alfred Oosterman Fotografie