‘Rieks’ kijkt straks weer naar de naar hem vernoemde school

image

Scheepstra keert terug op zijn sokkel

RODEN – Uitgerekend in het ‘Jaar van de Cultuur’ verdween Hindericus Scheepstra uit Roden. Van de sokkel gehaald. Gezaagd zelfs. Uitgerekend in het jaar dat ‘zijn’ Ot en Sien jubileerden en op grootse wijze hun 110-jarig bestaan vierden. Hindericus kreeg er weinig van mee. Pal na Rodermarkt was hij weg. Verdwenen. Maar er is nu goed nieuws. Hindericus keert namelijk terug op zijn sokkel. ‘Dat zal ergens volgende week zijn’, zegt Leonie van Roekel namens de gemeente Noordenveld. ‘Welke dag precies kan ik nog niet zeggen. Wel weet ik dat Kunstwacht er volgende week mee aan de slag gaat.’

In 2002 kreeg Hindericus Scheepstra zijn eigen beeld aan de Brink, vanaf het Ot en Sien beeld richting Mensinge, waar hij uitkijkt over de vroeger naar hem vernoemde school. Scheepstra was dan ook geen kleine jongen. Hij werd in 1859 geboren aan de Groningerstraat in Roden. Aanvankelijk wordt hij Rieks genoemd. Schoolmeesters noemen hem een slimme jongen, maar zijn gezondheid is daarentegen zwak. Rieks kan beter leren dan werken. En dus wil hij – sorry schoolmeesters- schoolmester worden. Die werken, zo moet Rieks gedacht hebben, niet zo hard. Schoolmester zijn gaat hem goed af, de schoolboekjes irriteren hem echter mateloos. Die zijn saai. Daarom besluit hij zelf maar boekjes te schrijven. Jan Ligthart helpt Rieks met schrijven en Cornelis Jetses tekent de plaatjes. Samen schrijven ze tal van schoolboeken en maken ze het leesplankje ‘Aap, Noot, Mies’. In 1905 verschijnt de boekenserie ‘Nog bij moeder’, een verhaal over twee buurkinderen Ot en Sien. Het eerste boekje krijgt een vervolg en de boekjes worden jarenlang op scholen gebruikt om te leren lezen. De band met Roden blijft altijd, ook al woont Rieks later in Dokkum en Groningen. Elke zomer logeert hij wekenlang in Roden bij zijn broer op de Brink. Rieks is, zo vinden de Roners, altijd Rieks gebleven. Al voor zijn dood laat hij weten in Roden begraven te worden.
Die Rieks dus, die kreeg in 2002 een standbeeld. Een mooi standbeeld, op een passende plek. Niks aan de hand, denk je dan. Het wordt echter september 2014. Rodermarkt. Ineens is Hindercius weg. Gestolen, zegt de één. Vernield, zegt een ander. Stientje Meyer woont tegenover het beeld van Scheepstra. In de nacht van maandag op dinsdag hoort ze gestommel bij Hindericus. Er waren mensen met het beeld ‘bezig’. Dronken mensen. Drie mannen. Een man stond er te plassen. De politie werd gebeld. Agenten namen een kijkje. Vervolgens gingen ook de mannen weg en het beeld stond er nog gewoon. De volgende dag kwam de gemeente langs. Met een hoogwerker werd getracht Hindericus weg te halen. Dat lukte niet. Vervolgens werd het beeld afgezaagd. Tot de sokkel. Kiki Meyer, maker van het beeld, was daar nogal boos over. Zo onrespectvol ga je immers niet met ‘Rieks’ om. Die zaag je niet zomaar af. Wat bleef waren vragen. Waar was Hindericus, waarom was hij weg en keerde hij eigenlijk nog wel terug?

Op die vraag kon Menno Nienhuis van de gemeente Noordenveld maanden later wel antwoord geven. Hindericus moest gerepareerd worden. Hij stond wat uit het lood. Toen takelen niet lukte, werd besloten de zaag dan maar te hanteren. ‘Met respect’, zei Nienhuis, ‘Want het laatste wat we wilden is dat het beeld zou scheuren of af zou breken.’ Hindericus lag vervolgens maanden ergens in een opslag weg te kwijnen. Er werd gerepareerd en overlegd hoe Hindericus het best teruggeplaatst kon worden. Dat duurde maanden en maanden. Pas volgende week keert ie dus terug. Eindelijk. Misschien kunnen de mensen Rieks in het vervolg met rust laten. Scheelt een hoop gedoe.